Per email 20-09-2022 ontvangen van dhr. Jan van den Bergh:
In Taxandria 1894 staat alleen maar dat de grafplaat dat de grafplaat bij een verzakking gebroken of vernietigd is.
Ook per email dezelfde dag van Jan van den Bergh:
In 1469 was hij meerderjarig. Grafsteen met wapen in de Hervormde kerk te Almkerk. De grafsteen bevind zich voor de kansel in het liturgisch centrum van de kerk. Tijdens de oorlog werden de drie zerken die zich tegenwoordig in de kerk bevinden ernstig beschadigd. Na restauratie zijn deze opnieuw in de kerk geplaatst. Johan van Clootwijk, Stadhouder des graven van Hoorn in den Lande van Altena, hij nam ten wijve Jonkvrou Elisabeth de Borchgraaff; zij leggen begraven tot Almkerk, hij uitgehouwen in zijnen Harnasse op eenen blauwen zerk en storven in de Jaren 1557 en 1530 (op de grafzerk is echter duidelijk het jaartal 1517 te lezen)". Deze zerk zal vroeger gelegen hebben midden in het koor. De huidige Hervormde kerk is gebouwd in 1950, op de plaats van de door oorlogshandelingen in 1944 verwoestte middeleeuwse kerk. In de Hervormde kerk te Geertruidenberg bevinden zich een regentenbord en een grafzerk van hun zoon, Peter van Clootwijk.
___________________
VAN NEDERVEEN:
Ik wil dit nog even vermelden om kritisch te zijn.
Deze familie worden vermeld als Ambachtsheren van Nederveen. Nederveen, zo heb ik begrepen, was een dorp dat in 1421 totaal verloren is gegaan door de Sint-Elisabethsvloed.
Over de familie Van Nederveen, heb ik nog wat aantekeningen bewaard, ze komen uit het boek over de genealogie van Nederveel uit 2006.
Ik ben nogal kritisch over dit boek. Het boek welk ik niet meer in bezit heb, want ik heb deze vorig jaar geschonken aan een liefhebber, is een moet verzorgd boek, de eerste paar generaties zijn voorzien van bronnen, en het overige is een groot gebrek aan bronnen, en dat is jammer.
De familie van Nederveen komen voor in Dussen, vanaf 2e helft 15eeuw en later, met mijn eigen voorouders. De diverse reeksen met deze familienaam van voor 1600 geven geen bronnen op, dat maakt het boek in mijn ogen onbetrouwbaar.
Ook het familiewapen op de cover is van net voor en of na het jaar 2000.
De 3 oudste generaties:
I. Jan (van) Nederveen (Neerveen, Neervenne), Aangeduid als Johannes de Loenhout dictus de Nedervenne, geb. ca. 1250
Bijschrift: Wordt genoemd als Heer van Loenhout in de genealogieën van Nederveen, door Mr. E.B.M Nederveen en C.J. Nederveen (2006), doch zonder bewijsvoering.
II. Willem Jans (van) Nederveen, Ambachtsheer van Nederveen, geb. ca. 1285, overl. na 13-9-1325, tr. Een dochter van Gerard van Wieldrecht.
Op 13-9-1325 Krijgt Willem van Nederveen het ambacht Nederveen in leen van de graaf van Holland, in de parochie Capelle tussen het ambacht van de Zijdwinde en het ambacht van Klein-Waspik. (Ons Voorgeslacht, jrg. 43 (1988, Lenen gehouden van Gerard van Wieldrecht 1325-1521).
Over Gerard (Hugensz.) van Wieldrecht, leenheer. Het volgende:
Is vermoedelijk de schoonvader van Willem van Nederveen. Over de herkomst van de familie van Wieldrecht en de namen van zijn ouders is nog vrij weinig bekend. Wordt diverse malen vermeld. nr. 1287.05.31(na 1287.05.00)a 1287 mei Willem Hugemanszoon, heer van Zevenbergen, en zijn echtgenote Hadewijch geven ten overstaan van de schepenen van Zevenbergen aan Willem Betten (van Aardenburg) ten behoeve van het Sint-Janshospitaal te Brugge honderd bunder moer te Zevenbergen tegen een jaarlijkse erfcijns van achttien penning Hollands per bunder met de verplichting tot het betalen van drie penning Hollands per last gedolven turf en stellen het Sint-Janshospitaal vrij van alle overige diensten en afdrachten, met uitzondering van het aandeel in de waterschapslasten. Tevens verbinden Willem en Hadewijch zich ertoe op eigen kosten openbare wegen aan te leggen. Willem, heer van Strijen, bekrachtigt de overeenkomst en bezegelt mede, samen met Wolfert van Borsele, Gerard van Wieldrecht, Gillis van Wendelnesse en de schepenen van Zevenbergen. (Digitaal oorkondenboek Noord-Brabant) ____ Het geslacht Van Wieldrecht. Tot slot enige opmerkingen over de Van Wieldrechts. Ook van deze zijde uit kan men immers de problemen benaderen. Van deze familie - of waren er meer families met deze naam? - is mij bijzonder weinig bekend. De eerste die ik gevonden heb, is Gerardus van Wieldrecht, die optrad als getuige bij de verlening van het stadsrecht aan Geer- truidenberg door de graaf van Holland in 1213.(39) Hun wapen schijnt dezelfde voorstelling gehad te hebben als dat van de heren van Breda en dat der heren van Strijen. Het vertoonde dus drie schuinkruizen. Mogelijk wijst dit op verwantschap, op herkomst uit een en dezelfde streek, op een feodale band en wellicht zelfs op een dienstverband. Human Laurenszoon van Wieldrecht werd op 3 juli 1313 door de graaf van Holland beleend met een ambacht ten westen van Loenremere, vermoedelijk Sprang.40 Zijn vader, grootvader en broer heb ik, buiten de vermeldingen in de akten van 1313 betrekkelijk Vlassele nog niet aangetroffen. Over een mogelijk verband tussen deze familie en de ambachtsheerlijkheid Wieldrecht kan ik geen zinnig woord zeggen. Het ziet er bepaald niet naar uit, dat zij deze heerlijkheid gedurende een lange periode in leen gehad hebben. In 1313 werd een Gerard van Wieldrecht beleend met een stuk wilderd tussen Raamsdonk en het Rijsbroek gelegen41 en in 1317 Claes Gerardsz. van Wieldrecht met het ambacht Raamsdonk.( 42) De graaf begiftigt Gerard van Wieldrecht met verscheidene goederen in Zuid-Holland: Wi Willaem, grave van Heneghouwen, enz. maken kont allen luden dat wi ghegheven hebben ende gheven Gheraerd van Wieldrecht, onsen trouwen man, alsulc goet ende alsulc erfnesse als na ghescreven staet, dat es te verstane alle die wilderd die gheleghen es jeghens den ambocht van Raemsdonc tuysken Tielmans ver Belien soens moer en de tuysken Trysebroec buten den dyc, diit ghemene land daer helt toterer Duncga toe, in enen eweliken erfftyns van elker hoeve te ghevene twaelf penningen groter tornoys elcs jaers, alle jaer te ghevene te Sinte Martyns misse, naest comende over twie jare. Voird so wat lude dat bi Gheraerd voersz. op deze voerseyde wildert ende hoeven comen binnenden voerseiden palen dien zullen ter tafel niet comen voer den Baeliu, mar Gheraerd zal daer of een Rechter wesen van alre misdaet, die si op die wilderd mesdoen, ten si van manslachte, van diefte, van vredebrake, van vrouwen te vercraftene ende van moerdbrande die zullen wi doen berechten onsen Baeliu van Zuitholland, gheliken datmen anders waer doet in Zuytholland van zulker sake, daer bi zal Gheret voersz, syn dordendeel daer an behouden. Voert soe hebben wi ghegheven ende gheven Gheraerd voersz. Alle die wilderd die gheleghen es teghens ’t ambocht van Wilderecht ende jeghens ’t ambocht van Twintichhoeven tysken de ambochten van der Wede an die ene zide, ende den ambochte van Dubbelminde an die ander zide, opwaerd gaende also verre also onze Graefscip gaet ende also verre alst ongheërt ende onghesayt es, ende dit sal hi hebben in alsulken pacht ende in alsulker manieren alse voersz. es, sonder allene dat Gheraerd voersz. van deser voerseyder wilderd jeghens den twien ambochten voersz. ende ghienen pacht gheven en sal also langhe als hi levet. Voerd soe en sal Gheraerd voersz. up alle dese wilderd voersz. beyde boven ende beneden nimet brenghen ute onsen lande noch verpachten en sie bi ons. Voerd soe en sal Gheraerd voersz. behouden zal den Broec t’siere orbaer ende t’siere nutscip also langhe als hi leeft, sonder ons enighe thyns of enighen pacht daer of te ghevene, also als hi gheleghen es. Ende na Gheraerds levenen voersz. soe zal alle dese voersz. wilderd ende Broec an ons comen met anders sinen goede dat hi van ons hout ende hier bi soe sel Gheraerd voersz. alle die tiende ghebruken ende behouden van dese voerseyden goede also langhe als hi leeft. In orkonde desen brief bezeghelt met onsen zeghele. Ghegheven in ’t jaer ons Heeren MCCC ende Mieris 2 138: 1313 Bron: Over Servatius, stchter van Catharinadal, door: J.M.H. Broeder - Jaarboek De Oranjeboom 24 (1971) Wi Willem, grave van Henegouwe, enz. maken cond enz. dat wi vercoft hebben ende verghist Willame van Duvenwoirde, onsen trouwen camerlinc, onse ambocht van Twintich hoeven met al der wildert van half der Mase, opwaerds streckende te Braband waerd, alse verre als onse graefscip ghaet, met sulken rechte alst ons ane quam van Gheraerde van Wieldrecht, diet van ons plach te houden, behouden onser gheershuren ende ons ghaghels van der Zualwe, dat hi yeghens ons cofte omme twie hondert pond Hollands, die hi ons bi Clayse Gheraerds zone van Wieldrechte vol ende al betaeld hevet, ende Jan van Leyden, onse capellaen, ons of gherekent hevet, alsoe dat wi ons van dien ghelde wel ghepaiyet houden. Wilc ambocht metter wildrecht. Alst voirschreven es, wi hebben wel verliet ende verlien Willem, onsen camerlinc voirsz. Ende sinen nacomelinghen van ons ende van onsen nacomelinghen in rechten leene te houden ende ghelovet hem te waren yeghens elken man. In oriconde desen brieve enz. Ghegheven tote Zente Gheerdenberghe, des Zaterdaghes voir Sente Symon ende Juden dach in ’t jaer ons Heeren M CCC vive ende twintich. (Mieris 2 366 26-10-1325) Dordrecht Ondergronds Briefrapport 23 Een archiefonderzoek naar vermeldingen van nederzettingen in de Groote Waard van vóór 1421. H. ‘t Jong en M.C. Dorst Op 13-9-1325 gaf Gerard van Wieldrecht het ambacht Nederveen in leen aan Willem van Nederveen (Ons Voorgeslacht, jrg. 43, 1988). Op 11-5-1328 Willem van Duivenvoorde, kamerling, bij overdracht door Jan Scoutekin, die hield van Gerard van Wieldrecht, het gerecht van Over-Waspik, zijnde het gerecht van Waspik boven de kerk (Ons Voorgeslacht, jrg. 43, 1988).
III. Gerit (Gerard) Willems (van Nederveen, geb. ca. 1318, overl. na 1377, tr. N.N.
Het is dus best mogelijk, dat de van Nederveen in de reeks van Clootwijck hiervan afstamt.