Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Hier testen we onze nieuwe website. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren.

Terug naar overzicht

Kwam mijn Adriaan Van der Putten nou uit den Bosch of Rosmalen?

1 reactie

Jermaine Van der Meer

Dag allen.

Misschien een beetje vreemd maar ik weet zeker dat Max me ooit eens de tekst heeft medegedeeld dat ondanks dat in het trouwboek stond dat Adrianus Van der Putten (die was getrouwd met de uit Nijmegen afkomstige Maria Kosten) geboren was te den Bosch het toch zou kunnen dat Adrianus alsnog uit Rosmalen kwam (daar er op 25 juni 1707 een uit Rosmalen afkomstige Adrianus Van der Putten met ene Jenneke Jansen Van Macharen trouwt: familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-1942-31046-10262-41?cc=2037960&wc=SM44-C6G:346028501,346028202,346961401 (opent in een nieuw tabblad), Met dank aan Helena voor deze bron) omdat vermeldingen van geboorteplaatsen volgens Max schijnbaar nogal zeldzaam zijn in het trouwboek van den Bosch en men zodoende een vraagteken kan zetten of geboorteplaatsen in trouwboeken als die van den Bosch dan wel kloppen.

Heeft iemand hier meer ervaring mee, en wie kan mij helpen deze knoop definitief door te hakken?

Met vriendelijke groet,

Jermaine Van der Meer

1 reactie

  • Jermaine Van der Meer25 mrt 2026, 03:59

    Goedendag, ik heb de stamboom Van der Zoe (Van der Putten) kunnen terugvinden tot 1379, maar voordat ik dat doe zal ik u eerst de tot nu toe oudst bekende stamboom van deze familie delen zoals deze door Dhr. J Van der biezen die ik al zeker 30 jaar ken (als het al niet langer is) is toegestuurd, de naam van zijn onderzoek luistert naar de naam: Van der Putten uit Nuland en Rosmalen.Van van der Zoo naar van der Putten te Rosmalen, Heeseind, Nuland, Den Bosch. Bij deze dus kijk allen maar mee:

    1.

    Everart Aarts van den Zoe, overleden voor 1573, trouwt 1) trouwt 2) Mechtelt

    Timmerman in 1560 (BP 1378, fol. 284r nakijken )

    Kinderen:

    a. Claas Everts, vermeld 1557,1572, volgt 2.1

    b. Jan Senior, vermeld 1557, 1572

    c. Jan Junior, vermeld 1557, 1572

    d. Jan Everart Aarts, volgt 2.2

    e. Margriet, trouwt Aart Aart van der Steen, vermeld 1560 (BP 1378, fol. 284r)

    f. Aart Everarts, volgt 2.4

    Kinderen uit 2:

    g. Anneke, trouwt Thielman zoon van Christiaan Thielman Weijgergancx, overleden voor 8 februari 1614, (BP 1396, fol. 104r, dd 5 januari 1572) volgt 2.3

    Claas en Jan, broers en zonen van wijlen Everart Aarts van der Zoe lenen op 21 januari 1553 van Henrick Mallants, zoon wijlen mr. Rombout Mallants, 50 gulden via een cijns van 3 gulden en 2,5 stuivers. Onderpand is een morgen land te Rosmalen in een camp genaamd Sceijvelscamp, dan gelegen tussen erf Thomas Herberts en Jacob Henrickx aan ene zijde, convent van Coudewater aan de andere zijde, strekkende van erf van Willem en Aalbert, broers en zonen van Jan van Heel, tot aan erf van Adriaan Henrick Rademaker. Drie van de kinderen van Everart Aarts van der Zoe: Claas en Jan en Thielman zoon van Cristiaan Weijgergancx gehuwd met zus Anneke, verkopen op dezelfde dag 3/4e deel in 3 campen land eindelings aan elkaar gelegen, groot 5 morgen in het geheel ter plaats in Geffens Vinkel, tussen erf Jan Evert (?) Henrick Rutgers, de erfgenamen Evert Hesen en Mathijs van de Wiel aan de ene zijde, en verder rondom in de gemijnt. Koper is Peter zoon wijlen Peter Mickaerts alias hoijmakers van Antwerpen. (BP 1361, fol. 228r en 229r).

    Op 28 januari 1557 verkopen Jan junior en Claas, broers, zonen van wijlen Everart Aarts van der Zoe een stukje land van 5 (?) vatzaad te Nuland ter plaatse Zotsheuvel/Schotsheuvel, tussen erf van Jan senior, zoon van wijlen Everart Aarts van der Zoe aan beide zijden, strekkende van erf van Hendrik zoon Antonis Luenis tot aan de straat. Koper is Lambert Grevenraat van Keulen (BP 1371, fol. 133v)

    Op 29 november 1560 is er sprake van een cijns van 22 stuivers uit een kwart in de hofstad van Everart van der Zoe te Nuland ter plaatse Wilshuijsen. (BP 1378, fol. 284r)

    Zonen van wijlen Everart Aarts van Zoe: Jan senior, Jan Junior en Nicolaas hebben land te Nuland ter plaatse Schotsheuvel. Junior en Nicolaas verkochten hun middelste stuk aan Lambert Jan Grevenraat van Keulen. Jan senior heeft zijn deel nog op 5 januari 1572 (ps 1571) wanneer van Keulen de tocht in zijn land af gaat tot behoef van zekere familieleden. Afgaan in tocht in 5 vatzaad land op de Hoge Hoef, dat Lambert Jan Grevenraat van Keulen verkreeg van Adriaan zoon van Lambert Jans en van Catharina dochter Jan Everarts op 9 april …… (nazien)

    Eerst hier nog wat informatie die al eerder was gedeeld hier:

    Roelof Everts van GRIENSVEN en Evert zoon van Claes EVERAERTS resp. te Den Dungen en te 's-Hertogenbosch, verkopen een rente van 8 1/2 car gld - voor een periode van vier jaar - van en uit een weide bij het klooster van Eijkendonck, aan Mr Jacop van der DONCK, rector van het Leprozenhuis te Hintham.
    20.01.1587 | RA 1849 | f 492

    Uit het Bosch protocol (Inventarisnummer 1396 Folionummer 249 - Recto Datum 2/1573 Jaar in Paasstijl 1572) blijkt Nicolaas eveneens onderpanden te hebben in Hees. Verder blijkt uit datzelfde Bosch protocol (BP 1285, 239v Everardus van den Zoe filius quondam Arnoldi van den Zoe 27-01-1514 (paasstijl)) dat Arnoldus Van den Zoe de vader van Everardus en dus de opa van Nicolaas Everaerts Van den Zoe was!!

    Dan gaan we nu verder met mijn bevindingen, ik ben dus van mening dat we de stamboom Van der zoe zeker tot 1379 kunnen terugbrengen.

    Dan nu mijn aanvullingen en bevindingen:

    Wat ik allereerst wil mededelen is dat ik een akte van de familie Van der Zoe niet meer heb kunnen vinden, dit ging volgens mij over de Hartveldse of Heerttveldse hoeve en dat leden Van der Zoe hier laat of laten (dus lijfeigenen) op waren. Ik weet zeker dat een dergelijke akte mij onder ogen is gekomen, doch ik kan 'm niet meer gevonden krijgen wat mij zeer frustreert!!

    Ook heb ik gelijk hoogstwaarschijnlijk een broer gevonden van onze Everardnus Arnoldi Van der Zoe:

    Akten van overdracht en verkoop, verleden voor schepenen van 's-Hertogenbosch, door Gerard Wouterszn van der Vondervoirt als man Catherina, dochter Rikkert Arnoldszn van der Zoe, aan meester Hendrik Pelgrom, voor klooster arme klerken in 's-Hertogenbosch (fundatie Seminarie), van jaarlijkse erfcijns van 2 pond uit huis in Nuland en uit perceel "De Pelscamp", 1484 220 Beurzenstichtingen Meierij van 's-Hertogenbosch, 1371 - 1975 Link: bhic.nl/integrated?mivast=235&mizig=210&miadt=235&micode=220&milang=nl&mizk_alle=Zoe&miview=inv2 (opent in een nieuw tabblad)

    Hoogstwaarschijnlijk komen we dezelfde Ricout tegen in de Dungense historiën (zie ook de link bhic.nl/media/dungense_historien_12__2018__afl_39_oktober.pdf (opent in een nieuw tabblad)) waarbij hij een pacht krijgt opgerdragen in Oss. (4. R 1243, fo 180v, 29-10-1473 [Jan draagt Ricout van den Zoe een pacht uit land in Os op die Jan Sensen (3544) had verkregen tegen Jan Robberts van Boekel, brief van Os]), was deze Rikkert of Ricoult zoals hij heette wellicht een 'oudere' broer van Everardus Arnoldus Van den Zoe? Met de Pelscamp bedoelt men trouwens vrijwel zeker een toponiem uit Schijndel ook wel de Rouwencamp genaamd, doch enkel meer als de naam van dit toponiem heb ik niet kunnen traceren laat staat eventuele eigenaren van de familie Van den Zoe?

    Ik heb zelf trouwens ook nog een boek van Prof. dr. M. A. Nauwelaerts Latijnse school en onderwijs te 's-Hertogenbosch tot 1629, Ik dacht zelf dat het hierboven bij de familie Van den Zoe ging om het Bossche bonifantenhuis of het huis voor of het huis voor arme fraters/fratertjes ging, doch als ik het boek nog eens goed lees dan staat er op blz. 24 het volgende geschreven:

    Op de vraag naar het bestaan Fraterschool te 's-Hertogenbosch menen wij ontkennend te moeten antwoorden, in deze zin: de Bossche Latijnse school niet is te vereenzelvigen met een zogenaamde "Fraterschool", die trouwens nooit heeft bestaan

    Daarom denk ik dat het bonifantenhuis nog wel het meest in aanmerking komt voor onderstaande akte daar in voornoemd boek van Prof. Dr. Nauwelaerts op blz. 16 wordt gesteld: "Derhalve kunnen wij het begrijpen dat in 1273 en in 1386 te 's-Hertogenbosch de pauperes clerici (arme clercken of scholieren) vermeld werden; dat in 1401 de stichting plaats vond van het huis van de bonifanten , boni infantes en ook pauperes scolares goemd: arme schooljongens"."

    In de noot 239 van blz. 20. tracht Prof. Dr. Nauwelaerts de hypothese van Leitsemann te ontkrachten dat de inscriptie van het Fraterhuis uit twee stukken van ongelijke datum zou bestaan, daar er dan verondersteld zou moeten worden dat de school ook daar was gevestigd. Alleen de hypothese van Leitsemann komt wel overeen met bovenstaande akte waarin wordt gesproken over het "klooster arme Klerken", ik weet niet of de term "fundatie/seminarie" ook letterlijk in de volledige akte zelf staat of dat dit een interpretatie is die de BHIC-medewerkers eraan hebben gegeven maar een seminarie is naar mijn beste weten een 'geestelijke' onderwijsinstelling?

    De Latijnse school kan het ook niet geweest zijn daar Prof. Dr. Nauwelaerts op blz. 27 in noot 70 stelt dat dit gebouw in 1467 al als die 'oude scoel' werd vermeld. Interessant is wellicht dat door de meesteressen van het Groot-Begijnhof heel toevallig in het jaar 1484 het onderwijs op hun terrein hadden beperkt tot maximaal nog maar 4 meisjes? Heeft daarom het echtpaar Vondervoirt-Van der Zoe wellicht na dit verbod een nieuwe school gesticht in 1484? Jammer dat de datum niet bij de transcriptie staat, doch de overeenkomsten in jaartal is wel erg opvallend niet?

    Het grote probleem om het bonifantenhuis als de juiste 'kandidaat' te zien voor onderstaande akte is dat bij hoofdstuk III 'convicten en beurzen' van het boek van dat beheerders als "huysmeesters' werden bestempeld en dus niet als leraren van een seminarie!!!

    Het kan zijn dat in de bovenstaande akte vermelde meester Hendrik Pelgrom dezelfde is als de in het boek van Prof. Dr. Nauwelaerts op blz. 30 vermelde Hendrik Pelgrom (Pelgromis) cantor van het Sint-Janskapittel, doch als hij dan in 1484 zo'n 20 jaar was dan moet hij in 1565 zo rond de 91 jaar zijn geweest!!!! In dat geval is hij dezelfde die in noot 117 op blz. 238 wordt vermeld als diegene die in 1546 (hij moet toen 81 jaar zijn geweest) een opdrachtbrief ontving voor de heruitgave van de Synonymorum Sylva van Symon Pelgrom.

    Verderwordt deze Hendrik Pelgrom ook nog op blz. 310 vermeld door Prof. Dr. Nauwelaerts, alleen enkel dat hij verbonden zou zijn aan de Sint-Janskapittelkerk, doch hij wordt in bovenstaande akte toch overduidelijk in verband gebracht met een 'klooster' voor arme klerken? Word hieronder toevallig niet het Prof. Dr. Nauwelaerts op blz. 238 bedoelde klooster Porta Caeli of Baseldonck bedoeld? Prof. Dr. Nauwelaerts heeft het erover dat Symon Pelgrom (hij moet op de een of andere manier familie van Hendrik Pelgrom zijn geweest?) vermoedelijk lesgaf aan 'jonge medebroeders' in Baseldonk, waren deze jonge medebroers dan toevallig niet gewoon de arme klerken die hierboven worden vermeld?

    Hoe het ook zij, Prof. Dr. Nauwelaerts vermeld de 'fundatie seminarie' in ieder geval niet in zijn boek, hoe kan dat? Vragen genoeg dus, en ook nog zat vragen over de verder oorsprong van de familie van den Zoe!! Wie was bijvoorbeeld de vader Arnoldus Van den Zoe? Verder heb ik ook nog uitgezocht dat een "Zoe" een afwateringskanaal voor afvalwater was!!

    Allereerst heb ik nu we echt gaan beginnen de volgende aktes voor jullie met de naam Van der Zoe waarvan ik me trouwens bedenk dat ook die hier al door anderen buiten mij is gedeeld:

    7323.25 Index schepenprotocol Lith (7323.25)
    Erfgoedstuk
    Ga naar de scans
    Schepenakte
    192 Hergart Clauwertss ende Daem vander Zoe Dirixss aen die een sijde ende Willem Herberts aen dander sijde, hebben hen bevonden gesamenderhant in enen seggen te houden als Lambrecht van Beest ende Willem van Beest Gerits, Lambrecht Marcelis s ende Delis Colve Dirix eendrechtelic seggen sullen als van enen verstorff datter Hergart Damen aen die een sijde ende Willem voirs aen dander sijd aen versterven mach van Hille Jan Clauwerts dochter op enen peen van 25 rijders halff tot des heren behoeff ende halff tot behoeff der kerken van Lijt, mede is voirwaert off enich vande voirs seggeren aen enigen sijden gebreke dat die partie dan van welker sijde dat gebrec is enen anderen off twe kiesen off nemen sullen in die selve stat, ende off dat sake weer dat dese voirs segger dese voirs sake nijet eens gewerden en connen eendrechtelic te seggen, soe mogen die voirs seggen enen overman kiesen ende nemen tot hen ende wes die overman mijtten voirs seggeren seggen sal dat sij dat samelic houden sullen opten peen voirs ende wes bescheiden dese voirs partien hebben van brieven off van testamente dat sij die samelic brengen sullen bijden voirs seggeren ende dair alle mede voirt vatten naeden lantrecht van Lijt. Akte doorgehaald.
    Datering:
    ??-??-[1451] (datum op Sinte Jeons dach) (met dank aan de op het BHIC actieve Cornelis voor deze akte)

    Hier beginnen de oudste aktes van 1405 tot aan aan ongeveer 1504 (op de OLV-broederschap ledenlijst na):

    BP 1184 f 200v 03 do 08-10-1405. Elizabeth, Heijlwigis en Katherina, dvw Rodolphus Lambrechts soen, Nijcholaus Haghen ev Mechtildis, en Arnoldus van Orthen ev Hilla, dvw voornoemde Rodolphus, verkochten aan Henricus van Audenhoven zvw Nijcholaus Wijnman van Eijndoven 3 morgen land van wijlen voornoemde Rodolphus, in Geffen, ter plaatse gnd Vinkel, waarvan (1) twee ter plaatse gnd dat Lang Geslach, tussen Willelmus van der Perre en Johannes van den Zoe enerzijds en Johannes Berger anderzijds, (2) de derde ter plaatse gnd dat Cort Geslach, tussen voornoemde Willelmus en Johannes van den Zoe enerzijds en Johannes van Beke anderzijds, zoals daar gelegen met de maat gnd hoefslach. -.

    Solvit II boddreger. Elizabeth Heijlwigis et Katherina filie quondam Rodolphi Lambrechts soen Nijcholaus Haghen maritus et tutor legitimus Mechtildis sue uxoris et Arnoldus de Orthen maritus et tutor legitimus Hille sue uxoris filiarum dicti quondam Rodolphi tria jugera terre dicti quondam Rodolphi sita in parrochia de Geffen ad locum dictum Vinckel quorum duo ad locum dictum dat Lang Geslach inter hereditatem Willelmi van der Perre et Johannis van den Zoe ex uno et inter hereditatem Johannis Berger ex alio et tercium ad locum dictum dat Cort Geslach inter hereditatem dictorum (dg: Johannis) Willelmi et Johannis van den Zoe ex uno et inter hereditatem Johannis de Beke ex alio (dg: n) in ea quantitate qua ibidem #{in rechter marge:} per# #{in linker marge:} mensuram dictam hoefslach sita sunt# (dg: et per mensuram dictam locus situationis dictus dat Slachbroec in se h usitatus est sita sunt) ut dicebant hereditarie vendiderunt Henrico de Audenhoven filio quondam Nijcholai Wijnman de Eijndoven promittentes cum tutore indivisi super omnia warandiam et obligationem deponere. Testes datum supra.

    Illustre Lieve Vrouwe Broederschap – ledenlijsten

    Marten van der Zoe spoermeker in Vucht
    sporenmaker
    Vught
    1476-1477
    achterstallig intredegeld
    Merten van der Zoe spoermeker te Wcht
    sporenmaker
    Vught
    1487-1488
    doodschuld betaald na de dood
    Mechtelts Everits dochter van der Zoe
    1503-1504
    intredegeld

    273 Commanderij Duitse Orde in Vught, 1300 - 1795
    Uw zoekterm komt voor in de vetgedrukte onderdelen van de archieftoegang.
    Gevonden archiefstukken
    124 1469-09-21.
    1469 september 21
    Schepenen van Vught oorkonden, dat Aarnt, Matheus en Gerit, zonen wijlen Peter Knoyen Stiersz en wijlen Margriet, en Jan, zoon wijlen Weenker van den Merakker, als echtgenoot van Heilwig, dochter van Peter en Margriet, erfenis van hun ouders hebben gedeeld en dat daarbij aan Gerit perceel land in parochie Vught-Sint-Petrus op Schoonveld is toebedeeld
    Schepenen van Vught: Wouter Peter Zeegersz en Marten Lambertsz van der Zoe. Origineel (inventarisnr 420)
    125 1470-01-06.
    1470 januari 6 In domo continue inhabitationis predictorum Martini et Christine coniugum
    Notaris Mathias, zoon van Marcel van der Papendonk, priester bisdom Luik, oorkondt, dat Cristina, echtgenote van Martin van der Zoe, inwoonster van parochie Vught-Sint-Lambert, ten overstaan van hem haar testament heeft gemaakt, waarbij zij legaten heeft geschonken aan onder meer:
    4 bedelorden, die in Vught termineren / beelden van Onze Lieve Vrouw 'Eenen nacht doeck' en van Sint-Catharina in Sint-Lambertkerk van Vught / dienstdoende priester aldaar / en koster en fabriek van deze kerk
    Getuigen: Everard Colensz, Gijsbert zoon van Adam, Johan zoon wijlen Adriaan de Schoolmeker, allen inwoners van de Sint-Lambertparochie Vught. Origineel (inventarisnr 253)
    Met merkteken notaris
    253 Testament van Christina, echtgenote Maarten van der Zoe, 1471

    R1272, fol. 342v-343r 23 maart 1504 Hendrik Kuyst en Matthijs Brugman Henricus, filius quondam Stephani dicti Heynens., peciam terre arabilis, quinque maldratas terre vel circiter continentem, sitam in parochia de Os ad locum dictum Op Hoevelen, inter hereditatem Henrici Strick ex uno, et inter hereditatem Egidii van der Zoe ex alio, item peciam terre, unam modiatam terre vel circiter continentem, sitam in dicta parochia ad locum dictum Hazevenneken, inter hereditatem Boudewini, filii quondam Ricoldi Boukenszoen, ex uno, et inter hereditatem Henrici Strick ex alio, quas pecias terre predictas dictus Henricus erga Petrum Bardeyn acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit Johanni de Heesbeen, simul cum dictis litteris aliis et iuribus, promittens super omnia et habenda ratam servare, obligationem et impetitionem ex parte sui deponere, exceptis conditione, recognitione et repromissione in dictis litteris contentis, quas conditionem, recoginitionem et repromissionem dictus Johannes de Heesbeen adimplebit et adimplere tenebitur, sic et taliter, quod dicto Henrico dampna exinde non eveniant in futuro, prout idem Johannes hoc palam recognovit et sub obligatione dictarum peciarum terre dicto Henrico repromisit. Testes, datum supra.
    R1272, fol. 342v–343r
    23 maart 1504
    Hendrik Kuyst en Matthijs Brugman
    Henricus, zoon van wijlen Stephanus, genaamd Heynens, heeft een stuk bouwland,
    ongeveer vijf malderaten groot, gelegen in de parochie van Oss, op een plaats genaamd Op Hoevelen, tussen het erfgoed van Henricus Strick aan de ene zijde en het erfgoed van Egidii van der Zoe aan de andere zijde.
    Eveneens (heeft hij) een stuk land, ongeveer één modiaat groot, gelegen in dezelfde parochie op een plaats genaamd Hazevenneken, tussen het erfgoed van Boudewijn, zoon van wijlen Ricold Boukenszoon, aan de ene zijde en het erfgoed van Henricus Strick aan de andere zijde.
    Deze voornoemde stukken land had de genoemde Henricus van Petrus Bardeyn verkregen, zoals in de oorkonden staat vermeld. Hij heeft deze erfelijk overgedragen aan Johannes van Heesbeen, samen met de genoemde oorkonden en andere rechten, waarbij hij beloofde dit alles te zullen bekrachtigen en geldig te houden, en elke verplichting en aanspraak van zijn kant te laten vervallen.
    Uitgezonderd zijn echter de voorwaarden, erkenning en herbelofte die in de genoemde oorkonden zijn opgenomen; welke voorwaarden, erkenning en herbelofte de genoemde Johannes van Heesbeen zal nakomen en verplicht is na te komen, op zodanige wijze dat de genoemde Henricus daardoor in de toekomst geen schade zal ondervinden.
    Dit heeft Johannes zelf openlijk erkend en hij heeft, onder verplichting van de genoemde stukken land, dit opnieuw aan Henricus beloofd.
    Getuigen, gegeven als boven.

    R1271, fol. 352r
    23 maart 1503
    Gozewijn van Brecht en Raas Raassen
    Petrus, zoon van wijlen Henricus de Volken,
    Udo Udo de Bruheze, als echtgenoot en wettig voogd, naar eigen zeggen, van Margareta,
    en Johannes Johannes van Herssel, als echtgenoot en wettig voogd, naar eigen zeggen, van Engel, dochters van voornoemde wijlen Henricus de Volken,
    hebben een perceel land, ongeveer één sextariaat groot, gelegen in de parochie Nuland, op een plaats genaamd Wilshusen, dat zich met één grens uitstrekt tot de gemeenschap genaamd Aen Geffensche Vynckel, en elders grenst aan het erfgoed van Everardus van der Zoe, zoon van wijlen Arnold Evertss. van der Zoe,
    zoals zij verklaarden, erfelijk verkocht aan dezelfde Everardus, en van hem ontvangen, waarbij zij hoofdelijk en onverdeeld beloofden voor alles vrijwaring (warand) te geven en alle verplichtingen en aanspraken van hun kant te laten vallen,
    met uitzondering van één sextaar rogge, die krachtens een erfelijke overeenkomst jaarlijks verschuldigd blijft aan Johannes Pouwelss, zoals zij verklaarden.

    We weten nu dus dat Everardus een zoon was van Aronldus Van der Zoe en dat hij weer een zoon was van Everardus Van der Zoe

    En dan heb ik hier als het goed is de vader van Everardus senior en Ricout Van der Zoe , eerst noem ik de akte met alleen Gerardus Heerken en in de 2e akte ziet u ook Arnoldus zoon van wijlen Everadus Van den zoe:

    BP 1184 f 198v 08 za 03-10-1405.
    Johannes zv Henricus Potter droeg over aan Gerardus Heerken zvw Gerardus Heerkens de oudere zijn deel in (1) 1/6 deel van een hoeve, in Nuland, ter plaatse gnd Vinkel, welke hoeve eertijds behoorde aan wijlen Godefridus Heerken, (2) een hoeve, in Sint-Oedenrode, ter plaatse gnd Eirde, welke hoeve aan wijlen Johannes Luijten soen behoorde.

    Johannes filius Henrici Potter totam partem et jus sibi competentes in una sexta parte cuiusdam mansi siti in parrochia de Nuwelant ad locum dictum Vinckel qui mansus dudum spectabat ad quondam Godefridum Heerken atque in attinentiis dicte sexte partis universis atque in quodam manso sito in parrochia de Rode sancte Ode ad locum dictum Eirde (dg: d quor) qui mansus ad quondam Johannem Luijten soen !consuevit ut dicebat hereditarie supportavit Gerardo Heerken filio quondam Gerardi Heerkens #senioris# promittens super omnia ratam servare et obligationem ex parte sui deponere. Testes Jordanus et Gheel datum sabbato post Remigii. BP 1184 f 198v 09 za 03-10-1405.

    Voornoemde Gerardus Heerken beloofde aan voornoemde Johannes vanaf nu alle lasten te voldoen die gaan uit een hoeve van wijlen Johannes Luten soen, in Sint-Oedenrode, ter plaatse gnd Eirde, welke hoeve voornoemde Gerardus verpacht had aan Arnoldus zvw Everardus van den Zoe en Henricus Rijcouts soen. Dictus

    Gerardus Heerken promisit super omnia dicto Johanni quod ipse Gerardus omnia onera ex quodam manso quondam Johannnis Luten soen sito in parrochia de Rode sancte Ode ad locum dictum Eirde quem mansum dictus Gerardus dederat ad pactum Arnoldo filio quondam Everardi van den Zoe et Henrico Rijcouts soen ut dicebat exnunc deinceps et perpetue taliter solvet quod dicto Johanni ac ad et supra eius bona dampna exinde non [e]veniant in futurum. Testes datum supra.

    De stamvader uit uw stamreeks meneer Van der Biezen te weten Everardus moet dus naar zijn opa zijn vernoemd!! Hieronder nog wat andere akte trouwens:

    BP 1184 f 131v 06 do 14-05-1405.
    Johannes van den Zoe droeg over aan Baudekinus zv Theodericus Baudekens soen een kamp, in Geffen, ter plaatse gnd ten Berghe, tussen Henricus van Tula enerzijds en een gemene weg anderzijds, aan voornoemde Johannes in pacht uitgegeven door Rodolphus Wijnrics soen, belast met de pacht in de brief vermeld.

    Solvit. Johannes van den Zoe quendam campum situm in parrochia de Geffen ad locum dictum ten Berghe inter hereditatem Henrici de Tula ex uno et inter communem plateam ex alio datum ad pactum (dg: Rodolpho) dicto Johanni a Rodolpho Wijnrics soen prout in litteris hereditarie supportavit Baudekino filio Theoderici Baudekens soen cum litteris et jure promittens super omnia ratam servare et obligationem ex parte sui deponere excepta paccione in dictis litteris contenta. Testes Tijt et Neijnsel datum quinta post jubilate

    En dan komen we dus ook de Everardus Van den Zoe die dus de opa van onze Everardus Arnoldus Van der Zoe moet zijn geweest tegen:

    BP 1184 f 097r 04 za 21-03-1405.
    Elizabeth dvw Johannes Veerdonc, door wijlen voornoemde Johannes verwekt bij wijlen zijn vrouw Yda dvw Godinus smid, verkocht aan Everardus van den Zoe de helft die aan haar behoort in een b-erfcijns van 7 pond 10 schelling geld, die Johannes van Conden en Johannes van den Hoernic moesten betalen aan de gezusters Heijlwigis, Hadewigis en Mechtildis, begijnen, dvw Godinus smid en tantes van voornoemde Elizabeth, gaande uit de helft van een stuk land dat was van wijlen voornoemde Godinus, welk stuk land 18 passen breed is, in Nuland gelegen, op de plaats gnd Groet Nuwelant, tussen Rodolphus van Tula enerzijds en Elizabeth Hels anderzijds, met een eind strekkend aan de sloot gnd Hoefgrave en met het andere eind aan de plaats gnd Wolfsdijke, welke helft voornoemde gezusters Heijlwigis, Hadewigis en Mechtildis voor voornoemde cijns hadden uitgegeven aan voornoemde Johannes van Conden en Johannes van den Hoernic. Van welke cijns hr Theodericus Raet investiet van de kerk van Berlicum en zijn zusters Elizabeth en Heijlwigis, kvw Gerardus Raet, en Rodolphus Kuijst het deel dat aan hen in die cijns en in andere erfelijke goederen behoort, hadden overgedragen aan voornoemde Elizabeth, tbv haar en Walterus van Os zvw Walterus van Os. En welke helft van de 18 Bosch’ Protocol jaar 1405 03. passen nu aan voornoemde Everardus behoort.

    Elizabeth filia quondam Johannis Veerdonc ab eodem quondam Johanne et quondam Yda eius uxore filia quondam Godini fabri pariter genita cum tutore medietatem ad se spectantem ut dicebat in hereditario censu septem librarum et X solidorum monete quem Johannes de Conden et Johannes van den Hoernic solvere consueverunt et tenebantur Heijlwigi Hadewigi et Mechtildi sororibus beghinis filiabus quondam Godini fabri ex medietate pecie terre que fuerat dicti quondam Godini XVIII passus in latitudine continente site in parrochia de Nuwelant supra locum dictum Groet Nuwelant inter hereditatem Rodolphi de Tula ex uno et inter hereditatem Elizabeth Hels ex alio tendentis cum uno fine supra fossatum dictum Hoefgrave et cum reliquo fine ad locum Wolfsdijke nuncupatum quam medietatem dicte Heijlwigis Hadewigis et Mechtildis sorores (dg: erga) dederant ad censum prefatis Johanni de Conden et Johanni van den Hoernic scilicet pro censu predicto prout in litteris quas vidimus et de (dg: quibus) quo censu dominus Theodericus Raet investitus (dg: de) eccclesie de Berlikem Elizabeth et Heijlwigis (dg: fi) eius sorores liberi quondam Gerardi Raet et Rodolphus Kuijst totam partem et omne jus eis competentes in predicto censu et in quibusdam aliis bonis hereditarie supportaverant predicte Elizabeth ad opus sui et ad opus Walteri de Os filii quondam Walteri de Os prout in litteris quas vidimus (dg: hereditarie vendidit) et quam medietatem predictam dictorum (dg: XVIII #VII lib#) #XVIII# passuum terre dicta Elizabeth nunc ad Everardum van den Zoe pertinere dicebat hereditarie vendidit dicto Everardo cum litteris et jure #occacione# promittens (dg: super) cum tutore super omnia ratam servare et obligationem et impetitionem ex parte sui et dictarum Heijlwigis Hadewigis et Mechtildis (dg: ei) sororum ipsius Elizabeth materterarum et quorumcumque heredum earundem sororum deponere. Testes datum supra.

    Hier weer een akte van andere naamdragers van de familie Van der Zoe:

    BP 1184 f 015r 05 do 04-12-1404.
    Barnerus zvw Johannes van den Zoe verkocht aan Gertrudis dvw Johannes Scotelman een stuk land, in Geffen, ter plaatse gnd in het Velt, tussen Johannes Pauwels soen enerzijds en Willelmus Lemmens soen anderzijds.

    Barnerus filius quondam Johannis van den Zoe peciam terre sitam in parrochia de Geffen ad locum dictum int Velt inter hereditatem Johannis Pauwels soen ex uno et inter hereditatem Willelmi Lemmens soen ex alio (dg: j) ut dicebat hereditarie vendidit (dg: Gertru) Gertrudi filie quondam Johannis Scotelman promittens super omnia #habita et habenda# warandiam et obligationem deponere. Testes datum supra.

    En hier weer een akte van 'opa' Everardus Van er zoe:

    BP 1183 f 240v 05 do 10-01-1404. Johannes Fuensel droeg over aan Willelmus Loijer zvw Willelmus Loijer een stuk land, in Nuland, ter plaatse gnd Wilshusen, tussen Everardus van den Zoe enerzijds en Petrus van den Bolst anderzijds, welk stuk land Willelmus Fuensel, tbv hem, zijn moeder en broers en zusters, in pacht verkregen had van Henricus van den Hoeven en zijn zoon Petrus.

    Johannes (dg: Funs) Fuensel peciam terre sitam in parrochia de Nuwelant ad locum dictum Wilshusen inter hereditatem Everardi van den Zoe ex uno et inter hereditatem Petri van den Bolst ex alio quam peciam terre Willelmus Fuensel ad opus sui et ad opus sue matris et ad opus suarum sororum et suorum fratrum erga Henricum van den Hoeven et Petrum eius filium ad pactum acquisierat (dg: prout in) ut dicebat (dg: legitime) hereditarie supportavit Willelmo Loijer filio quondam Willelmi Loijer promittens super omnia ratam servare et obligationem ex parte sui et dictorum Willelmi Funsel et sue matris et suorum fratrum et sororum deponere excepta paccione dictis (dg: Joh) Henrico van den Hoeven et Petro exinde solvenda. Testes datum supra.

    Onderstaande Bertha Van den Zue word ook nog genoemd:

    BP 1183 f 225r 04 do 13-12-1403.
    Willelmus zvw Theodericus van Herlaer timmerman verkocht aan Bertha van den Zue begijn van het Groot Begijnhof in Den Bosch een n-erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, met Lichtmis in Den Bosch te leveren, gaande uit 2/3 deel van een huis, erf en tuin van wijlen voornoemde Theodericus, in Den Bosch, aan de Molenbrug, tussen de gemene stroom aldaar enerzijds en erfgoed van Lambertus bv voornoemde verkoper anderzijds, van welke twee derde delen er één ligt aan de kant richting voornoemde stroom en het andere richting voornoemd erfgoed van zijn broer Lambertus, dit 2/3 deel reeds belast met een b-erfcijns van 7 pond geld. Direct na overlijden van voornoemde Bertha gaat voornoemde erfpacht terug naar de verkoper als hij dan leeft en anders naar zijn naaste erfgenamen.

    BP 1183 f 225r 05 do 13-12-1403.
    Voornoemde Bertha beloofde dat {de erfpacht terug zal gaan}.

    En dna gaat het weer verder met onze tak Everardus Van den Zoe:

    BP 1183 f 216v 04 do 22-11-1403.
    Willelmus Valkenborch, Everardus van den Zoe en Rodolphus Kepken beloofden aan Henricus van Geffen, tbv Johannes Sceffenere, 51¼ Hollandse gulden van wijlen graaf Willelmus of de waarde met Kerstmis aanstaande (di 25-12-1403) te betalen.

    Willelmus (dg: Valkenb) Valkenborch (dg: Arnoldus van den) Everardus van den Zoe et Rodolphus Kepken promiserunt indivisi Henrico (dg: Sceffenere) de Geffen ad opus Johannis Sceffenere LI Hollant gulden comitis quondam Willelmi seu valorem #et quartam partem unius Hollant gulden# ad nativitatis Domini proxime futurum persolvendos. Testes datum supra.

    Nou is de vraag natuurlijk wat de familie Van der zoe in Brabant te maken had met de Hollande graaf willem? Hieronder gaan de vermeldingen over hem weer verder:

    1183 f.080v. in profesto purificationis: donderdag 01-02-1403. quinta post Barnabe: donderdag 12-06-1404. BP 1183 f 080v 01 do 01-02-1403. Weijndelmodis dvw Gerardus Hals wv Nijcholaus Pels en Elizabeth, dv voornoemde Weijndelmodis en wijlen Nijcholaus, verkochten aan Henricus van Zelant zvw Johannes van Zelant een half vierdel land, in Nuland, ter plaatse gnd in die Ettingen, tussen Willelmus van Tuijl koster van Geffen enerzijds en Everardus van der Zoe anderzijds, met een eind strekkend aan de waterlaat en met het andere eind aan een sloot, belast met een b-erfciijns van 10 schelling geld en zegedijken.

    Weijndelmodis filia quondam Gerardi #Hals# relicta quondam Nijcholai Pels et Elizabeth filia dictorum Weijndelmodis et quondam Nijcholai (dg: peciam prati) #cum tutore# dimidium quartarium #terre# dictum een half vierdel situm in parochia de Nuwelant in loco dicto in die Ettingen inter hereditatem Willelmi de Tuijl matricularii de Geffen ex uno et inter hereditatem Everardi van der Zoe ex alio tendens cum uno fine ad aqueductum et (dg: inter quo) cum reliquo fine ad quoddam fossatum (dg: j hered) ut dicebant hereditarie vendiderunt Henrico de Zelant filio quondam Johannis de Zelant promittentes cum tutore indivisi super omnia warandiam et obligationem deponere exceptis hereditario censu X solidorum monete exinde solvendo et aggeribus dictis zegediken ad premissa spectantibus. Testes Aa et Danijel datum in profesto purificationis.

    Heeft de familie Van der Zoe zich dan wellicht naar bovengenoemde waterlaat/sloot vernoemd? Ook had Everardus nog een andere zoon te weten Lambertus:

    BP 1181 p 208v 06 do 07-11-1398. Arnoldus zvw Henricus gnd Vrancken soen droeg over aan Lambertus zv Everardus van der Zoe de helft van ¼ deel van een hoeve gnd die Beecse Hoeve, in Nuland, naast de plaats gnd Vinkel, te weten het ¼ deel dat gelegen is tussen Johannes van Essche enerzijds en Johannes die Sotte anderzijds, met een eind strekkend aan Jacobus Tijt en met het andere eind richting het oosten aan de gemeint van Nuland, te weten de helft van het ¼ deel richting voornoemd erfgoed van Johannes Sotte, welke helft voornoemde Arnoldus verworven had van Henricus zvw Herbertus die Snijder. 35 Zie → BP 1184 f 290r 07 do 04-03-1406, vermelding van de erfcijns. 36 Zie ← BP 1179 p 058v 03 vr 02-06-1391, overdracht van de hofstad.

    Arnoldus filius quondam Henrici dicti Vrancken soen medietatem unius quarte parte! cuiusdam mansi dicti communiter die Beecsche Hoeve siti in parochia de Nuwelant juxta locum dictum Vinckel scilicet !illam medietatem! dicte (dg: medietatis) quarte partis mansi predicti que sita est inter hereditatem Johannis de Essche ex uno et inter hereditatem Johannis die Sotte ex alio tendens cum uno fine ad hereditatem (dg: Joh) Jacobi Tijt ex uno (dg: et inter) et cum reliquo fine versus oriens ad communitatem de Nuwelant scilicet !illam medietatem! dicte quartis! parti (dg: -s man) mansi predicti que medietas sita est versus dictam (dg: medietatem) hereditatem dicti Johannis Sotte quam medietatem dicte quarte partis dictus Arnoldus erga Henricum filium quondam Herberti die Snijder acquisiverat prout in litteris hereditarie supportavit Lamberto filio (dg: quondam) Everardi van der Zoe cum litteris et aliis et jure promittens super omnia ratam servare et obligationem ex parte sui deponere. Testes datum supra.

    Uit onderstaande aktes blijkt er een connectie te zijn tussen Johannes Van der Zoe en onze tak, daar deze Johannes en zijn broer Goedfridus weer afstammen van ene Ghibo genaamd Van de Binckem zoon van Godefridus die dus weer een zoon was van een Arnoldus Van der Zoe:

    BP 1181 p 035r 04 do 12-07-1397. Arnoldus die Snider van Geffen verkocht aan Johannes van der Zoe alias gnd Barnier 1 zesterzaad roggeland, in Geffen, ter plaatse gnd op die Caprode, tussen Johannes Denkens soen enerzijds en Johannes Pouwels soen anderzijds, (dg: belast met 1 penning cijns aan Willelmus van Nuwelant).

    Arnoldus die Snider de Geffen unam sextariatam terre siliginee sitam in parochia de Geffen ad locum dictum op die Caprode inter! Johannis Denkens soen ex uno et inter (dg: Johannis) hereditatem Johannis Pouwels soen ex alio (dg: in prout atque quendam ortum situm) ut dicebat hereditarie vendidit (dg: s Henrico Rutten soen) #Johanni van der Zoe alias dicto Barnier# promittems super omnia warandiam et obligationem deponere (dg: excepto uno denario census Willelmo de Nuwelant exinde solvendo annuatim). Testes Henricus Godefridi et Aa datum supra. Bosch’ Protocol jaar 1397 03.

    BP 1181 p 007r 07 do 26-04-1397. De broers Johannes en Godefridus, kvw Ghibo gnd van de Binckem zvw Godefridus zvw Arnoldus van der Zoe, droegen over aan Henricus Mannart een stuk land, in Geffen, tussen Robbertus wollenklerenwever enerzijds en een gemene weg anderzijds, met een eind strekkend aan Petrus van Hees en met het andere eind aan Oda van Tefelen, welk stuk land wijlen voornoemde Godefridus zvw Arnoldus van der Zoe grootvader van voornoemde Johannes en Godefridus verworven had van Albertus van Lent wonend in Geffen. Voornoemde koper Henricus en zijn vrouw Batha Scuerman zullen het stuk land voor de duur van hun leven bezitten, en na hun overlijden gaat het naar Henricus, zv voornoemde Henricus Mannart en Batha.

    Johannes Godefridus fratres liberi quondam Ghibonis dicti de Binckem #filii quondam Godefridi filii quondam Arnoldi van der Zoe# peciam terre sitam in parochia de Gheffen inter hereditatem Robberti textoris la[neo]rum ex uno et inter communem plateam ex alio tendentem cum uno fine ad hereditatem (dg: de H) Petri de Hees et cum reliquo fine ad hereditatem Ode de Tefelen quam peciam terre #dictus quondam# Godefridus filius quondam Arnoldi van der Zoe (dg: erga pater olim dicti quondam) avus olim dictorum Johannis et Godefridi fratrum erga Albertum de Lent commorantem in Gheffen acquisiverat (dg: prout) emendo prout in litteris hereditarie (dg: sup) supportaverunt Henrico Mannart cum litteris et jure promittentes super omnia ratam servare et obligationem (dg: ex parte) et impeticionem ex parte [?e]orum suorum liberorum deponere tali condicione quod dictus Henricus emptor et Batha Scuerman eius uxor seu eorum alter diutius vivens dictam peciam terre quoad vixerit integraliter possidebit post eorundem Henrici et Bathe sue uxoris (dg: sue) [decessum] ad Henricum filium eorundem Henrici Mannart et Bathe hereditario jure integraliter devolvendam. Testes datum supra.

    BP 1180 p 483r 05 do 08-07-1395. Rodolphus Wijnrics soen gaf uit aan Johannes van der Zoe een kamp in Geffen, ter plaatse gnd ten Berge, tussen Henricus van Tula enerzijds en een gemene steeg anderzijds; de uitgifte geschiedde voor een n-erfpacht van 1½ mud rogge, Bossche maat, met Lichtmis in Den Bosch te leveren, voor het eerst over een jaar (vr 02-02-1397).

    Rodolphus Wijnrics soen quendam campum (dg: di) situm in parochia de Geffen ad locum dictum ten Berghe inter hereditatem Henrici de Tula ex uno et inter (dg: he) communem stegam ex alio ut dicebat (dg: hereditarie vendidit) dedit ad hereditariam paccionem Johanni van der Zoe ab eodem hereditarie possidendum pro #hereditaria paccione# unius et dimidii modiis! siliginis mensure de Busco solvenda danda! sibi ab alio hereditarie purificationis (dg: et in Busco) et primo termino a purificationis proxime futuro ultra annum et in Busco tradenda ex premissis promittens super omnia warandiam et aliam obligationem deponere et alter repromisit. Testes datum supra.

    En dan word hier weer de Lambertus genoemd die dus een broer of halfbroer van Arnoluds Van der Zoe was:

    BP 1179 p 737r 10 do 09-07-1394.
    Theodericus zvw Baudericus gnd Dravarts soen droeg over aan Lambertus zv Everardus van der Zoe een stuk land, in Nuland, achter de plaats gnd Spijerincs Bosse, tussen Johannes van Neijnsel enerzijds en Katherina wv Walterus uit Vinckel anderzijds, met een eind strekkend aan de plaats gnd Spijerincs Bosse en met het andere eind aan een gemene weg.

    Theodericus filius quondam Bauderici dicti Dravarts soen (dg: tres lopinatas) peciam terre sitam in parochia de Nuwelant (dg: ..) retro locum dictum Spijerincs Bossche inter hereditatem Johannis de (dg: Neijs Neij) Neijnsel ex uno et inter hereditatem Katherine relicte quondam Walteri uit Vinckel ex alio tendentem cum uno fine ad locum Spijerincs Bossche vocatum et cum reliquo fine ad communem plateam ut dicebat hereditarie supportavit Lamberto filio Everardi van der Zoe promittens warandiam et obligationem deponere tamquam de allodio. Testes Berkel et Lijsscap datum quinta post octavas Pe Pau.

    Hier zien we weer Everardus Van der Zoe zelf optreden:

    BP 1179 p 460v 11 ma 01-07-1392.
    Everardus van der Zoe, Willelmus Valkenborch, Johannes Wouters soen van Nuwelant en Rodolphus van Aken beloofden aan de secretaris, tbv hr Johannes van Donghen, 37½ mud rogge, Bossche maat, met Lichtmis aanstaande (zo 02 02-1393) te leveren.

    Everardus van der Zoe Willelmus Valkenborch et Johannes Wouters soen de Nuwelant Rodolphus de Aken promiserunt mihi ad opus domini Johannis de Donghen XXXVII et dimidium modios siliginis mensure de Busco ad purificationis proxime futurum persolvendos. Testes datum supra.

    BP 1179 p 072v 10 do 29-06-1391. Hr Arnoldus sDekens vicarius van de kerk van Nuland, Everardus van der Zoe en Rodolphus van de Wateren beloofden aan de secretaris, tbv hr Johannes van Dungen kanunnik van Luik, 58 Hollandse gulden of de waarde met Lichtmis aanstaande (vr 02-02-1392) te betalen.

    Dominus Arnoldus sDekens vicarius ecclesie de Nuwelant et Everardus van der Zoe et Rodolphus de Aquis promiserunt mihi ad opus domini Johannis de Dungen canonici Leodiensis LVIII Hollant gulden vel valorem ad purificationis proxime futurum persolvendos. Testes Uden et Loze datum supra.

    Het is de vraag of er met onderstaande Everardus Van der Zee niet eigenlijk gewoon Everardus Van der Zoe word bedoeld:

    BP 1178 f 009v 09 do 02-01-1388.
    Everardus Funsel, Everardus van der Zee, Johannes van der Hoeven en Johannes van der Zoe beloofden aan Arnoldus van Ghele zvw Egidius, 4 Zie ← BP 1176 f 324r 08 ma 26-10-1383, verkoop van deze helft. 5 Zie → BP 1179 p 090v 03 do 24-08-1391, overdracht van de erfcijns. Bosch’ Protocol jaar 1388 02. gedurende 5 jaar, ingaande heden, elk jaar met Sint-Martinus 17 oude schilden of de waarde te betalen, en dat zij een kamp van voornoemde Arnoldus van Ghele, ter plaatse gnd die Hoeven, naast Elizabeth van Zelant, voor de schouw zullen onderhouden.

    (dg: E Arnoldus de) Everardus Funsel Everardus van der Zee Johannes van der Hoeven #et# Johannes van der Zoe promiserunt indivisi super omnia se daturos et soluturos Arnoldo de Ghele filio quondam Egidii ad spacium quinque annorum datam presentium sine medio sequentium anno quolibet dictorum quinque annorum decem et septem aude scilde seu valorem (dg: a) Martini et pro primo termino Martini proxime futuro et quod ipsi quendam campum ad dictum (dg: campum) Arnoldum de Ghele spectantem situm in loco dicto die Hoeven (dg: contigue iuxta) contigue iuxta hereditatem Elizabeth de Zelant cum zicht et zeijssen dictis quinque annis durantibus in bona disposicione ante scouwe observabunt sic quod dicto Arnoldo dampna exinde non eveniant. Testes datum supra.

    BP 1177 f 285v 10 do 15-03-1386.
    Godefridus zvw Godefridus die Wever zvw Arnoldus van der Zoe, Willelmus van Lent ev Elizabeth dvw voornoemde Godefridus Wever en de broers Godefridus en Johannes, kvw Ghibo zvw voornoemde Godefridus, deden tbv Arnoldus zvw voornoemde Godefridus Wever afstand van alle goederen, waarin voornoemde Godefridus die Wever was overleden, uitgezonderd voor eerstgenoemde Godefridus 4 hont land van wijlen voornoemde Arnoldus Wever, in Geffen, op de gemeint, in een kamp gnd die Drankputs, en 1 lopen roggeland, in Geffen, ter plaatse gnd in het Goerken.

    Godefridus (dg: Willelmus Lent fratres liberi) #filius# quondam Godefridi #die Wever# filii quondam Arnoldi van der Zoe #et Willelmus de Lent maritus et tutor Elizabeth sue uxoris filie dicti quondam Godefridi Wever# et Godefridus et Johannes fratres liberi quondam Ghibonis filii dicti quondam Godefridi (dg: filii quondam Arnoldi van den ..) super omnibus et singulis bonis in quibus dictus (dg: q) Godefridus die Wever decessit quocumque locorum consistentibus sive sitis exceptis ....... primodicto Godefrido et sibi reservatis quatuor hont terre #dicti quondam Arnoldi Wever# sitis in parochia de Geffen supra communitatem in quodam campo dicto die Drancputs et una lopinata terre siliginee #dicti quondam Arnoldi Wever# sita in dicta parochia in loco dicto int Goer-(den)-ken ut dicebant ad opus Arnoldi filii dicti quondam Godefridi Wever renunciaverunt ....... ....... ....... ex parte sui deponere. Testes datum supra.

    BP 1177 f 285v 11 do 15-03-1386.
    Arnoldus zvw Godefridus Wever zvw Arnoldus van der Zoe, Willelmus van Lent ev Elizabeth dvw voornoemde Godefridus Wever en de broers Godefridus en Johannes, kvw Ghibo zvw voornoemde Godefridus Wever deden tbv Godefridus zvw voornoemde Godefridus Wever afstand van voornoemde 4 hont land en 1 lopen roggeland.

    [117Arnoldus filius] quondam Godefridi Wever filii quondam Arnoldi van der Zoe Willelmus de Lent maritus et tutor legitimus (dg: ..) Elizabeth sue uxoris filie quondam Godefridi Wever predicti [et Godefridus et Johannes fratres liberi quondam] Ghibonis filii dicti quondam Godefridi (dg: .) Wever super dictis quatuor hont terre et una lopinata terre siliginee ad opus Godefridi filii [dicti quondam Godefridi] Wever renunciaverunt promittentes ratam servare et obligationem ex parte eorum deponere. Testes datum supra. BP 1177 f 285v 12 do 15-03-1386. ....... van Gravia zvw Egidius van Gravia verkocht aan Leonius van de 116 Zie ← BP 1177 f 284r 14 ±do 08-03-1386, verkoop van dit huis en deze tuin. 117 Aanvulling op basis van BP 1177 f 285v 10.

    BP 1177 f 164v 15 do 10-11-1384.
    Thomas zvw Johannes gnd Maes soen en zijn dochter Elizabeth verkochten aan Bosch’ Protocol jaar 1384 03. 226 Johannes zvw Willelmus van Gheffen een stuk land, in Geffen, tussen Tielkinus Dircs soen enerzijds en Berta dvw Johannes van der Zoe anderzijds. Solvit.

    Thomas (dg: dictus Jans) filius quondam Johannis dicti Maes soen et Elizabeth eius filia cum tutore peciam terre sitam in parochia de Gheffen inter hereditatem Tielkini Dircs soen ex uno et inter hereditatem Berte filie quondam Johannis van der Zoe ex alio ut dicebant hereditarie vendiderunt Johanni filio quondam (dg: Joh) Willelmi de Gheffen promittentes cum (dg: tutore di) tutore indivisi super omnia warandiam et obligationem deponere. Testes datum supra.

    BP 1176 f 238v 12 do 30-01-1382.
    Johannes van der Zoe van Megen verkocht aan voornoemde Godefridus zvw Andreas van Berlikem 5½ hont land in Megen, ter plaatse gnd die Hellose Rijt, tussen Arnoldus smid van Meghen enerzijds en Johannes gnd Blussen anderzijds.

    Johannes van der Zoe de Megen quinque et dimidium hont terre sita in parochia de Meghen in loco dicto die (dg: Loe) Helloesche Rijt inter hereditatem Arnoldi fabri de Meghen ex uno et inter hereditatem Johannis dicti Blussen ex alio ut dicebat hereditarie vendidit dicto Godefrido filio quondam Andree promittens warandiam et obligationem deponere tamquam de hereditate ab omnibus aggere et censu libera. Testes datum supra.

    BP 1176 f 103v 12 do 01-03-1380.
    Willelmus van Loen droeg over aan Adam Haeuwen 3 vadem land in Maren, tussen voornoemde Adam enerzijds en mr Wolphardus van Ghiessen anderzijds, strekkend vanaf de gemene weg tot aan de Maas, aan Theodericus van der Zoe szv voornoemde Adam verkocht40 door Goeswinus gnd Bodekens soen en zijn zoon Ludovicus, en welke voornoemde Willelmus vernaderd41 had van voornoemde

    Theodericus. Willelmus de Loen tres mensuras terre dictas vademen sitas in parochia de Maren inter hereditatem Ade Haeuwen ex uno et inter hereditatem magistri Wolphardi de Ghiessen ex alio (dg: ut) tendentes a communi platea usque ad Mosam (dg: quas ipse) venditas Theoderico van der Zoe genero dicti Ade a Goeswino dicto Bodekens soen et Ludovico eius filio et quas dictus Willelmus erga dictum Theodericum per modum redempcionis e jure proxomitatis acquisiverat prout in litteris hereditarie supportavit dicto Ade (dg: pro) cum litteris et aliis et (dg: iur) jure promittens ratam

    40 Zie ← BP 1176 f 094r 01 do 01-12-1379, verkoop van de 3 vadem aan Theodericus van der Zoe szv Adam Haeuwen.
    41 Zie ← BP 1176 f 094r 02 do 01-12-1379, vernadering van de 3 vadem.

    1) BP 1176 — folio 094r (01-12-1379)
    Goeswinus Lodekens soen en zijn zoon Lodovicus verkochten aan Theodericus van der Zoe szv Adam Haeuwen 3 vadem in Maren, tussen voornoemde Adam enerzijds en mr Wolphardus anderzijds, strekkend vanaf de gemene weg tot aan de Maas, belast met Maasdijk, op die 3 vadem gelegen, ter lengte van de breedte van voornoemde 3 vadem.”
    Bron: Bossch' Protocol, Ketelaars-transcript BP 1176, f.094r (01-12-1379).
    (geïdentificeerd persoon: **Theodericus van der Zoe).

    Met vriendelijke groet,

    Jermaine Van der Meer

Je ziet 1 van 1 reactie

Neem contact op met

Log in om contact op te nemen. Alleen ingelogde gebruikers met een bevestigd e-mailadres kunnen een bericht sturen.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.