Naast het spel ketteren kende mijn zwager nog twee Oisterwijkse spellen welke op St. Jozefschool gespeeld werden.
Ik wil u deze spelen graag laten weten.
We speelden het dikwijls op de speelplaats van de school, maar dat tennisveld was er bijzonder geschikt voor. Iemand begon te zingen van:" Wie doet er mee Baaaaaren. Vanzelf kwamen er dan de nodige jongetjes opdagen om dat spel mee te spelen. Het was een spel waarbij je hard moest kunnen lopen en het bestond uit twee partijen. Midden over het veld liep de scheidingslijn tussen die twee partijen. Over die lijn was je in vijandig gebied en kon men door de vijand aangetikt en gevangen gezet worden. Kwam men echter onaangetikt aan het eind van het vijandige veld, was men zolang men op die lijn bleef, onkwetsbaar. Werden er door de tegenpartij gevangenen gemaakt, werden die een paar meter van de eindstreep gezet. Ze mochten daar niet vandaan, tot iemand van de eigen partij, zonder aangetikt te worden door de vijand, de gevangenen kon aantikken. Die waren dan weer vrij en konden opnieuw aan het spel deelnemen. Was er meer dan een gevangene, moest de tweede een hand aan de eerste geven en zo kon er een hele rij onstaan en werd de tegenpartij te zwak om verder te spelen en gaf het op. Zonder dat we het wisten was dit spel een goede gymnastiekoefenig voor ons.
Luterke Nul
Op de school speelden we ook "Luterke Nul". Dat was een ruw spel voor stevige knapen en dat waren we allemaal. Voor de muur van de speelplaats werd een vree afgebakend en een van de sterksten ging met zijn handen als bij het bidden in elkaar geklemd staan en dan riep hij:"Luterke Nul, ik neem er acht aan, met mijn eigen mee!" De aannemer liep dan de vree uit en probeerde met die samengvouwen handen iemand aan te tikken. Maar uit die vree was de man onbeschermd en was het belangrijk om die samengevowen handen los te krijgen, zonder door die man aangetikt te worden. Lukte dat om die handen los te krijgen, mocht men die man met stompen naar zijn vree terug ranselen; wat hij dan ook heel snel deed. Werd echter iemand aangetikt mocht men ook die, naar de vree terugslaan. Dan formeerden die twee zich en hand in hand kwamen er nu twee jongens uit de vree. Alleen de eerste man was gerechtigd om aan te tikken. Maar nu was het zaak om die twee mannen te scheiden zonder getikt te worden. De beste manier was om met de kant van de hand zo hard mogelijk op die twee verbonden handen in te houwen. Lukte dat en was de keten verbroken, werden nu twee jongens, naar de vree geslagen. Dat ging zo door tot er acht jongens aan de keten waren; dan mocht de voorman uittreden en met de andere jongens proberen die mensenketting door te breken en de hele troep terug in de vree te slaan. Dit spel werd vooral in de winter gespeeld om warm geslagen te worden. Een frater vond dit spel toch wat te barbaars en wou het verbieden. Laten ze maar eens mee doen, dan kunnen ze zelf zien, wat voor een mooi spel dit is!" Stel je voor dat de fraters aan dit spel mee gingen doen en wij ze dan terug in de vree mochten slaan!!!