dit zijn de genoemde schepenakten
20 januari 1742: Jan Jaspers en Petronella Theunissen el.; Cornelis Jaspers en Maria Arts el.; Gerardus van Ravenstein en Jenneke Gerrits el., welke Jenneke Gerrits voorheen gehuwd was met Peter Jaspers; idem Reijn Thijssen, als bloedoom en momboir over Anthonij Derx, minderj.zoon van Derck Thijssen, uit zijn eerste huwelijk met Helena Jaspers; allen kinderen en erfgenamen van Jasper Peters en Gerritjen Lamers, gewezen el.; en die verklaarden dat ze een overeenkomst hebben bereikt om tot scheiding en deling te komen van de door wijlen laatstgenoemde el. nagelaten reële erfgoederen. Hiertoe zijn vier loten gemaakt. Het eerste lot bestaat in een huis, bakhuis en moeshof, met bijbehorend bouw- en weiland, groot ca. 1 holl. mergen alhier onder Wanroij, palende oost en zuid aan de gemeente, west Reijn Hendrix en noord de wed. Dries Kerstens. Dit lot is ten deel gevallen aan Gerardus van Ravenstein en Jenneken Gerrits el., waartegenover zij aan de drie volgende loten elk een som van 150 gls moeten uitkeren. Het volgende lot bestaat elk in een som van 150 gls en zijn ten deel gevallen aan Jan Jaspers en Petronella Theunissen el., Cornelis Jaspers en Maria Aarts el. en tenslotte Anthonij Derx, minderj. zoon van Derck Thijssen en Helena Jaspers gewezen el. (bron: BHIC, Schepenprotocol Mill, toegangsnr. 7040, inv. nr. 561, akte nr. 50, fol. 393-401)
17 juni 1748: Peeternel Thomassen wed. Cornelis Peeters, gewezen zoon van Jenneke Gerrits, uit haar eerste huwelijk met Peeter Jaspers, en mede erfgenaam van Gerardus van Ravensteijn, geass. door Thijs Wilbers als haar momboir enerzijds; en Jenneke Gerrits laatst wed. v. Gerardus van Ravensteijn, geass. door Hendrik Gerrits en Jan Jaspers, als bloedmomboirs over haar nog minderjarig kind uit haar huwelijk met voornoemde Gerardus van Ravensteijn; idem Hendrikus Reijnen en Maria Peeters el.; erfgenamen van Gerardus van Ravensteijn anderzijds; verklaarden dat daar voornoemde Cornelis Peeters zonder kinderen is komen te overlijden, de eerste comp. het recht op vruchtgebruik van die nalatenschap heeft verkregen en de eigendom hiervan bij erfenis is overgegaan op de laatste comp. Tevens is bij het aangaan van het huwelijk van voornoemde Jenneke Gerrits met Gerardus van Ravensteijn is bedongen, dat indien er kinderen uit dit huwelijk mochten worden geboren, hetgeen gebeurd is, die met de voorkinderen van Jenneke Gerrits uit haar eerste huwelijk met Peeter Jaspers, beschouwd zouden worden als uit één bed ontsproten en gelijk zouden delen in de nalatenschap van Gerardus van Ravensteijn en Jenneke Gerrits. Comparanten verklaarden voorts dat zij ter voorkoming van redetwisten over en onnodige kosten voor de nalatenschappen van Cornelis Peeters en Gerardus van Ravensteijn, na voorafgaand onderzoek van de grootte van de boedels, met elkaar een akkoord te zijn overeengekomen, het navolgende inhoudende.
1 dat de eerste comparante alle gerede en ongerede goederen in vollen en vrijen eigendom zal behouden en erfelijk bezitten zoals zij die nu door haar zelf en haar overleden man werden bezeten, alsmede hetgeen aan voornoemden man als huwelijksgoed is mee gegeven, zonder iets aan de laatste comparanten nog hun erven te moeten uitkeren. Waartegenover de eerste comp. alle schulden van haar boedel tot haar last zal nemen en belooft de laatste comparante daarvan te bevrijden.
2 dat de laatste comparanten alle gerede en ongerede goederen in vollen en vrijen eigendom zullen behouden en erfelijk bezitten zoals Jenneke Gerrits die nu door haar zelf en haar overleden man werden bezeten, zonder dat de eerste comparante nog haar erven daarop enig recht, hetzij uit hoofde van vaderlijk bewijs of uit hoofde van wat ook zou mogen zijn, behouden. Waartegenover de laatste comparanten alle schulden rustend op de boedel tot hun last zullen nemen en daarenboven aan de eerste comparant een som van 105 gls moeten uitkeren.
(bron: BHIC, Schepenprotocol Mill, toegangsnr. 7040, inv. nr. 561, akte nr. 63, fol. 489-497)
4 februari 1752: Opdracht door Hester van den Elsen wed. van Peter van Ravenstein geass. met haar zoon Gerrit van Ravenstein en Gerrit van Ravenstein gehuwd met Thijske Goossens, Aan Johan van Turnhout (schoolmeester te Mill) gehuwd met Josina Duschemin, van een lening van 300 Caroli gulden tegen 4% jaars met als onderpand een huijs schuur, backhuijs, moeshof met bouw- en weijland ongeveer acht hond groot, oost wed. Theunis Jans de Hoog voorts de gemeente alsmede de Nieuwen Camp genoemd in vorige acte, t.o.v. Peter ven den Heuvel sub.schout, Gerrit Willems en Hendrik Aarts schepenen. De lening werd door haar dd. 5-3-1760 afgelost (bron: BHIC, Schepenprotocol Wanroij, toegangsnr. 7040, inv. nr. 578, akte nr. 69, fol. 115)
9 februari 1760: Opdracht door Gerrit van Ravenstein wednr. van Tijske Schuurmans met zijn drie meerderj. kinderen met name: Cornelis, Johanna en Maria Anna van Ravenstein, Jan Geene en Christiaen Jans als momb. over de minderjarige Gosewinus van Ravenstein. Aan Jan Huijbers gehuwd met Johanna de Hoog voor de ene en Johannes Celissen gehuwd met Maria de Hoogh voor de andere helft van een stuk bouw- en weijland groot ongeveer een holl. mergen onder Wanroy, e.z. Johannes Jacobs en voorts de gemeente. Voor de som van f. 257.0.0, t.o.v. Peter van de Heuvel sub.schout, Gerrit Willems en Eghbert Aarts schepenen (bron: BHIC, Schepenprotocol Wanroij, toegangsnr. 7040, inv. nr. 578, akte nr. 98, fol. 164)