Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

ZMV-vrouwenbeweging in Brabant: zoekwijzer

De ZMV-Vrouwenbeweging was een beweging in de jaren '80 en '90 van vrouwen met verschillende etnische achtergronden - van Turkse en Marokkaanse tot Surinaamse, Bosnische en Griekse komaf. Ook in Brabant hebben zij talloze activiteiten georganiseerd en acties ondernomen. Toch wordt hun stem in archieven nog maar nauwelijks gehoord. Ben je benieuwd naar hun verhaal? Of wil je zelf onderzoek doen? Dan helpt deze zoekwijzer je op weg, met een overzicht van relevante bronnen, termen waarmee je kunt zoeken en tips voor boeken en artikelen.

Inhoudsopgave 

1. Inleiding

2. Zoektermen

3. Archieven en Bronmateriaal

4. Oral History

5. Literatuurlijst

6. Suggesties voor onderzoek

1. Inleiding

‘Het bestaan van zwarte vrouwen wordt ontkend, althans niet gezien en niet gehoord.’ Met deze zin doorbrak Julia de Lima, studente psychologie en actief lid van de Nederlandse en Molukse vrouwenbeweging, in 1983 het stilzwijgen rondom de geringe aandacht voor ZMV-vrouwen binnen de Nederlandse vrouwenbeweging. Dit statement markeert een cruciaal moment aan het begin van de jaren ’80, toen ZMV-vrouwen hun eigen stem gingen opeisen in de door witte vrouwen gedomineerde vrouwenbeweging in Nederland. Hoewel er in die periode onder witte vrouwen ook discussies over (anti)racisme oplaaiden en gestreden werd voor etniciteitskwesties, verliep de samenwerking tussen ZMV-vrouwen en witte vrouwen niet altijd even soepel. Hierdoor ontstond een soort scheiding binnen de vrouwenbeweging, waarbij ZMV-vrouwen vaak hun eigen organisaties oprichtten en zich bezighielden met onderwerpen die specifiek voor hen van belang waren.

In de hedendaagse samenleving en in de wetenschap groeit de aandacht voor de vrouwenbeweging in Nederland. Hierbij zijn werken over én van ZMV-vrouwen echter nog vaak onderbelicht gebleven. In het onderzoek naar de vrouwenbeweging is de witte vrouw vaak de impliciete normgroep, en wordt er hooguit benoemd dat ZMV-vrouwen zich ook organiseerden. Dit heeft geresulteerd in een vertekenend beeld van de vrouwenbeweging als een beweging die voornamelijk gedomineerd werd door witte vrouwen, en waarbij thema’s zoals ras en etniciteit grotendeels over het hoofd worden gezien. Het is van groot belang dat we deze blinde vlekken in de geschiedschrijving erkennen en gaan streven naar een inclusiever beeld van de vrouwenbeweging in Nederland, waarin de stem en ervaringen van ZMV-vrouwen volledig tot hun recht komen.

Deze onderzoekwijzer is ontwikkeld met als doel mensen aan te moedigen en te inspireren om aandacht te besteden aan de ZMV-vrouwenbeweging. Het streven is om een meerstemmig, divers en inclusief beeld van de geschiedenis van de vrouwenbeweging in Nederland te schetsen. Dit initiatief sluit bovendien aan bij een van de doelen van het BHIC, namelijk het verrijken van het archief met diverse perspectieven. Hoewel het BHIC wel bronnen over ZMV-vrouwen bezit, ontbreekt een uitgebreide bronnenverzameling nog. Daarnaast gaan de bronnen vaak over ZMV-vrouwen terwijl het geen bronnen zijn van ZMV-vrouwen, waardoor hun eigen stem dus vaak nog ontbreekt in het archief.

Oorsprong van deze zoekwijzer

Deze onderzoekwijzer wil dan ook de bronnen over én van ZMV-vrouwen gemakkelijker vindbaar maken, en bovendien ingaan op het ‘creeëren’ van bronnen door middel van oral history. De onderzoekwijzer is tot stand gekomen naar aanleiding van mijn eigen onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant. In mijn onderzoek heb ik me vooral gefocust op de zogenaamde Centra voor Buitenlandse Vrouwen (hierna: CBVs), specifiek de CBVs in Oss en Tilburg. Door mijn ervaringen die ik tijdens zoektocht naar de sporen van ZMV-vrouwen in Noord-Brabant en het onderzoek naar de CBVs te delen, hoop ik anderen te kunnen helpen en inspireren om zich ook bezig te gaan houden met dit belangrijke stukje geschiedenis.

Ga hier naar het onderzoeksproject

Terminologie

Door de tijd heen zijn veel verschillende termen bedacht en gebruikt voor de vrouwen die centraal staan in deze onderzoekwijzer: de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. Maar kun je deze vrouwen wel samen in één term benoemen? Hoewel ze allen qua etniciteit niet (alleen) Nederland zijn of zich Nederlands voelen, bestaan er aanzienlijke onderlinge verschillen op het gebied van etniciteit, afkomst en nationaliteit. Daarnaast kunnen de vrouwen bijvoorbeeld nog van elkaar verschillen qua leeftijd, opleidingsniveau of sociaal-economische klasse. Het kiezen van de juiste terminologie is dus een complexe zaak. In deze onderzoekwijzer is uiteindelijk gekozen om zo veel mogelijk de term ZMV-vrouwen te gebruiken. Deze term verwijst namelijk naar zowel de verschillen tussen de vrouwen door de indeling in zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen, als naar de gedeelde ervaringen en posities van de vrouwen als ‘buitenlanders, allochtonen, minderheden’ in Nederland. Het is echter belangrijk om bij het hanteren van de term ZMV-vrouwen voortdurend aandacht te besteden aan de individuele verschillen tussen de vouwen die door deze overkoepelende term als collectief worden benoemd, om recht te doen aan alle unieke identiteiten en ervaringen van elke vrouw binnen deze diverse groep.

2. Zoektermen

Het zoeken naar bronmateriaal voor onderzoek naar ZMV-vrouwen gaat niet zonder problemen. De strijd van ZMV-vrouwen is namelijk niet uitgebreid gedocumenteerd, en is eigenlijk vooral te vinden bij de vrouwen zelf. Dit betekent echter niet er geen interessant materiaal in archieven te vinden is. Het is echter van groot belang om je bewust te zijn van de herkomst van de bronnen. Veel archiefmateriaal is namelijk afkomstig van de overheid of een Nederlandse instelling of organisatie, en komt dus vaak niet rechtstreeks van ZMV-vrouwen zelf. Hier moet bij het vinden van de juiste zoektermen ook rekening mee worden gehouden. De overheid gebruikte door de tijd heen namelijk verschillende termen om ZMV-vrouwen aan te duiden. Hieronder vind je een overzicht van de termen die in verschillende decennia gangbaar waren, en die van belang kunnen zijn bij het zoeken naar relevante bronnen.

Door op de termen uit de zoeklijst te zoeken bij verschillende archieven, kun je bronmateriaal over ZMV-vrouwen vinden. Let bij het zoeken echter wel op dat je soms informatie over ZMV-vrouwen kan vinden in bronnen die op het eerste gezicht niet specifiek over ZMV-vrouwen lijken te gaan. Zo kan er in een bron over vrouwen of ZMV-groepen in het algemeen ook nog aandacht zijn voor specifiek ZMV-vrouwen. Vooral vanaf het einde van de jaren ‘80 zul je zien dat organisaties of instellingen die werken ten behoeve van ZMV-groepen in het algemeen, ook aandacht beginnen te schenken aan ZMV-vrouwen. Gebruik in je zoektocht naar ZMV-vrouwen in het archief dus ook algemenere termen, en keur een bron over vrouwen of ZMV-groepen niet direct af.

Lijst met zoektermen

Deze lijst met zoektermen voor het vinden van bronnen over ZMV-vrouwen is voornamelijk samengesteld op basis van de BHIC-collectie. Deze zoektermen kun je toepassen op de pagina 'archieven (opent in een nieuw tabblad)'. Het is aan te bevelen om zo veel mogelijk verschillende zoektermen te gebruiken, aangezien er soms variaties in spelling kunnen zijn in de brontitel of -beschrijving. Om effectief te zoeken kun je een asterisk (*) gebruiken: zoek bijvoorbeeld op ‘buitenland*’ in plaats van ‘buitenlandse vrouwen’, zodat je ook resultaten krijgt voor ‘buitenlanders’, ‘vrouwen uit het buitenland’, enzovoorts. Hierdoor hoef je niet te zoeken op alle verschillende spellingen van een term, wat je kostbare tijd bespaart!

Jaren ‘70

Als je graag onderzoek wilt doen naar de jaren ‘70 zal je vooral moeten zoeken naar bronnen over ZMV-groepen in het algemeen, specifiek over gastarbeiders. ZMV-groepen worden in de jaren ‘70 voornamelijk nog als ‘buitenlanders’ aangeduid. Hier volgen enkele relevante zoektermen:

  • Gastarbeiders
  • Buitenlandse werknemers
  • Buitenlanders: soms wordt dit ook al gespecificeerd als ‘Mediterrane buitenlanders’.
  • Zoeken op nationaliteit: om erachter te komen welke nationaliteiten relevant zijn voor jouw onderzoek, kun je historische demografische gegevens van de geografische afbakening van je onderzoek raadplegen. In Noord-Brabant voor de jaren ‘70 tot en met de jaren ’90 zijn in ieder geval de volgende nationaliteiten relevant: Turks, Marokkaans, Grieks, Spaans, Surinaams, Antilliaans.

Jaren ‘80

Vanaf de jaren ‘80 kun je ook gaan zoeken naar bronnen die specifiek over ZMV-vrouwen gaan. Daarnaast kun je verschillende termen gaan gebruiken om ZMV-groepen aan te duiden, zoals (etnische) minderheid of allochtoon. Hier volgen enkele relevante zoektermen:

  • (Etnische) minderheden
  • Buitenlandse vrouwen: je kunt ook nog zoeken op ‘buitenlanders’, maar je zult ook al specifiekere bronnen over vrouwen kunnen vinden.
  • Zoeken op nationaliteit: hieraan kun je ook het woord ‘vrouwen’ al toevoegen om gerichter te zoeken.
  • Gastarbeiders & buitenlandse werknemers
  • Suranti of Saranti: deze term wordt gebruikt als een afkorting of verzamelnaam voor Surinaamse en Antilliaanse vrouwen.
  • Allochtonen
  • Mediterrane buitenlanders

Jaren ‘90

Als je bronnen wil vinden uit de jaren ‘90 kun je in principe met dezelfde zoektermen aan de gang als de jaren ‘80, al zijn er een aantal toevoegingen. Hier komt weer duidelijk naar voren dat er door de tijd heen verschillende termen gebruikt werden voor ZMV-groepen. Hier volgen enkele relevante zoektermen:

  • Nieuwkomers
  • Migrantenvrouwen
  • Mediterrane vrouwen
  • Arabische vrouwen
  • Zwarte vrouwen
  • Surantar: deze term wordt gebruikt als een afkorting of verzamelnaam voor Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse vrouwen.

3. Archieven en Bronmateriaal

Zoals eerder aangegeven, is het archief niet de perfecte plek voor het vinden van bronmateriaal afkomstig van ZMV-vrouwen zelf. Je zult in het archief voornamelijk bronmateriaal vinden van de overheid of Nederlandse instellingen of organisaties. Tijdens mijn eigen onderzoek kwam ik bijvoorbeeld veel bronnen tegen in allerlei archieven van gemeentebesturen, adviesraden van de provincie en het provinciale bestuur. Maar het merendeel van het materiaal was afkomstig uit archieven van Nederlandse instellingen of organisaties. In mijn specifieke onderzoek naar Noord-Brabant, waarbij ik voornamelijk gebruik heb gemaakt van het archief van het BHIC, speelden het Bureau voor Emancipatiezaken Noord-Brabant en Stichting Opbouwwerk Maasland een belangrijke rol. Dit soort algemene welzijns- en emancipatie-instellingen waren vaak betrokken bij initiatieven voor ZMV-vrouwen, waardoor veel bronmateriaal over deze initiatieven in het archief van deze instellingen te vinden is. Je zult zien dat organisaties voor en door ZMV-groepen of ZMV-vrouwen bijna nooit een eigen archief hebben.

Om relevante archieven en bronmateriaal op het spoor te komen kun je terecht bij verschillende archieven in Noord-Brabant, zoals het Brabants Historisch Informatie Centrum, het Regionaal Archief Tilburg, het Stadsarchief Breda, het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven en het Regionaal Archief West-Brabant. Afhankelijk van de geografische afbakening van je onderwerp kun je een selectie maken van de archiefinstellingen die relevant zijn voor jouw onderzoek. Naast deze Noord-Brabantse archiefinstellingen is het ook ten zeerste aan te raden om een kijkje te nemen bij Atria. Atria is het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Nergens anders in Nederland, en zelfs Europa, kun je meer informatie vinden over gender en vrouwenemancipatie. Atria beschikt niet alleen over algemene bronnen over ZMV-vrouwen, maar ook over specifiek materiaal voor Noord-Brabant. Het is dus zeker een poging waar om daar te zoeken naar bronmateriaal voor jouw onderzoek!

Tot slot is het soms ook relevant om kranten te raadplegen. In mijn onderzoek naar de CBVs ben ik in het archief veel krantenknipsels tegen gekomen. Krantenartikelen kunnen diverse soorten informatie bieden, bijvoorbeeld over het overheidsbeleid met betrekking tot ZMV-vrouwen of verschillende initiatieven voor ZMV-vrouwen. Het is echter belangrijk dat je in je achterhoofd houdt dat krantenartikelen vaak geschreven worden door journalisten. Net zoals bij het archief geldt dat je hier het perspectief van ZMV-vrouwen zelf dus vaak niet terugvind. Als je krantenartikelen wilt gebruiken, raad ik je daarnaast aan om vooral op zoek te gaan naar regionale of plaatselijke kranten, omdat initiatieven voor ZMV-vrouwen ook vaak regionaal of plaatselijk waren. Om kranten uit het verleden in te zien kun je vaak terecht bij archieven. Daarnaast kun je ook een kijkje nemen op www.delpher.nl, waar je gemakkelijk en snel historische Nederlandse kranten kan doorzoeken en inzien.

Omdat ik voor mijn onderzoek eerst ben begonnen met het in kaart brengen van zo veel mogelijk initiatieven voor ZMV-vrouwen in Noord-Brabant, heb ik een uitgebreide bronnenlijst opgesteld. Je kunt de lijst hier bekijken.

4. Oral History

Voor je onderzoek naar ZMV-vrouwen vind je in het archief hopelijk (genoeg) interessant en relevant materiaal. Hierdoor moet je echter niet vergeten dat de herinneringen, ervaringen en verhalen van de vrouwen die zelf betrokken waren eigenlijk nóg waardevoller zijn dan het archiefmateriaal. Daarom is het sterk aan te bevelen om aandacht te besteden aan oral history als je onderzoek doet naar ZMV-vrouwen. Oral history is methode voor historisch onderzoek, waarbij je interviews afneemt over het verleden. De geïnterviewden vertellen dus over zijn of haar eigen persoonlijke ervaringen en herinneringen. Het gebruik van oral history wordt bij onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging ten zeerste aangeraden, omdat het perspectief van de vrouwen vaak nog ontbreekt in archiefbronnen. Het geeft je de mogelijkheid om direct van de betrokken vrouwen zelf te horen over hun ervaringen en bij te dragen aan een completer en inclusiever begrip van de geschiedenis.

Om je een handje te helpen bij het opsporen en interviewen van vrouwen die destijds betrokken waren, vind je hieronder een stappenplan. Dit plan is hoofdzakelijk gebaseerd op mijn eigen ervaringen met oral history tijdens mijn onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant. Voor nog meer informatie en tips over oral history kun je terecht bij www.sprekendegeschiedenis.nl. Daarnaast raad ik aan om je te verdiepen in oral history via wetenschappelijke literatuur, hiervoor raad ik het boek De mensen en hun verhalen van Selma Leydesdorff aan.

Stap 1: namen achterhalen

Vanuit het archiefmateriaal kun je namen van individuele vrouwen achterhalen die mogelijk interessant zijn voor een interview. Houd alle namen nauwkeurig bij en vergeet ook niet te vermelden waar je de naam hebt gevonden en wat die persoon destijds precies voor rol of functie had. Daarnaast kun je namen van betrokken vrouwen opsporen via het internet, of je eigen netwerk en het netwerk van de instelling of organisatie van waaruit je onderzoek doet inzetten. Tot slot kun je ook nog interviewkandidaten vinden door organisaties of instellingen te benaderen die tegenwoordig bezig zijn met ZMV-vrouwen. Sommige vrouwen die vandaag de dag actief zijn binnen dit soort organisaties, waren dat in het verleden ook al!

Stap 2: contactgegevens achterhalen

Als je al het archiefmateriaal hebt doorgespit en het internet hebt afgezocht, heb je als het goed is een hele lijst met namen. Maar met alleen namen ben je er natuurlijk nog niet. Je staat namelijk nog niet in direct contact met de vrouwen die je zoekt. Het internet kan een waardevolle bron zijn om contactgegevens te achterhalen als je de naam van een persoon hebt. Een simpele Google-search kan al genoeg zijn.

Soms heb je echter wat meer research nodig. Hiervoor kun je Facebook, LinkedIn of online telefoonboeken gebruiken. Via LinkedIn heb je wel het probleem dat je vaak geen bericht kan sturen omdat een persoon niet in jouw netwerk zit. Maar je kunt via een LinkedIn-profiel soms wel zien waar diegene werkt. Door te zoeken op een naam en een bedrijf kun je soms contactgegevens vinden, zoals een werk-email of -telefoonnummer. Via Facebook kun je wel berichten sturen naar iemand waar je niet bevriend mee bent. Op Facebook zijn echter niet alle profielen actief, maar soms is het helaas de enige manier om met iemand in contact te komen. Tot slot kun je ook nog een online telefoonboek gebruiken om het telefoonnummer van iemand te achterhalen.

Een extra uitdaging bij het in contact komen met vrouwen is het feit dat ze mogelijk niet meer dezelfde achternaam hebben als voorheen. Vooral bij mijn eigen onderzoek waren de betrokken vrouwen vaak nog erg jong, waardoor ze tegenwoordig misschien een andere achternaam hebben als gevolg van een huwelijk of juist een scheiding. Hier kun je helaas niets aan doen, maar houd hier dus rekening mee tijdens je onderzoek!

Stap 3: vrouwen benaderen

Wanneer je de contactgegevens van zo veel mogelijk betrokken vrouwen hebt verzameld, ga je de vrouwen voor het eerst benaderen. Als je een grote lijst hebt, maak dan eerst een selectie van de vrouwen die je het meest interessant lijken om te interviewen. Bij het eerste contact is het belangrijk dat je duidelijk uitlegt wie je bent en wat voor onderzoek je doet. Let op dat je hierbij vakjargon of andere ingewikkelde termen vermijd. Als dit niet te vermijden is, moet je het in ieder geval goed uitleggen.

Als je een vrouw telefonisch benadert, kun je gelijk een beetje polsen wat voor informatie de vrouw je kan geven, zodat je bij het interview een idee hebt van de vragen die je kunt stellen. Beschouw het eerste telefoongesprek dus als een soort voorgesprek. Je moet uiteindelijk natuurlijk wel nog vragen of de vrouw daadwerkelijk open staat voor een interview. Als de vrouw hier positief tegenover staat, kun je ook alvast vragen of het interview opgenomen mag worden. Het is belangrijk dat je hierbij goed uitlegt waar je de beelden van het interview voor wilt gebruiken. Ook kun je vragen of de vrouw ervoor openstaat om het interview uiteindelijk beschikbaar te stellen aan het archief. Dit is erg belangrijk, omdat het archief zo meerstemmiger kan worden. Het BHIC heeft hiervoor al een toestemmingsformulier opgesteld. Het tot slot nog belangrijk om te vragen of de vrouw zelf nog in het bezit is van interessant archiefmateriaal, of nog in contact staat met andere betrokkenen.

Als je iemand via de mail of via Facebook benadert, is het wat lastiger om zo’n voorgesprek te houden. Je kunt enkele vragen stellen via de mail, maar je kunt ook voorstellen om met elkaar te bellen of fysiek af te spreken voor een voorgesprek. Een echt gesprek wekt vaak meer vertrouwen op bij de vrouwen, dus ga zo veel mogelijk bellen en fysiek afspreken!

Het is bij het benaderen belangrijk dat je je open opstelt en de vrouw zo veel mogelijk op haar gemak laat voelen. Veel mensen hebben nog nooit aan een onderzoek of iets dergelijks meegewerkt, en voor sommige mensen is het erg spannend om geïnterviewd te worden. Laat de keuze voor bijvoorbeeld de locatie van het interview daarom ook van de vrouw afhangen. Stel voor dat het bij haar thuis kan of op een andere geschikte locatie die je ter beschikking hebt. Hier kun je bijvoorbeeld denken aan een archiefinstelling of de universiteit.

Stap 4: het interview

Als je daadwerkelijk een afspraak hebt staan voor een interview, is de voorbereiding natuurlijk erg belangrijk. Zorg dat je van te voren een topiclijst hebt gemaakt met onderwerpen waar je graag over wilt praten. Het is beter om met een topiclijst te werken in plaats van met een strikte vragenlijst, omdat dit de geïnterviewde meer ruimte geeft om zelf te vertellen. Let tijdens het interview dan ook op de manier waarop je vragen stelt: vermijd gesloten vragen en stel zo veel mogelijk open vragen, zodat de geïnterviewde zo veel mogelijk uit zichzelf kan vertellen.

Probeer de geïnterviewde ook zo min mogelijk te onderbreken, zodat het gesprek natuurlijk kan verlopen. Soms gaat iemand zelf al door naar een volgend onderwerp. Vraag je dan af of dit nieuwe onderwerp nog steeds relevant is voor jouw onderzoek: is dit wel zo, laat diegene dan vooral doorgaan met vertellen. Is dit niet zo, ga dan niet abrupt inbreken op het verhaal van de geïnterviewde, maar probeer op een geschikt moment een andere vraag te stellen. Het is immers essentieel om binnen een redelijke tijdsduur te blijven. Een interview zou bij voorkeur niet langer dan 1,5 tot 2 uur moeten duren!

Voor het opnemen van een interview heb je uiteraard geschikte apparatuur nodig. Als je alleen de stem van de geïnterviewde wilt vastleggen voor persoonlijk gebruik, is een smartphone al voldoende. Als je het interview ook wilt filmen en dit beeldmateriaal ook wilt gebruiken, kun je dit ook met een smartphone doen. Hoewel een videocamera of fotocamera met filmfunctie een optie is, bieden moderne smartphonecamera’s tegenwoordig vaak al een goede beeldkwaliteit. Het is echter wel aan te bevelen om gebruik te maken van een externe microfoon, zodat de geïnterviewde zeker weten goed te horen is. Zo een microfoon hoeft niet heel duur te zijn, maar zorg wel dat hij te gebruiken is in combinatie met jouw smartphone of camera!

Na afloop van het interview is het belangrijk om niet meteen te vertrekken. Neem de tijd om nog even na te praten en te vragen wat de geïnterviewde van het interview vond. Dit biedt niet alleen de gelegenheid om de geïnterviewde op zijn of haar gemak te stellen, maar geeft ook de ruimte voor eventuele vragen, aanvullingen of opmerkingen. Ook kun je nog samen het meegebrachte materiaal van de geïnterviewde bekijken en bespreken of de geïnterviewde jou nog met andere interviewkandidaten in contact kan brengen. Vergeet als laatst niet te vragen of ze het toestemmingsformulier willen ondertekenen. In de voorgesprekken heb je dit als het goed is al besproken. Geef de geïnterviewde de mogelijkheid om het formulier rustig door te lezen en eventueel nog mee naar huis te nemen voordat het wordt ondertekend. Zorg er dan echter wel voor dat je een vervolgafspraak maakt om het ondertekende formulier terug te krijgen. Tot slot kun je nog afspraken maken over het delen van het transcript en/of de opnames van het interview met de geïnterviewde.

Stap 5: het verwerken van het interview

Nadat je het interview hebt afgenomen, is het tijd om aan de slag te gaan met het transcriberen. Deze fase omvat het nauwkeurig vastleggen van alles wat er tijdens het interview is gezegd. Voor dit proces raad ik het gebruik van het programma ‘Subtitle Edit’ aan. Dit programma is gratis te downloaden en is eenvoudig te gebruiken. Hoewel het oorspronkelijk is ontworpen voor het genereren van ondertiteling, heb ik ervaren dat het ook zeer geschikt is om interviews te transcriberen. Voor een volledige uitleg over hoe Subtitle Edit te installeren en te gebruiken, kun je hier (opent in een nieuw tabblad) terecht.

Relevante organisaties en initiatieven in Noord-Brabant

In mijn onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant heb ik ervoor gekozen om me te focussen op de CBVs. Deze centra ontstonden in het begin van de jaren ‘80 in heel Nederland, en zo ook zeker tien in Noord-Brabant. Voorafgaand aan deze keuze heb ik eerst gekeken wat er eigenlijk allemaal in de Noord-Brabantse archieven te vinden was, en wat voor organisaties er in Noord-Brabant bezig waren met ZMV-vrouwen. Om toekomstig onderzoek een steuntje in de rug te geven, heb ik een lijst opgesteld met een aantal interessante organisaties. Ik heb me hier echter beperkt tot organisaties voor én van ZMV-vrouwen. Deze beperking is bewust gekozen, omdat het van essentieel belang is om binnen het onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging specifieke aandacht te besteden aan ZMV-vrouwen en hun eigen organisaties.

Enkele belangrijke bronnen:

  • Stichting Progresso: platform voor Antilliaanse en Arubaanse vrouwen in Noord-Brabant en Limburg (jaren negentig, BHIC 2010-302 + 304 + 307 + 308 + 309 + 310) + (jaren tachtig, BHIC 1869-17804)
  • Platform Antar Vrouwen: platform voor Antilliaanse en Arubaanse vrouwen (1998-1999, BHIC 2010-459 + 464
  • Stichting Werkgroep Buitenlandse Vrouwen Veghel (1985-1987, BHIC 7710-73)
  • Marokkaans Vrouwencomité Breda (Stadsarchief Breda)
  • Initiatiefgroep Buitenlandse Vrouw en Arbeid (Stadsarchief Breda)
  • Werkgroep Surinaamse Vrouwen Eindhoven (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  • Eindhoven Vereniging voor Vrouwen uit Turkije/Eindhoven Türk kadinlar birligi (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  • Initiatiefgroep Turkse Vrouw-en-werk (Regionaal Archief West-Brabant)
  • Stichting Buitenlandse Vrouwen Roosendaal en Nispen (Regionaal Archief West-Brabant)
  • Werkgroep Buitenlandse vrouwen Roosendaal en Nispen (Regionaal Archief West-Brabant)
  • Adviesgroep Mediterrane vrouwen (1993-1994, BHIC 2010-233 + 235 + 236)
  • Adviesgroep Suranti-vrouwen (1992, BHIC 2010-234 + 235 + 236)
  • Centrum voor Buitenlandse Vrouwen Cuijk (BHIC 1482-1666)
  • Brabants Allochtoon Meidenwerk Overleg (1993, BHIC 2099-149)
  • Stichting Werkgroep Buitenlandse Vrouwen Veghel (1985-1987, BHIC 7710-473 + 1990-1993, BHIC 7710-1899)
  • Centrum voor Buitenlandse Vrouwen Breda (Stadsarchief Breda)
  • Centrum voor Buitenlandse Vrouwen Helmond (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  • Centrum voor Buitenlandse Vrouwen Eindhoven (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  • Stichting Ontmoetingscentrum Buitenlandse Vrouwen Geldrop (Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  • Stichting Buitenlandse Vrouwenhuis Roosendaal (1986, Regionaal Archief West-Brabant)
  • Initiatiefgroep Turkse vrouwen (1981-1983, Regionaal Archief West-Brabant)
  • Werkgroep Buitenlandse Vrouwen (1982-1984, Regionaal Archief West-Brabant)
  • Initiatiefgroep Turkse Vrouwen-en-werk (1983, Regionaal Archief West-Brabant)
  • Stichting Buitenlandse Vrouwen Roosendaal (1981-1989, Regionaal Archief West-Brabant)
  • Werkgroep buitenlandse vrouwen Roosendaal en Nispen (1981-1985, Regionaal Archief West-Brabant)

Ga hier naar de uitgebreide bronnenlijst

5. Literatuurlijst

Tot op het heden blijkt de geringe voor aandacht voor de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant duidelijk uit de beschikbare literatuur. Er is namelijk geen enkele publicatie die specifiek gewijd is aan de Noord-Brabantse ZMV-vrouwenbeweging. Desondanks zijn er een aantal interessante publicaties beschikbaar over de ZMV-vrouwenbeweging in Nederland en meer in het algemeen over ZMV-vrouwen of daaraan gelieerde thema’s, zoals bijvoorbeeld (anti)racisme. ter verrijking van je onderzoek en ter inspiratie voor je eigen aanpak, raad ik de volgende publicaties aan.

Relevante publicaties:

  • Maayke Botman, Nancy Jouwe en Gloria Wekker eds., Caleidoscopische visies. De zwarte, migranten- en vluchtelingen-vrouwenbeweging in Nederland (Amsterdam 2001).
  • Marijke Huisman, ‘Feministische Uitgeverij Sara (1976-1987). Case-studie voor een inclusieve geschiedenis van de tweede feministische golf in Nederland’, Historica 39:3 (2016) 18-23.
  • Gloria Wekker, ‘Nesten bouwen op een winderige plek. Denken over gender en etniciteit in Nederland’ (oratie 2002).
  • Gloria Wekker en Rosi Braidotti eds., Praten in het donker. Multiculturalisme en anti-racisme in feministisch perspectief (Kampen 1996).
  • Philomena Essed, Alledaags racisme (IJmuiden 1984): introductie van het concept ‘alledaags racisme’ en interviews met zwarte vrouwen over racisme.
  • Rosemarie Buikema en Anneke Smelik eds., Vrouwenstudies in de Cultuurwetenschappen (Muiderberg 1993): hier gaat het met name om hoofdstuk 10 ‘Het dubbele zelfbewustzijn van de vreemdelinge: feminisme en zwarte kritiek’.
  • Remco Ensel, ‘Multiculturalisme in de politieke partij. Migrantennetwerken in de PvdA en het CDA’, Migrantenstudies ?:3 (2003) 156-172: hier gaat het met name om de paragraaf ‘ZMV-vrouwen’.
  • Halleh Ghorasi, ‘Culturalisering van de emancipatie van migrantenvrouwen’, Krisis 7:3 (2006) 42-48.
  • Conny Roggebrand en Mieke Verloo, ‘Nederlandse vrouwen zijn geëmancipeerd, allochtone vrouwen zijn een probleem. De ontwikkeling van beleidskaders over gender en migratie in Nederland (1995-2005)’, Migrantenstudies ?:4 (2006) 158-178.
  • Anna Tijsseling, ‘De tweede feministische golf in Nederland. Een historiografische inleiding’, Leidschrift 30:2 (2015) 7-25: hier gaat het met name om de paragraaf ‘’Blanke slavinnen’ en ‘zwarte feministen’?’. Je kunt, net zoals bij het archiefmateriaal, ook literatuur raadplegen die meer in het algemeen ingaan op vrouwen of ZMV-groepen. Soms vind je in dit soort publicaties ook een hoofdstuk of paragraaf specifiek over ZMV-vrouwen.
  • Margaretha van Es en Nella van den Brandt, ‘Muslim Women’s Activism and Organizations in the Netherlands and Belgium’, Trajecta 29:2 (2020) 191-220.

6. Suggesties voor onderzoek

Er is nog meer dan genoeg onderzoek te verrichten naar de ZMV-vrouwenbeweging! Om je opnieuw een steuntje in de rug te bieden, heb ik een aantal suggesties qua thematiek:

  • Overheidsbeleid: de overheid op allerlei verschillende manieren invloed op ZMV-vrouwen, hun organisaties en initiatieven voor ZMV-vrouwen. Denk hier bijvoorbeeld aan subsidies, wetgeving en overheidsprogramma’s op het gebied van vrouwenemancipatie én ZMV-groepen. Het kan bijvoorbeeld erg interessant zijn om specifieke beleidsmaatregelen en hun impact op de ZMV-vrouwenbeweging te onderzoeken.
  • Organisatievorming: in mijn eigen onderzoek heb ik me vooral met de organisatievorming bezig gehouden van de CBVs. Buiten de CBVs zijn er echter nog genoeg andere interessante organisaties waar dieper op de organisatievorming kan worden ingegaan! Ik ben binnen mijn onderzoek ingegaan op de volgende onderwerpen: de ontstaansgeschiedenis, de doelstelling en doelgroep, de activiteiten en thema’s die opgezet en besproken werden en de samenwerking met/invloed van de overheid en andere organisaties of instellingen.
  • ZMV-vrouwen in de politiek: het zou erg interessant zijn om te kijken hoe ZMV-vrouwen in de politiek vertegenwoordigd waren. Je kunt hierbij bijvoorbeeld kijken naar de vertegenwoordiging op verschillende politieke niveaus, analyseren welke politieke kwesties specifiek van belang waren voor ZMV-vrouwen of hoe ZMV-vrouwen de politiek gebruikten voor hun eigen emancipatieproces.
  • Vormen van protest: in mijn onderzoek heb ik gemerkt dat ZMV-vrouwen eigenlijk op een hele andere manier ‘protesteren’ dan Nederlandse vrouwen. Je zult bijvoorbeeld minder vaak vormen van direct protest – zoals een demonstratie – tegenkomen. In plaats daarvan zul je waarschijnlijk stuiten op meer alternatieve uitingen van activisme, zoals kunst en literatuur. Het zou daarom erg interessant zijn om onderzoek te doen naar de vormen van protest van ZMV-vrouwen, eventueel in vergelijking met Nederlandse vrouwen.
  • Identiteitsvorming van ZMV-vrouwen: omdat ZMV-vrouwen vaak met verschillende culturen in aanraking komen, is het erg interessant om te kijken naar de identiteitsvorming. Hierbij is het misschien ook relevant om de eerste generatie en de tweede generatie met elkaar te vergelijken.
  • Aandacht voor ZMV-vrouwen binnen de ‘Nederlandse’ vrouwenbeweging: in de literatuur over de ZMV-vrouwenbeweging in Nederland wordt een soort scheiding gemaakt in de ZMV-vrouwenbeweging en de ‘witte, Nederlandse’ vrouwenbeweging. Het zou interessant zijn om te gaan onderzoeken in hoeverre die ‘witte, Nederlandse’ vrouwenbeweging aandacht had voor ZMV-vrouwen of thema’s gelieerd aan ZMV-vrouwen.

Meer weten?

Als je meer te weten wil komen over de ZMV-vrouwenbeweging in Nederland kun je een kijkje nemen bij Atria (opent in een nieuw tabblad). Atria is al eerder genoemd in deze onderzoekwijzer, en is een van de weinige organisaties die zich (al sinds 1992) ook specifiek bezighoudt met ZMV-vrouwen in Nederland. Daarnaast verwijs ik je graag door naar mijn eigen onderzoek naar de ZMV-vrouwenbeweging in Noord-Brabant. Mijn onderzoeksresultaten zijn terug te vinden in de vorm van een aantal verhalen, die je hier kunt bekijken.

Over de auteur

Kirsten van der Wielen, afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, onderzocht als fellow de manieren waarop zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in Brabant in de jaren ‘80 en ‘90 hun stem begonnen op te eisen. Binnen de vrouwenbeweging in Nederland is sinds midden jaren zeventig veelvuldig gesproken over en gestreden voor etniciteitskwesties. Toch blijven ZMV-vrouwen onderbelicht in de samenleving en in de wetenschap. Kirsten deed haar onderzoek in het kader van het fellowship-programma van het BHIC. Klik hier voor meer informatie over het onderzoek van Kirsten.

Mail Kirsten: kirstenvanderwielen@hotmail.com (opent in een nieuw tabblad)

Bekijk ook

Onderzoek Kirsten van der Wielen (BHIC fellow)

Belangrijke bronnen ZMV-Vrouwenbeweging

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.