Op advies van Annemarie was ik ondanks het vieze weer toch maar een bezoekje aan het BHIC te Grave gaan brengen waar o.a. de archieven van Uuje liggen, eenmaal daar aangekomen wenste Annemarie vanuit haar locatie in den Bosch mij in Grave via de chat sterkte toe met de terugreis en wil d’r daarom dan ook laten weten dat ik weer heelhuids ben teruggekomen thuis in Moergestel. Maar genoeg small talk ik heb heel veel informatie weten te verzamelen en ik wil de medewerkers van het BHIC te Grave en de andere die me geholpen hebben dan ook ontzettend bedanken voor hun hulp en welwillendheid, 1 van de eerste resultaten die ik wil noemen is dat ik o.a. de gezinskaart (de 18e eeuwse variant daarvan) van het echtpaar Van Berckel-Kemps heb mogen ontvangen, waardoor ik nu weet dat Hermanus Van Berkel Wilhelmus als patroniem had en dat zijn vrouw Joanna Peters/Peeters eigenlijk Kemps als achternaam voerde en hiermee kan ik dus weer op zoek naar hun ouders.
Sommige die dit draadje lezen zullen zich afvragen van waarom is die Jermaine nu eigenlijk door Annemarie naar Grave gestuurd, nou ik denk 1 voor de rust van Annemarie en 2 voor onderstaand uittreksel waar ik al eerder een draadje aan had gewijd:
7618.115 Index schepenprotocol Uden, Zeeland en Boekel (7618.115)
707 Hendrina weduwe Christaan van der Putten, geassisteerd door Martinus de Prock, en Jan Lambertus van Eijdenbergh, beiden wonende te Uden, bekennen 100 gulden schuldig te zijn aan Peter Boerdonk en Maria van den Berk, echtelieden, wegens geleverde waren en deels in contanten. Onderpand is de colffbaan of beugelbaan met de bijgelegen hof te Uden. Akte is opgemaakt door notaris H. de Groot met als getuigen Arnoldus van de Loop en Theodorus Mennen.
Datering: 13-08-1802
Pagina: 393-395
Soort akte: Schuldbekentenis
Plaats: Uden
Toegangsnummer: 7618
Inventarisnummer: 115
Scan: Akte inzien
Bron: Schepenbanken
Geografische namen: • Uden
Annemarie had me toen ik haar afgelopen week voorafgaande aan m’n Graafse bezoek op de chat hier sprak ook het advies gegeven om niet hele boeken te gaan doorspitten maar naar het archiefnummer en het inventarisnummer te kijken, hier had ik nog niet eerder aan gedacht dus dat was wel lekker slim van me. Daar kwam dan ook gewoon in een keer in de gescande bronnen de VOLLEDIGE originele schuldbekentenis van 1802 tevoorschijn (als fotoscan) waardoor ik weer een stapje verder was. Ik heb deze fotoscan met een aantal medewerkers en andere vrijwilligers van en in het Graafse BHIC waaronder Mijnheer Van den Berg en nog een jongere collega van hem bekeken en met de door de BHIC medewerker Van den Berg geprijsde Udense heemkundige Mijnheer Wim Rovers heb ik ook nog het e.e.a. bekeken en doorgenomen waarbij Mijnheer van den Berg aangaf dat Meneer Rovers echt alles maar dan ook alles wist over Uden, allereerst stelde ik Meneer Rovers de vraag of zo’n colff of beugelbaan (hijzelf bezwoer dat het enkel en alleen om een beugelbaan ging) nou heel bijzonder was en of er hier maar 1 was in het gehele dorp Uden.
NIET luidt het standpunt van Mijnheer Rovers, hij weet dit o.a. uit het feit omdat zijn opa Nicolaas Rovers vroeger op ‘t Hultje ook een eigen beugelbaan heeft gehad, Max schreef al tijdens een van mijn eerdere draadjes dat elk theehuis en herberg wel een eigen beugelbaan had. Mijnheer Rovers deed er nog een schepje bovenop door te stellen dat alle gehuchten van Uuje een eigen en/of meerdere beugelbaan/banen hadden dus dat we beugelbanen zullen kunnen tegenkomen in Duifhuis, ‘t Hultje, Bedaf etc, etc en dat er zelfs soms wel meerdere gewone boerderijen waren met een eigenste beugelbaan!
Nu had ik al boven aangegeven dat ik de scan 393-395 van de schuldbekentenis had bekeken met de heren Van den Berg, Rovers en nog een jonge meneer die daar ook werkte. Door de fotoscan te bekijken konden we de volledige tekst zien, waaruit toch wel het volgende bijzondere relaas te destilleren valt:
Met de Colff off beugelbaan met het daarbij geleegen hofland (en dus niet het daarbij gelegen hof zoals vermeld in het uittreksel) staande en gelege alhier in sijn bekende peilinge tot Uden.
Na de verbazing te zijn bekomen vroeg ik aan de heren rondom mij wat een bekende peilinge is en wat we hier nou voor informatie uit zouden kunnen halen, meneer Rovers dacht eerst nog ergens alhier in het dorp te hebben gelezen en hij dacht dus weer aan sectie M maar na een extra analyse bleek dit er helaas niet te staan. Mijn vraag is dus nogmaals wat “gelege alhier in sijn bekende peilinge tot Uden” nu eigenlijk betekent want ik en de rest van de heren konden er geen wijs uit, ik heb de jonge meneer die er werkte trouwens voor mij met al mijn uittreksels weer paraat natuurlijk in het kadaster archiefviewer laten kijken naar ’t Veld 388 en Straat 165 doch helaas zonder resultaat volgens hem!
Zie hieronder de andere draadjes die al eerder over dit onderwerp gingen of er mee te maken hadden:
bhic.nl/onderzoeken/forum/gezocht-voorouders-van-ida-joannes-corsten (opent in een nieuw tabblad)
bhic.nl/onderzoeken/forum/ouders-van-christiaan-christianus-van-der-putten-getrouwd-met-hendrina-van-der-heijden-heyden (opent in een nieuw tabblad)
bhic.nl/onderzoeken/forum/gezusters-jansen-te-nuland (opent in een nieuw tabblad)
Met vriendelijke groet,
Jermaine Van der Meer