In de Kroniek van Driek Smits, te vinden op:
toine-hendriks.nl/Driek/bakel17.htm (opent in een nieuw tabblad)
is een groot aantal akten betreffende Bakel opgenomen. Daarin vind ik enige keren de uitdrukking bij de vermelding van handelende personen: “in zijnen vollen bedde”.
Een voorbeeld:
“Dat voor ons gecomen sijn HERMAN JOOSTEN in sijnen vollen bedde, LAMBERT WOLFFERS in sijnen vollen bedde, JAN JAN GEVEN THOMAS JOSEPS in sijnen vollen bedde, hebben wel ende wettelicken.... “
Het WNT en het Middelnederlands Woordenboek gaven geen duidelijkheid. Na enig nadenken kom ik tot de veronderstelling, dat hier bedoeld is: gehuwd (en met beide echtgenoten nog in leven).
Kan iemand mij daar uitsluitsel over geven?
Een andere uitdrukking a/h eind van een koopakte: "helmelinge vertegen". Dat was wel te vinden (met in deze vorm als enige vindplaats het rechterlijk archief van Helmond!):
"met de halm afstand gedaan van vast goed". Blijkt op een oud Germaans gebruik terug te gaan: door het wegwerpen van een korenhalm deed men symbolisch voorgoed afstand.