Hieronder de volledige boekpassage die aan mijn oorspronkelijke vraag ten grondslag heeft gelegen. Ik heb inmiddels twee advertenties gevonden in het blad De Sirene van van april en maart 1945 waarin Van der Burgt's Borstelfabriek in Oss op zoek is naar personeel.
'In het boek 'De Ontginning' (uitgegeven ca. 1997) staat een beschrijving van Antoon en zijn gezin: 'Na zijn huwelijk vestigde hij zich in 1919 in het Rustven in Reek, nadien Zeelands grondgebied. Antoon huurde daar een boerderij, gebouwd in 1919, van zijn schoonvader Herman Willemsen. Hier werden twee kinderen geboren. Pas in 1923 vestigden zij zich in de Schaijkse Hei. Zij lieten daar een boerderij bouwen en brachten tien hectaren woeste grond in cultuur. Oorspronkelijk werd het gebied omschreven als 'De Ontginning', de 'Schaijkse heide' of kortwerg 'de Hei'. In de naamgeving van toen, uitgesproken in het Schaijks dialect, lag de kwalificatie van dit gebied opgesloten. Dit klonk bepaald niet positief. In 'de Hei' had men het gevoel dat 'men' op hen neerkeek.
Ook Antoon van der Burgt had zoals bijna alle boeren in De Ontginning een gemengd bedrijf, waardoor zij voor een groot deel in hun eigen onderhoud konden voorzien. Er was weinig of geen gebrek, wel leefde men in grote soberheid. Je zou kunnen zeggen dat het spreekwoord 'van een nood een deugd maken' de wapenspreuk was voor veel bewoners in De Ontginning. Specialisatie in de landbouw werd hier in die tijd nog weinig toegepast. Door propaganda van de 'Jonge Boerenstand' werden op kleine schaal gewassen verbouwd, zoals peulvruchten, veel koolsoorten en groenten in het algemeen, die aan de dagelijkse pot enige garantie gaven en hoge voedingswaarden hadden.
Een pas ontgonnen grondgebied bracht in de eerste jaren weinig op. De grond was mager en dor en soms was het geruime tijd zo droog dat de opbrengst niet veel meer was dan poot- of zaaigoed. Als het voldoende regende kon op de schrale grond nog redelijk geoogst worden. Met de toen bekende en aanwezige middelen werd niets nagelaten om de productie te verhogen. Tijdens de crisis, in 1928 begonnen, daalden de prijzen drastisch. Op een gegeven moment was er zelfs geen afzet meer van de landbouwproducten. De overheid nam maatregelen waardoor de productie en aantallen stuks vee ingekrompen en gequoteerd moesten worden.
De ziekte van Antoon van der Burgt was de belangrijkste reden dat de familie al vroegtijdig de boerderij aan de Franse Baan opgaf. De familie zocht al geruime tijd naar een kleinere minder bewerkelijke en meer vruchtbare boerderij. Daarom bouwde Antoon in 1934 opnieuw en verhuisden zij nog in dat jaar naar de Noordhoek. De grond die bij het nieuwe bedrijf behoorde had de familie kort daarvoor geërfd van Herman Willemsen, schoonvader van Antoon. In de buurt van deze grond lag nog een stuk weiland. Ook deze grond werd bewerkt. Aan de Noordhoek woonde de familie tot 1948. In dat jaar overleed Antoon op relatief jonge leeftijd. Moeder Adriana van der Burgt verhuisde spoedig na de verkoop in 1948 met haar gezin naar Oss. Vader Antoon had in 1945 al een stuk bouwterrein gekocht aan de Burgemeester van den Elzenlaan. Ook de bouw van zijn nieuwe woning had Antoon al voor zijn dood geregeld. Zelf heeft hij er niet meer gewoond.
Voor een Schaijkse winkel en smederij maakte de familie Van der Burgt een vijftigtalblenders (borstels/bezems). Deze borstels verkochten goed met als gevolg dat er een paar apparaten werden ontwikkeld om borstels en bezems te persen. Zo ontstond in 1942 de borstelfabriek in de Noordhoek te Schaijk. In 1944 verhuisde dit borstelbedrijf van Schaijk naar Oss. Direct daarna kocht de familie Van der Burgt de fima H. Oppenheimer Borstelfabriek in Oss op (vermoedelijk Klaphekkenstraat - nu Oostwal). Waarschijnlijk ging het hier om het kopen van een lege BV. Hierdoor kon men beschikken over de benodigde vergunningen en materiaaltoewijzingen. Beide bedrijven werden formeel samengevoegd en onder de naam Firma Van der Burgt Borstelwerken Oss werden de producten (onder de naam BUFA) aan de man gebracht. De personeelsbezetting bestond uit 60 werknemers. He bedrijf exporteerde onder andere naar Indonesië. In 1955 is het bedrijf overgenomen door een gegadigde uit Indonesië. Deze verkocht het bedrijf gedeeltelijk aan een andere borstelfabriek'.'