In mijn speurtocht naar voorouders verkende ik met hulp van anderen onlangs het oude gebied De Vliet aan de westzijde van de Oijenseweg. Het was een driehoekig gebied met aan de andere lange zijde de Litherweg en aan de Oijense kant het gebied Mette Geupel. Mette Geupel en noordelijker de Paalakkers bestond uit weilanden/hooilanden, terwijl de Vliet hoofdzakelijk uit bouwland en "teulland" bestond. De naam geeft aan dat het ooit een nat gebied is geweest. In een schepenprotocol van 1698 (BHIC, 7365, 122,blz.116r-118r en 7365,79, blz.178r-179r) staat vermeld :"hier volgen verders de geinundeerde besaijde teulanden als namentlijck in ende bijde Vliet thien mergen drie vaetset". Van de andere broeklanden wordt niet vermeld dat die onder water staan. Deze inspectie is vermoedelijk in de lente geschied (besaijde teulanden). Op 27 november 1698 wordt vastgesteld dat het "meeste gedeeltte (ver)dorven sijn blijven leggen voorden somer vanden Jaere 1698 tot nu toe geinondeert gebleven in dier voegen datter geen ofte weijnigh profijt daer van heeft connen getrocken werden." De Vliet stroomde kennelijk niet elke winter vol water, alleen als de Beerse Overlaat zeer hoog water had. Ik begon te vermoeden dat de vreemde benaming "Mette Geupel" ooit verbonden was met de Vliet: De Vliet
mette geupel. Geupel zou dan een verbastering zijn van geul + plaats/plaat/wal.
De Vliet zou met een soort zomerdijk die niet van gelijke hoogte is enigszins zijn beschermd tegen het water van de Beerse Overlaat. Wanneer het water die hindernis nam, kon het niet weg. Het moest langzaam in de bodem opgenomen worden en verdampen. Weet iemand of er al eerder een naamsverklaring van Mette Geupel is gegeven ?
0 reacties
Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste die reageert.