Meriken Pouwels, vrouw van Gerit Jan Gerits Croeff, is een dochter van Pouwel Thijssen, heemraad van het Hollanderbroek onder Mill 1603-1604, overl. tussen 12 mrt. 1604 en 20 okt. 1605. Zie o.a.
Mill Protocol voor heemraden in Hollanderbroek van akten van overdracht en diverse andere akten 1594-1641, toegangsnr. 7040, inv. nr. 552, blz. 6: Pouwel Thijsz ende hem selven tuijgen[de] met sijn[e] erven t’weten Willem Pouwels en[de] Marij sijn huijsfr[ouw], Gerart Jans en[de] Meri sijn huijsfr[ouw], en[de] elcke voorn[oemde] vroiwe p[er]soon] met haeren gecoren momb[oir] en[de] hebben overdragen en[de] gevest Arnt Thonisz en[de] Catrijna sijn huijsfr[ouw], een stuck lants groot acht hont, gen[aem]t den Hettescheij,23e novemb A[nn]o 1603.
Mill Protocol van akten van overdracht en diverse andere akten, toegangsnr. 7040, inv. nr. 539.A, blz. 10-11: Willem Pouwels aen eene, en[de] Gerit Jan Gerits als man en momb[oir] van Merijken Pouwels de voors[chreven] Willems suster ter andere sijde, hebben geleden en[de] bekant dat sij bij maniere van accoort, gescheijden en[de] gedeijlt hebben alle de goeden gereede en[de] ongereede naegelaten bij Pouwels Thijsz haren vader sa[liger] en[de] dat inder manier volgende te weten dat de voors[chreven] Gerit Jans erffel[ijck] hebben en[de] behalden sal een stuck lants gelegen aen[den] Voordijck gen[aem]t Hanen lant groot ongeverlijcken twee mergen gelijck t’ selve bij haeren vader voors[chreven] aengecoft, en[de] gelegen is metter eene sijde beneven erffs haer vaders voors[chreven] metter ander sijde en[de] een[e] eijnde beneven erve Jacop Jans Smit schijetende metten leste eijnde opden Voordijck metten dijck, alsnoch twee kempkens gen[aem]t Heijltken Rutten kempkens gelegen metter eenen sijde beneven Ermit Jans erff, metter andere sijde beneven den voors[chreven] dijck schijeten[de] mette een[e] eijnde op erve van Henrick Willems en[de] mette leste eijnde opde Middelwetring, d[aer]toe sal de voors[chreven] Gerit noch hebben het beste peert, ende alsulcke penningen als haeren vader sa[liger] verschoten heeft voir Trijn Thijss sijne suster bedragen[de] ongeveerl[ijck] veertich gul[den] waer tegens Gerit voors[chreven] weder terugge sal geven aen Willem voors[chreven] darthijn gul[den] geprocedeert van een gecoft peert en[de] blijven mede gesmolten alsulcke vijftich gul[den] als Gerit voors[chreven] inne gebracht heeft gehadt waer mede den voors[chreven] Gerit Jans en[de] Merijken sijn huijsfr[ouw] hun vernuecht en[de] voldaen gekent hebben van alle de gereede en[de] ongereede goederen bij haeren vader voors[chreven] naegelaten dewelcke alle te samen met schult ende wederschult nu en[de] ten euwige dagen blijven sullen aen voors[chreven] Willem Pouwels en[de] sijne erven, XXe octob 1605.
Voorlopig oudste generatie zou kunnen zijn Jan Geritsz Croef(t), zie:
Schepenbank Grave, "Signaat van vesten", protocol van akten van overdracht en diverse andere akten, toegangsnr. 7041, inv.nr. 250, blz. 434 [scan 436]. Scep[en]en geloefte. Jan Gerits genoempt Croeft van Mil geloeft te betalen Peter Claes van Haeps op lichtmisse naestcomen[de] de som[m]e van XXVIII ph[ilip]s g[ulden], act[um] den Ven julij 1579.