geacht forum,
Kan iemand mij uitleggen hoe ik de opeenvolgende regels van een (transcriptie van) het Bosch Protocol moet lezen. Het volgende ziet er voor mij namelijk nogal vreemd uit:
BP 1218 (Oirschot) okt 1447 – sept 1448 folio 361v
Michiel Blieck man van Heilwich dochter wijlen Aert Danels
Henrick van den Maerselaer man van Christijn Aert Danels
(let op de jaartallen)
Maar dan twee Oirschotse akten uit 1478 vlgs Toirkens:
=027=
Komen is Henrick Henricks van de Maerselaer als man van Kerstijnen dochter van Aert Daniels en doet afstand van zijn recht en aanspraken ten behoeve van Daniel Aert Daniels en ten behoeve van Heijlwig (en Margriet=doorgestreept, JT) dochter van genoemde Aert Daniels, inzake een pacht van 1 mud rogge, welke pacht van 1 mud Henrick als man van Kerstijn had geerfd en die jaarlijks wordt betaald door Bittis Jan Bittis op onderpand van een stuk land en heiveld gelegen in de Bittishoeve, herdgang Verrenbest, b.p. het genoemde Bittiserf, zijn broer Jan Bittis. Nog op onderpand van 1/4e bunder beemd ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Willem van Dorrmalen, de kinderen van Heijlwig Bittis, volgens de schepenbrief ervan.
Als het zou gebeuren dat Kerstijn die nog minderjarig is, weer in het land komt, dan zullen genoemde Daniel en Heijwig hun zuster dit mud rogge weer teruggeven en er afstand van doen en haar samen ook het geld geven dat ze van Henrick hebben ontvangen, zijnde 9 peters en 6 stuivers, elke peter gerekend tegen 18 stuivers. Genoemde Daniel en Heijlwig beloven zulks te doen.
Datum 22 februari 1478
=028=
Verschenen is genoemde Henrick (van de Maerselaer, JT) uit de vorige akte en verkoopt met een schepenbrief van Oirschot aan Margriet dochter van wijlen Aert Daniels die een pacht van een half mud rogge, maat van Oirschot, welke pacht hij heeft verkregen van Marcelis van der After, zoals diens vrouw Heijlwig dat had toegestaan om die pacht te verkopen. De pacht te betalen op onderpand van de 2 delen van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Aerle, b.p. Goijaert Smollers, de gemeijnte, volgens schepenbrief. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Genoemde Kerstijn mag die pacht later weer terughebben tegen betaling van 4 peters en 12 stuivers.
Actum als boven. (22 februari 1478, MvA)
(het lijkt er op dat de minderjarige Kerstijn de benen heeft genomen en dat haar man Henrick al haar bezit maar alvast aan haar familie overdraagt, omdat hij mogelijk al weet dat ze niet meer terugkomt, JT)
Hoe combineren deze aktes met het BP??
0 reacties
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die reageert.