Eerst wat ik ervan begrijp:
Cijns komt van census, belasting, en slaat op belasting op onroerend goed.
In de cijnsboeken vind ik namen onder elkaar met strepen ertussen. Dat slaat dus op de volgorde van de successievelijke belastingplichtigen: de laatste staat bovenaan.
Soms wordt de wijze van verwerving expliciet genoemd: vererving, versterf, koop (of “emptor”), “deylinge”, soms is dat impliciet: de weduwe of de “5 kijnder en 3 kijntskijnder”.
Daaronder staan dan een paar regels die het bezit omschrijven, “waaruit” die cijns betaald moet worden en die dus beginnen met “Uuijt” of “Uijt” en een bedrag in denariën (penningen) en nog een muntsoort (oortjes? stuivers?).
Nogal eens echter ontbreken die beide laatste elementen of één ervan: er worden cijnsplichtigen genoemd maar geen bedrag en/of geen bezit. Wat doen die namen daar dan?
Volgende vraag: waren er in Bakel/Grotel ook gronden die niet cijnsplichtig waren? Ik heb vergeefs in twee cijnsboeken (293 en 300) gezocht naar Peter Hendriks van Duijnhoven uit Grotel, getrouwd met de kleindochter van Jan Hermens, Maria Joosten. Of moet ik aannemen, dat hij tot 1756 bezitloos was? Dat veronderstelt het bestaan van huwelijkse voorwaarden.
Uit zijn huwelijkscontract met zijn tweede vrouw in 1724:
“De voorkinderen verwekt bij Marij Joosten zullen behouden alle onroerende goederen, die op hen versterven.” Zelf wordt zij voorzover ik kon nagaan in de cijnsboeken uitsluitend vermeld als deel uitmakend van 'de weduwe van Joost en 3 kinderen en 3 kleinkinderen' (cijnsboek 300, pag 10). Dat moet na 26-8-1708 zijn: op die datum is haar vader begraven (DTB Bakel en Milheeze, database BHIC).
Als er staat (Cijnsboek 293, pag. 78 fol. 246):
"Jan Hermens wed(uwnaar) & 5 kijnd: bij Peerken Joost Henrick Lamen
Peerken dr. Joost Henrik Lamen”
Mag ik dan aannemen, dat het bezit van Joost Hendrik Lamen is overgegaan op zijn dochter Peerken en dat zij ook tijdens haar huwelijk de enige eigenares is gebleven tot ze overleed en dat haar man Jan Hermens en de vijf kinderen daarna gezamenlijke eigenaren werden?
Ook dit lijkt op huwelijkse voorwaarden te duiden.
Bestond er een erfrecht zoals tot 2003: bij overlijden de huwelijksparttner de helft + een kindsdeel, de rest voor de kinderen?
Ook hier: wel twee bedragen, maar geen omschrijving van het belaste goed.
Elders vind ik wel Jan Hermans en zijn zoon Joost Jan Hermens met omschrijving van stukjes grond die hij van Lijsken Dircx Verasdonck als koper (“emptor”) heeft verworven, o.a. op pag. 61, pag. 133. Van die laatste mijn transscriptie:
"Jan Hermans emptor
Lijsken Dirckx Verasdonck
Uuijt een acker met een veenveltien daernaest geleghen op Grotel groot tsamen ontrent drije lopensaeten genaemt den Hoeck uno latere de kijnder Gort Willem Steyers (?) alio latere Jan Hermans nu gelder una fine de kijnder Gort voorsegd ende Jan Dries Jansen van Zeeland alia fine scerp uuijtscietende.
Deselve (iiii ??? en nog eens 3½ st?? wat houdt dat “pull” in?)
uuijt een acker genaemt de ouden hoff groot ontrent 2 lopensaet uno latere den Commandeur van Gemert alio latere een gemeyne steghe una fine de gemeyn straete alia fine Jan Hermans (? onze?) gelder ende Jan Dircx op Zeelandt.
Evennoch (?) uuijt eenen acker genaemt den bogart groot ontrent een lopensaeten uno latere Jan Dircx van Zeelandt alio latere Willem soon Joost Henrik Lamen alia fine Robert Heesterveldt."
Die gelder is kennelijk de cijnsplichtige.
Na de laatste omschrijving geen bedrag. Of is dat die 3½ daarboven?
Wel valt hieruit op te maken, dat Peerken een broer Willem had.