De ouders van Agnes en Catharina van Pollaert
André van Pollaert sloot op 20 januari 1602 een huwelijkscontract met Jkv. Barbara van Eijck. Hij is in 1610 overleden. Hij, zowel als zijn vrouw zijn te Baexem begraven.
Jkv. Barbara van Eijck was een dochter van Godevaert, Heer to Zeelst en van Elisabeth Prouninck, genoemd Deventer. Haar broer Floris van Eijck was heer van Nuenen en Gerwen.
Op 22 oktober 1620 is een accoord bereikt tussen Joh. van Keverbergh genoemd Meeuwen en zijn vrouw Barbara van Eijck, weduwe van André van Pollaert, ter ene zijde, met de voogden (Johan Ingenhoven en Floris van Eijck) van de (6!) onmondige kinderen van André van Pollaert en Barbara voornoemd en Otto van Galen en Eva van Pollaert, zijn vrouw, ter andere zijde.
De kinderen
VIII.1
Dirk erfde Exaten en werd dus heer van Exaten. Zie verder de tot zijtak geworden tak van Exaten in het hoofdstuk "Pollaert van Exaten".
VIII.2
Jonker Johan (Jean) van Pollaert, heer van Aldeneyck, erfde Aldeneyck van zijn oom Lambert (zie VII.3). Hij was driemaal gehuwd.
De eerste maal huwde hij op 17 maart 1635 met Jkv. Elisabeth van Laer van Hoenlo.
Hij huwde voor de tweede maal met Jkv. Johanna Anna Ingen Haeff.
Johan huwde voor de derde maal met Jkv. Catharina Clair van Spee.
Hij stierf op 4 december 1678 te Aldeneyck.
VIII.3
Elisabeth huwde in 1628 met Lambert, Baron van Keverbergh, heer van Aldenghoor. Deze overleed op 29 oktober 1644. Zijn vrouw leefde niet meer in 1655.
april 1629
Roermond-Leeuwen: Niclaes Spee van den Vorst, scholtis, Philips Soudermans genaamd Uphaeven, Gerardt Puijl en Johan van Reijde, laten van de heerlijkheid Leuwen en schepenen van (Maas)Niell, oorkonden dat jonker Lambrecht van Kiverbergh (ook: Keverberg), met uitdrukkelijke toestemming van zijn echtgenote joffer Elisabeth van Pollart, op verleende aarde in de Voorstad ('fuerstat') te Ruremunde Bouten Up, aan Goerdt Quiten, halfman te Asselt en diens echtgenote Catharina Steinen zijn hof, erf en goed te Leuwen heeft verkocht, bestaande uit behuizingen, akkerland, weiden en bemden, inclusief een gedeelte dat onder het gerecht van Swalmen op de Wullen Weirdt en op de Germends Baendt is gelegen. De goederen zijn gelegen als volgt:
- een stuk land aan de Sandtstraet onder Leuwen en een stuk op de Lhoe Kamp;
- 2 stukjes land op de Lhoekamp, met een korte zijde grenzend aan de Hoigh Heckh (= ± steilrand Vuilbemden);
- 1 stuk land aan de Ecksels;
- 1 stuk land up het Lutter Veld;
- 1 kempke land achter de hof van het Capittel;
- 1 stuk land de Hogen Schoer (= oever?; vgl: Eng. shore);
- 1 stuk land aan de Gebranden Weijer;
- 1 stuk land op de Loch;
- 1 stuk land aan de Mergelbergh;
- 1 baend bij de Roeher, de Diepenbaent genaamd;
- het aandeel van de verkopers van de dries gelegen bij de Maas;
- en tenslotte het Braussels (?) Bendtgen zoals dit met zijn rechten en gerechtigheden binnen zijn voeren en palen is gelegen, zijnde een vrij goed, uitgezonderd een jaarlijkse last van ½ malder rogge ten behoeve van de kooldragers.
Nadat de verkoper 'mit handt, halm und monde' afstand heeft gedaan, worden Quiten en echtgenote voor een bedrag van 10.500 gulden Roermonds de nieuwe eigenaren.
GA Roermond, Roermondse Familiearchieven V 20, inv.nr. 17; charter. Charter met 3 zegels van scholtis, laten (1x) en schepenen. Plaats voor tweede zegel niet gebruikt dan wel zegel afgevallen.
1629 (waarschijnlijk april)
Asselt: Matthis van Cruchten, scholtis, Jacob Gubbels en Johan Peukens, schepenen van het gerecht van Assellt en Swalmen, oorkonden dat jonker Lambertt van Kiverbergh, met toestemming van zijn echtgenote joffer Elisabeth van Pollardt, diverse goederen heeft verkocht aan Goerdt Quiten en Catharine Steinen, te weten:
- zekere erfschap genaamd de Wullen Weirdt, gelegen te Asseltt in de Oe op het Gewidt tussen het erf van jonker Steinen en het erf van de armen en met een korte zijde grenzend aan de Haeresbenden, groot ca. 6 morgen;
- de Gromets Baendt, eveneens aldaar gelegen tussen het erf van de Asselterhof en de Hares Benden, met één korte zijde grenzend aan het gemeine Broick te Asselt, zijnde vrij erf, groot ongeveer 5½ tot 6½ morgen;
zoals beide stukken erf met hun rechten en gerechtigheden eigendom zijn geweest van de verkoper, voor een bedrag van 10.500 gulden Roermonds waarbij inbegrepen de andere erven gelegen onder Leuwen en Neel die aldaar ten overstaan van richter en schepenen zijn overgedragen.
GA Roermond, Roermondse Familiearchieven V 20, inv.nr. 18; charter.
VIII.4-6
Nog 3 kinderen.
Eén daarvan is Anna van Pollaert. Ze wordt genoemd als nicht van Hans Hendrik van Gaelen (zie Roerstreek ’93, de Triest), en was gehuwd met Johan Herman van Hirtz Landtskron (in januari 1632 genoemd bij verpachten boerderij ter Culen).
Een ander kind is Agnes van Pollaert. Volgens Coppens nieuwe beschrijving van het Bisdom den Bosch III (3e deel) 1843, pag. 119, was Agnes van Pollart "de laatste overste van Hoydonck (te Neerwetten bij Nunen) bij Eindhoven”.
Ze wordt eveneens genoemd in “De laatste Joffers van het klooster Hooidonk, 1651-1656”, van J.Th.M. Melssen uit Eindhoven, gepubliceerd in de Brabantse Leeuw, jaargang 26, nr 1 en 2, jan-feb 1977, pag. 64. Melssen geeft aan dat Agnes priorin was sinds 1630.
Na verdrijving uit het klooster der Augustinessen begaf zij zich naar Lier. Een beroemde relikwie uit 1131, “de wonderlijke partikel van het heilig Kruis”, nam ze mee, en bewaarde deze tot haar dood. In 1244 is volgens een verklaring van bisschop Bonifacius van Lausanne het “wonder van Hooidonk” gebeurd met de partikel van het heilig Kruis. Het wonder gebeurde tijdens de inwijding van de kapel van de priorij. De bisschop voerde tegelijkertijd namelijk ook een controle uit op de echtheid van een splinter van het heilig Kruis die door de nonnen als relikwie werd vereerd. Heilig hout drijft niet, wilde het volksgeloof. Onder de ogen van vele getuigen werd het stukje hout daarom in gewijd water gelegd. Het zonk tot driemaal toe en er verschenen zelfs bloedrode druppels. De splinter werd echt verklaard.
Agnes overleed te Lier op 19 maart 1663. Zij is begraven in de kapel van O.L. Vrouw te Duffel, met het volgende grafschrift:
"Hier rust de seer Eerw. Hoochedele Vrouwe Mevrouw Agnes van Pollart, abdisse van het adellijck Clooster van Hoydonck van waer verjaecht int jaer 1650 met verlies van Clooster ende goederen, het leven van 55 jaeren ghe-eindicht heeft binnen Lier den 19 maart 1663".
Na haar overlijden werd de wonderlijke partikel van het heilig Kruis “in een silveren kasgen ingesloten neffens een gulden rinck met eene roos van diamanten daarin gewirckt” naar de abdij van Rolduc overgebracht. De relikwie bleef daar tot de Franse omwenteling. Toen viel zij ten deel aan een van de kloosterheren, Laurentius Welter, die ze naar de naburige kerk van Waubach bracht. Het heeft tot 1953 geduurd voordat de Waubachse pastoor de helft van deze houtsplinter wilde afstaan aan de kerk van Nederwetten. In 1954 is op de fundamenten van de kapel een nieuwe kapel gebouwd uit dankbaarheid voor de terugkeer van een deel van van de houtsplinter.
Het klooster van Hoydonck was een stiftklooster voor adellijke dames. Het werd in 1146 gesticht door de Augustijner kanunnik Leo, een der Koorheren van Rolduc. Oorspronkelijk was het klooster een burcht die toebehoorde aan Willem II de Roovere Stakenborch, heer van Asten, Escharen en Leidorp (= Lierop). Willem schonk de burcht aan een religieus familielid, Leo de Hoighe, om een klooster te stichten (met de drie dochters van Willem als eerste kloosterlingen).
Het kloosterwapen werd gevormd uit een stappende haan in een vrijkwartier en twee molenijzers. De haan is symbool van de kloosterlijke waakzaamheid. Het wapen is afgeleid van het familiewapen de Roovere Stakenborch, dat bestaat uit drie molenijzers met een hanenkop als schelmteken. Dezelfde molenijzers komen ook voor in het wapen van het Utrechtse Montfoort.
Het kerkje waarvan de bouw in 1146 begon werd in 1148 ter ere van O. L. Vrouw en van de heilige Joannes Evangelist gewijd door Philippus, bisschop van Osnabrück.
Een fragment van een oorkonde, aangegeven in Schutjes, Geschiedenis van het bisdom van ‘s-Hertogenbosch, V bl. 157, luidt:
“In ‘t jaar ons heeren MIc ende XLVI es dat cloester van Hoedonck bij Eindhoven begonnen om te timmeren by einen Religieux van Shertoge-Rode geheyten Leo ende in ‘t jaer van XLVIII die capelle by den selven Leo gefondeert ende gewyt by den eerwerdighen heere geheyten Philips van Hosenbreycken”.
In 1648 (op 5 juni om precies te zijn) maakte de vrede van Munster een einde aan de tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden, die op 23 mei 1568 begonnen was met de slag van Heiligerlee. De Republiek der Verenigde Nederlanden werd als soevereine staat erkend. Bij die vrede van Munster werd de Meierij van ‘s-Hertogenbosch formeel ingelijfd bij de calvinistische Republiek. De Staten-Generaal voerden het bestuur over de Meierij en streefden religieuze en politieke hervormingen na waarbij het katholicisme moest wijken voor het calvinisme. Cornelis Prouninck van Deventer was al in 1645 door de Staten-Generaal benoemd tot schout van Peelland, het oostelijke kwartier van de Meierij. Hij werd belast met de uitvoering van de politieke reformatie van de Meierij, die de vervanging van bestuursfuncties behelsde van katholieken door calvinisten. Zijn taak was ook het confisqueren van de kerkgoederen van Peelland. In 1650 werd de priorij van Hoydonck aangeslagen. Alle goederen werden verkocht of verpacht. De “joffers” konden met hun jaarlijkse alimentatie een heenkomen zoeken elders. In “De laatste Joffers van het klooster Hooidonk, 1651-1656”, van J.Th.M. Melssen wordt van elke “joffer” aangegeven welk bedrag aan alimentatie ze jaarlijks ontving.
Cornelis Prouninck van Deventer heeft in de voormalige abdij van Hoydonck gewoond en overleed daar op 1 mei 1667.
Volgens Schutjes (V.164) is van het eenmaal zo vermaarde convent niets meer te zien dan enige kelders. De huidige Hooidonkse watermolen, Hooidonk 10 te Nederwetten, dateert uit 1870 en is een rijksmonument. Oorspronkelijk echter heeft op deze plek een watermolen gestaan die dateerde uit 1150. De kloosterzusters van de priorij van Hoydonck lieten een aparte aftakking van de Dommel graven voor de bouw van deze watermolen.
De “Oude Toren” te Nederwetten maakte deel uit van de 15e eeuwse parochiekerk van Nederwetten. De eerste parochiekerk werd hier gesticht in 1250 door de priorij van Hooydonk. Van 1756 tot 1792 deed de kerk dienst als raadhuis van de gemeente Nederwetten. De kerk is in 1898 afgebroken, nadat de nieuwe Sint-Lambertuskerk in gebruik was genomen. Daarna bleef de toren tot 1920 dienst doen als “luidtoren”, waarna de luidklokken overgebracht werden naar de nieuwe kerk. In 1938 verloor de toren door een storm haar spits. Conservatie van de toren vond in 1982 plaats.
Het derde kind is Catharina van Pollaert.
In Bossche Bijdragen, Deel XI, 1931-1932, vinden we een artikel over Soeterbeek en Catharina van Pollaert, die daar na 1656 tot aan haar dood verbleef.
"Als van eene buitengewone weldoenster in dien tijd wordt met den hoogsten lof melding gemaakt van Juffrouw Catharina van Pollaert, religieuse van Hooidonk, die in 1650 uit het klooster te Hooidonk verjagen was en nu, nog met eene andere oud-religieuse van Hooidonk nl. Anna Vaeck, haren overigen levenstijd doorbracht in het klooster te Zoeterbeek".
Catharina van Pollaert was in 1645 kosteres te Hooidonk. De grote weldaden die zij aan Soeterbeek bewees betreffen de schenking van de hoeve "Ter Straten" onder Nederwetten. Ook werden nog twee andere hoeven die in 1716 door het land waren aangeslagen, omstreeks het overlijden van Catharina in 1724 door Soeterbeek in eigendom terugontvangen. Daarbij heeft Catharina waarschijnlijk gebruik gemaakt van een tussenpersoon, de Helmondse advocaat Mr. Anthony Molemakers, die namens haar de aankoop verzorgde.
Als teken van haar weldadigheid hing nog omstreeks 1800 een "schijn" in de kosterij van het klooster van Deursen (bij Ravenstein).
Toen Catharina uit Hooidonk werd verdreven, nam ze een kostbaar reliquiekastje mee. Door de erfgenamen van Theresia Smits van Oijen is de reliekschrijn omstreeks 1905 geschonken aan de eerwaarde zusters te Oijen, die hem in 1979 weer terugschonken aan het klooster Nieuw Soeterbeek in Deursen. Achter glas bevat deze schrijn relikwieën van het H. Kruis en de doornenkroon.