Nog wat aanvullingen:
Baetken Lucas (ook Beatrix Lucas), vrouw van Arien Henricks Jongers, zal geboren zijn in Uden en was een dochter van Lucas Rombouts (Rommen) uit Uden en Agneesken Gerits van Loeken.
Lucas Rombouts (Rommen), won. Uden is overleden tussen 31 jan. 1577 en 10 mei 1580. Hij huwde vóór 19 mei 1534 met Agneesken Gerits van Loeken, geb. Veghel, overl. tussen 1 jan. 1548 en 31 jan. 1577, dochter van Gerit (Gerardus) Thijssen van Loeken, schepen van Veghel, en van Gertrud Gerit Danels.
Lucas was zoon van Rom(bout) Joosten, overl. vóór 19 mei 1534.
N.B. een kleinzoon van Lucas komt terecht in o.a. Dinther en heeft aldaar nageslacht onder de toenaam/familienaam Van Uden.
Schepenprotocol Veghel, toegangsnr. 7700, inv. nr. 23, fol. 174-176v. [scan 197-200]. Item Thijs zoene wijlen eer Gerit soene wilne[r] Thijs van Loecke[n] vanden selven Geritden en[de] Gertruden dochter wijlen eer Gerit Danels soen tsamen gewonnen, Meester Gerit sijn wittige broeder priester, ende Cornelis soene wijlne[r] Ariaens van Gorcu[m] als ma[n] en[de] mom[b]er Hanricken sijnre wittige huijsvr[ouw]e dochter wijlen eer Gerits en[de] Gertruden voirs[creven] en[de] Lucas soene wijlen eer Rombout Joesten als ma[n] en[de] mom[b]er Eeffsen sijnre huijsvr[ouw]e oick wittige dochter Gerits en[de] Gertruden voirs[creven], en[de] Jan soene wilne[r] Hanrick Willemss als ma[n] en[de] mom[b]er Marie sijnre wittige huijsvr[ouw]e wittige dochter wijlen eer Laureij[n]s Hermanss vanden selven Laureij[n]ssen ende Beatris sijn wittige huijsvr[ouw]e, wittige dochter wilne[r] Gerits ende Gertruden voers[creven] en[de] Jan sijn swager wittige soene wilne[r] Laureij[n]sen ende Beatris voirs[creven], voer hen selven en[de] voer Bartholomeeus Peterssoen als ma[n] en[de] mom[b]er Mechtelden sijnre huijsvr[ouw]e wittige dochter wijlen eer Laureij[n]sen ende Beatris voirs[creven] en[de] voer Herma[n] wittige soene wijlen eer Laureij[n]sen en[de] Beatris voirs[creven] en[de] daer voer geloeven[de], hebben erffelijcken gesceiden ende gedeijlt sek[er]e erffenissen, erffpachten, erffrenthen en[de] gerede penning[en] hen aencom[end]e en[de] aenbestorven van Geritden hoere[n] vader voirs[creven] ende Gertruden hoere moeder; Thijssen voirs[creven] is mette[n] loet te deel gevallen ene[n] Aa be[e]mpt tsamen metten recht vande wege[n] totten voirs[creven] beemt genoe[mp]t den Dunge[n] bempt situm in p[a]ro[chi]a de Vechel in die Molen thiende u.l. Aerlbert van Berkel a.l. et uno fine erffenisse Walraven van Erpe a.f. op die Middelgaelssche Laecke, item noch een stuck lants groet omtr[ent] drie loepens[aet] genoe[mp]t den Beeckecker sit[um] in p[re]d[i]c[t]a p[a]ro[chi]a ter plaetsen genoemt op die Hogeboert u.l. Willem Pijnappel a.l. Henrick Peterss u.f. die Rijt toebehoiren[de] Anna Marte[n] Aert Peters dochter a.f. den gemeijne[n] wech, item noch derthien vaeten roggen die welck gelt Jan Hanricxssoen van Wetten vuijt sijnen erffenissen, item noch een stuck lants genoemt dat claens stuck geleg[en] in die voirs[creven] p[a]rochie ter plaetsen genoempt op die Hogeboert v.l. Thijs voirs[creven] a.l. erffg[enaemen] Goerts van Lancvelt met mee[r] anderen v.f. Aelbert Dircx a.f. op een straetken, item noch vier Bosch ponden paijme[n]ts erffchijns die welck gilt Jan Wellens soen, it[em] noch derdalf Bosch po[nde]n paijme[n]ts erffchijns die welck gilt Gerit Geritsse, it[em] noch vier Bosch ponden paijme[n]ts erffchijns die welck gilt Jan Peter Tielens soen, item noch vier Bosch ponden paijme[n]ts erffchijns die welck gilt jaerlicx Cornel[is] Hanrick Deckerssoen, item noch vier Bosch ponden paijme[n]ts erffchijns die welck [gilt] een man tot Lieshout, item noch vijff en[de] twintich st[uijver]s erffchijns die welck gilt Hanrick Jan Joesten soen; Item Meester Gerit priest[er] voirs[creven] is metten loet te deel gevallen een huijs, schuer, brouhuijs, ho[f]stat en[de] hoff metten erffenissen d[aer] toe behoiren[de] sit[u]m in p[a]ro[chi]a de Vechel ter plaetsen genoemt aen die straet bijder kercken als dair Gerit Thijssoen voirs[creven] wijlen eer te woenen plach u.l. die we[duw]e Rutgers van Erpe a.l. Hanrick soene Hanrick Driessen v.f. die gemeij[nen] straet a.f. erffg[enaemen] Loeij Janssoen met mee[r] anderen, item noch een stuck lants groet omtre[nt] een loope[n]se sit[um] in p[a]ro[chi]a voirs[creven] ter plaetsen genoe[mp]t in die Nederbiest u.l. erffg[enaemen] Goerts van Lancvelt a.l. erffg[enaemen] Matheeus van Berge v.f. op die Rijt toebehoiren[de] Anna docht[er] Marte[n]s Aert Peterss a.f. die gemeij[n] straet, it[em] noch een stuck lants oick groet omtr[ent] een loepe[n]se sit[um] in p[a]ro[chi]a et loco p[re]dicta genoe[mp]t t’Hoeffken u.l. Hanrick Pet[er]s a.l. erffg[enaemen] h[eer] Jans vand[er] Straten v.f. Aert Jan Delis met mee[r] andere[n] a.f. die gemeij[n] straet, it[em] noch een stuck lants genoe[mp]t den Honstert (of Houstert) groet omtr[ent] een loepe[n]se sit[um] in p[a]ro[chi]a p[re]dicta op die Hogeboert u.l. erffg[enaemen] Goerts van Lancvelt a.l. Aelbert Dircx met mee[r] and[er]en v.f. Joest Del[is] a.f. Thijs Geritssoen, item noch een stucxken van enen torffvennicken geleg[en] in die voirs[creven] p[a]rochia int Torffvenne bij Hanrick Lambert Romboutss aen die heije v.l. Ghijsbert Driesse en[de] voert rontom erffenis Hanrick La[m]berts, it[em] noch vijff k[arolus gul[den] erffchijns die welck gelden die erffg[enaemen] Hanricx Dries Thijssoen, item noch sess pond[en] paijments erffchijns die welck gilt Delis Driessoen; Item Cornel[is] soene wilne[r] Ariaens van Gorcu[m] ut tutor sue ux[oris] is tot deel gevallen een stuck lants met enen houtwasse d[aer] bij en[de] aen en[de] d[aer] toe behoiren[de] met ene[n] torffvenne genoemt die tongen stucken groet tsamen omtr[ent] nege[n] loepense sit[um] in p[re]dicta p[a]ro[chi]a ter plaetsen geheijten aent Hezelaer u.l. Wout[er] Wille[m]ss van Coelen u.f. Walrave[n] van Erpe Walrave[n]sse en[de] voert aen die gemeijnt, item noch negen vaeten roggen die welck gilt Hanrick Wille[m]ss van Tillar die jonge vuijt sijnen erffenissen, item noch drie mauw[er] roggen die welck gelde[n] die erffg[enaemen] Aelberts Rutg[ers] Aelbertssoen, it[em] noch soeven vaete[n] rogge[n] die welck gelden die erffg[enaemen] Hanricx Roeffart Hanricxssen, item noch een mud haveren die welck jaerlicx gilt den docht[er] wijlen eer Joris Ghijsberts, it[em] noch vier Bosch pond[en] paijme[n]ts erffchijns dieme[n] jaerlicx gilt vuijt Coeijt Brouw[er]s ho[f]stat geleg[en] in die Boekelair stege, it[em] noch acht Bosch pond[en] paijme[n]ts erffchijns die welck gelden die erffg[enaemen] Aert Bitssoen, it[em] noch sestalve[n] karolu[s] gul[den] erffchijns en[de] vijff st[uijver]s die welck gilt Jan Ariae[ns] Blaffartssoen; Item Lucas soen wilne[r] Rombout Joesten als mom[b]er voirs[creven] is mette[n] loet te deel gevallen enen hoeij bempt twee bue[n]re bempts off d[aer] omtr[ent] begrepen[de] in eenen camp van drij buenderen groet wesen[de] geleg[en] inden prochien van Scijnle ter plaetsen geheijten die Beijntelshorst u.l. Willem Geritss a.l. erffg[enaemen] Rutgers van Erpe strecken[de] vander gemeijnten van Vechel tot erffenisse Willems van Vaerlaer welcke voers[creven] twee bue[n]re bempts Gerit Thijs soen van Loecken wijlen eer in coep v[er]cregen heeft tegen Hanricken soen wijlen eer Wille[m] Henricxsoen, it[em] noch een mauw[er] rogge[n] die welck gilt Herman Jan Walravens soen opten Vorstenbosch, it[em] noch een mauw[er] rogge[n] die welck gelden die erffg[enaemen] Hanrick Herma[n]s tot Erpe, it[em] noch een mauw[er] gersten die welck gilt Hanric Wille[m]ss van Tillair d’Aude, item noch een stuck lants genoemt den Spoelhoevel groet omtr[ent] drie lopense u.l. neven een venne toebehoiren[de] diversche p[er]soenen a.l. neve[n] die gemeij[n] straet u.f. h[eer] Jan Hanricx en[de] sijnre kinderen a.f. Hanrick Joris soen, it[em] noch twee karolu[s] gul[den] en[de] negen st[uijver]s die welck gilt Willem Claeussoen van Doeiren, it[em] noch vijff Bosch pond[en] paijme[n]ts erffchijns die welcke gilt Wijn Hanricxsse, item noch vierdalven ph[ilip]s gul[den] die welck gilt een man tot Lieshout, item noch drie Bosch pond[en] paijme[n]ts die welcke gilt Willem Surmo[n]ts Lonissoen; it[em] Jannen soen wijlen eer Laureij[n]s H[er]ma[n]sse en[de] Herma[n] sijn wittige broeder en[de] Meeussen en[de] Jannen hennen swageren als mom[b]ere[n] hennen huijsvr[ouw]en voirs[creven] is metten loet te deel gevallen twee Aabempts neven malcanderen gelegen inder prochien van Vechel ter plaetsen genoempt int Akart, item noch vijf mauwer rogge die welck gilt Claeus soene wilne[r] Claeus Smollerss, item noch een stucxken lants genoemt Luijckens stucxken sit[um] in p[a]ro[chi]a p[re]dicta ter plaetsen genoemt die Nederbiest, it[em] noch sess Bosch ponde[n] [paijments] erffchijns die gilt Gerit van Lanchuijs, it[em] noch vier Bosch ponden paijments erffchijns die welck gilt Gerit Lambertssoen, item noch twee Bosch ponden paijments erffchijns die welck geld[en] die erffg[enaemen] Roeloff Aertssoen op Zijtart, item noch derdalven karolu[s] gul[den] die welck gilt Jan Hanricx soen van Wetten, item noch XVIII st[uijver]s erffchijns die gilt Jan Maes Melissoen, item noch XXV st[uijver]s erffchijns die gilt Hanrick Peter Willemss, Act[um] den XIXden dach van meije d[er] mae[n]t a[nn]o XVC en[de] XXXIIII (19 mei 1534).
Stadsarchief ’s-Hertogenbosch, Bosch Protocol, inv.nr. 1393, fol. 327-328v. Mathijs soen wijlen Gerits Thijssen van Loeken, Cornelis Arienssoen van Gorchem als man en[de] mo[m]baer van Henrixken sijnre huijsvr[ouw]e, Lucas Rom Geritssoen als man en[de] mo[m]baer van Agneesken sijnre huijsvr[ouw]e dochte[re]n wijlen Gerits Thijssen van Loeken, Bartholomeeus Peter Dircx Goijartssoen vanden Eijnde als man en[de] mo[m]baer van Mechtelden sijnre huijsvr[ouw]e ende Jan soen wijlen Henricx Wille[m]ss als man en[de] mo[m]baer van Merijken sijnre huijsvr[ouw]e dochte[re]n wijlen Laureijns Hermanssoen, vanden selven wijlen Laureijns ende Beatricen sijnre huijsvr[ouw]e dochter wijlen Gerits Thijssoen van Loeken tsamen verwect, hebben oepenbaerlick bekent een erfdeijlinge gemaect te hebben van sekere renten, chijnsen en[de] pachten hier naebescreven hen bij ende naeder doot van wijlen hee[re]n en[de] meester Gerits soen wijlen Gerits Thijssen van Loeken priester aenbestorven, datum ultima januarij a[nn]o XVC XLVIII (1 jan. 1548).
Stadsarchief ’s-Hertogenbosch, Bosch Protocol, inv.nr. 1363, fol. 320v.-321v. Mathijs soen wilner Gerarts Mathijssoen van Loeken, Cornelis soen wilner Adriaens van Gorinchem als wittich man en[de] momber, zoe hij zeeghde, van Henricxken zijnder huijsvrouwen, en[de] Lucas soon wilner Rombouts Joosten als wittich man en[de] mo[m]ber, zoe hij verclaerde, van Agneesken zijnder huijsvrouwen dochteren des voorn[oemde] wilner Gerarts Mathijssoen van Loeken, drie vierdegeddelten tot hen, zoese zeeghden, behoerende in huijs, erve en[de] hoff ende alnoch in een ander huijs en[de] erve met eenre olijmoelen in dit huijs wesende, met allen haren rechten en[de] toebehoirten, en[de] den erffenissen daer beneffens en[de] achter aen gelegen, den iersten genoempden huijse huijse, erve en[de] hoff aenliggende, gestaen en[de] gelegen binnen ’t Vrijdom der stadt van sHertogenbossche tot Vucht, item noch in een stuck weijlants gelegen aldaer, noch in een stucxken ackerlants, anderhalff lopensse lants gelegen inden parochie van Vucht, hebben zij wettelicken en[de] erffelicken vercoft Jannen soon wilner Henricx Wille[m]ss, 25e augusti 1553.
Stadsarchief ’s-Hertogenbosch, Bosch Protocol, inv.nr. 1494, fol. 441v.-442 gecompareert is geweest Joost soone wijlen Adriaens Jongers, bijden selven Adrianen ende wijlen Baetken sijne huijsvrouwe dochtere wijlen Lucas Rom Joosten te samen verwect, ende heeft deselve oipent[lijck] midts desen oipent[lijck] beleden ende bekent dat Ghijsbert Antonis als een vanden momboiren over de onmundighe kijnderen wijlen Cornelis Timmermans tot Vechel inden naeme der selver onmundigen aen zijns Joostens handen heeft affgelost ende gequeten een jaerlicken en[de] erffelicken chijns van ses carolus gulden, wesen[de] vander date den XVIIIen julij anno XVC XXX, welcke voors[chreven] chijns den voern[oemde] Joosten midts doot en[de] afflijvicheijt sijnder ouders is aenbestorven ende geadvolveert, in kennisse gegeven den XVIIIen septemb[e]r an[n]o XVIC achtien (18 sept. 1618).