De cijnsboeken had ik al bekeken.
Geen resultaat mbt ridders of Van Poppel's.
Wel zie je echo's van het leengoed van ridder Jan van der Plassche.
1368 Melijs van Pupple opte Meybocht tgoed int leen van de Plassche
1387 Melijs van Pupple opte Meybocht tgoet int leen van de plassche
1410 Melijs van Pupple opte Meybocht, tgoet int leen van de Plasse
1417 Melijs van Poppel, opten meybucht, opt goet int leen vanden plasse 2 s. 6 1/2 d.
1442 Aert Jan Meyse soen van Beke opt goet int leen van de plassche op huys hof cum pertinentis lant ende heyde
1442 Peter Van Arendonc Claes Box soen opt goet int leen van de plassche op huys hof lant ende heye
Melis van Poppel valt gelijk te stellen aan Amelis Aert Ghijben van Baerdwijc.
Die had het goed gekocht van ridder Jan "Plasse".
Op 29-8-1443 zien we
Lambert van Hemart zoon wijlen Lambert
gehuwd met Margriet dochter wijlen Jacop Amelis Aert Ghijben.
Bij Adriaenssen blz. 168-170 zien we dat deze verondersteld dat uit Amelis Aert Ghijben een familie Van Wyflet stamde.
Heylwich Bartholomeus van den Nuwenhuysen van Weelde trouwde met Jacop Peters van Poppel alias van Wyflet^^^^ te Poppel. Jacob werd in 1467 ingeschreven als student aan de universiteit van Leuven. Hij was eigenaar van de Rovertse watermolen op de grens van Hilvarenbeek en Poppel en bezat het maalrecht van Poppel.
Schutjes giste,
dat de heerlijkheid Poppel eertijds had toebehoord aan de familie Van Wyffliet, omdat deze het heerlijke huis aldaar bezat. Inderdaad bewoonde in de eerste helft van de zestiende eeuw mr. Bartholomeus Wyfliet het Poppelse Hooghuis. Het is mogelijk dat Jacobs moeder een Van Wyflet was. Waarschijnlijker is, dat zijn grootvader. Jacobus van Baertwyc, de uit Baardwijk afkomstige Jacob van Wyfliet was. Deze kon dan inderdaad in het bezit van Poppel zijn gekomen, zodat zijn
zoon zich met recht Peter van Poppel mocht noemen.
I. Jacob Amelis Aert Ghyben van Baertwyc'"", dus mogelijk Jacob Melis van Wyflet uit Baardwijk, geboren rond 1400, was vader van:"*'
1. Amelis Jacop Melis"*' te Poppel.
2. Peter Jacob Melis van Poppel, volgt onder II.
3. Engelbeern Jacop Meliss"", gehuwd met Willem Maes.
4. Marie Jacob Meliss, gehuwd met Andries Marselis Jan Srademekers."**
5. Margriet Jacob Meliss"*', gehuwd met Lambert van Hemart Lambertss.
II. Peter Jacop Melis van Peppel"** te Poppel, eigenaar van de huizing den Guedenhof te Weelde, misschien gehuwd met N. van Wyflet (een familie van die naam, gesproten uit het geslacht Back, kwam te Poppel en omgeving voor) en dan bij haar vader van:
1. Jacob, volgt onder III.
III. Jacop Peters van Poppel alias van Wyflet, bij Heylwich van den Nuwenhuysen van Weelde vader van:
1. Mr. Peter van Wyfliet"*' te Poppel had bastaards bij respektievelijk Lysbeth Arnt Willems
en Lysken Mertens:
A. Jacobus van Wytfliet"** studeerde sedert 1540 te Leuven en werd kloosterling van Korsendonk bij Turnhout, een klooster van reguliere kanunniken van de H. Augustinus. Als zodanig voerde hij later in de kwaliteit van prior het bewind over het augustinessenklooster O.L. Vrouwe ten Elze te Sichem bij Scherpenheuvel, tot 1561, toen hij pior van Korsendonk werd. Van 1563 tot 1572 was hij weer prior te Sichem en in 1572 werd hij definitief prior van Korsendonk. Inmiddels was het oorlog en soldaten van diverse partijen molesteerden het klooster. De 'geuzen' richtten het ten slotte geheel ten gronde en kanunnik Welvaarts beuzelde hierover "Dit gelukte den boozen geest maar al te wel, hij wist ook hier de voelhorens zijner trawanten zoo hevig tegen dit Huis uit te steken, dat de kloosterlingen den 30-sten April 1578 het ballingsoord insloegen om niet bloot te staan aan de verguizing van een brooddronken soldatentroep en lage volksheffe.' De kloosterlingen vluchtten naar Den Bosch en omgeving. 'De Prior, Jacobus van Wijtvliet, had met treurige oogen en beklemd gemoed aangeschouwd, hoe zijne religieuzen in 1578 en de kloostergebouwen prijs gegeven werden aan de onteering van gewetenloozen. Te midden van al die troebelen en heiligschendingen was deze Jacobus negen jaar later d.i. in 1587 te Antwerpen in het stift of klooster Valkenbroeck overleden, waar hij langen tijd deze Zusters bestierd had." Hij werd aan de voet van het hoofdaltaar in de Faconskerk begraven.
B. Mr. Gregoris van Wytfliet J.U.L."*' studeerde rechten aan de universiteit van Leuven, waaraan hij nadien werd verbonden als advocalus fiscalis. Op 8 juli 1594 is hij te Leuven overleden. Bij Katelijn Huybrechts was hij vader van:
AA. Mr. Cornells van Wytfliet'"", advokaat en in 1597-1625 griffier van de Soevereine Raad van Brabant te Brussel. Hij schreef de Descriptionis Ptolemaica augmenium. she occidentis nolitia, waarvan de tweede druk in 1597 te Leuven verscheen.
2. Heer Valentijn van Wijfliet"", pastoor van Weelde en rector van de kapel te Eel, overleed
in zijn parochie op 9 april 1348, om 9 uur ante prandium. Hij had een bastaarddochter, Barbara
van Wytfliet.
3. Mr. Bartholomeus van Wyffliet, volgt onder IV.
IV. Mr. Bartholomeus ran WyfHIet M.D."", bewoner van het Hooghuys te Poppel, eigenaar van
de Rovertse watermolen. Gramaye vermeldt hem als Medicus celeberrimus. Hij vestigde zich te
Turnhout, waar hij op 3 november 1556 overleed. Twee kinderen (uit zijn huwelijk met een joffer
Van Berckel?) zijn bekend:
1. Mr. Hercules van Wytfliet"" vestigde zich te 's-Hertogenbosch, waar hij op 10 juni 1567 trouwde met Heylwich Henricx van den Leemputte"'*, dochter van Henrick Adriaens van den Leemputte en van Hadewych Jan Gecx. Deze was op 16 januari 1541 te 's-Hertogenbosch gedoopt en is er op 24 juni 1568 overleden. Hercules hertrouwde daarop met Cathelyne Goyarts van Reeck'*", dochter van Goyaert Cornells Roeloffs en van Aleydt Gljsbrechts van Tuiden. Hercules was rentmeester van het kapittel van Den Bosch en overleed aldaar op 10 september 1589.
2. Jonker mr. Jacob van Wytfliet'"* kocht in 1597 het kasteeltje Spreeuwenberg te Vught, waar hij resideerde als rentmeester van de kommanderijgoederen. Aldaar is hij in september 1618 overleden. Hij was gehuwd met Lamberta Lambert Matthijs Brugmans uit Den Bosch en had nageslacht.