Tijdens mijn onderzoek naar de familie Ernest ben ik het volgende doopboek tegengekomen op de website van het West-Brabants Archief. westbrabantsarchief.nl/collectie/bladeren-in-bronnen/registers/2a708a2e-f8d7-11df-a690-cd95c1e286e2 (opent in een nieuw tabblad)
Op pagina 25 van de scans staat de doopakte van Henricus, een van mijn directe voorouders. Een aantal dingen in dit boek en deze akte zijn mij niet helemaal duidelijk, en ik kon er verder ook geen informatie over vinden, dus ik hoop dat iemand hier mij verder kan helpen.
Allereerst het boek zelf. Volgens het WBA komt deze uit de gemeente Standdaarbuiten, maar op de eerste pagina worden meerde plaatsen genoemd. Dat Stantdaerbuyten, Willemstat en Finaert later Standdaarbuiten, Willemstad en Fijnaart zijn geworden begrijp ik wel, maar waarom worden die laatste twee genoemd in een doopboek uit Standdaarbuiten? Is het zo dat er in Willemstad en Fijnaart in die tijd geen katholieke kerk was? Of heeft het iets te maken met welke plaatsen er onder welke parochie vallen? Welke plaatsen horen er dan nog meer bij 'cum ceteris annexis'?
En waar ligt Blommendael? Bij Noordhoek ligt de Bloemendaalsche Polder. Maar dat is geen woonplaats, toch?
Daarna vroeg ik me af wat er nou precies staat in die inleidende tekst. Dat dit doopboek is begonnen door ene Joannes van Miert in het jaar 1752 is mij duidelijk, zover reikt mijn Latijn wel. Maar waar staan al die afkortingen voor, en wat is dan uiteindelijk de volledige tekst?
Ook de akte zelf is niet vanzelfsprekend. 'Vigesima secunda maii' lijkt mij 22 mei. Ik heb ook een boek over de familie Ernest (P.M. van Griethuysen, Een opsomming van de Noord-Brabantse familie Ernest afkomstig uit Lotharingen, 1985), daarin staat dat hij gedoopt is op 21 mei. Is het dan zo dat de akte pas een dag na de doop is opgesteld? Of heeft Van Griethuysen gewoon een foutje gemaakt? De tweede regel van de akte: 'ex finardia'. Uit Fijnaart dus. Dat zou betekenen dat deze Henricus is geboren in Fijnaart maar gedoopt is in Standdaarbuiten. Waarom zou dat zo zijn? De moeder, Elisabetha Hellemonts, komt uit Gastel, maar bij de naam van de vader staat geen plaats. Komt hij dan uit Standdaarbuiten, of is er een andere reden dat dat niet is opgeschreven?
Naar mijn weten worden in een doopakte vaak ook de peter en meter genoemd. Hier dus 'suscepit Adriana Frijters pro se, et pro Petro Frijters'. Zijn deze Adriana en Petrus dan de meter en peter? Wat betekent dan dat 'pro se, et pro Petro'? Is hier die Adriana de meter in plaats van Petrus? Is het gebruikelijk dat zoiets vaker gebeurde?
Nogal wat vragen over zo'n klein stukje tekst, maar dit is een van de eerste keren dat ik een bron gebruik die niet van de burgerlijke stand is, en die blijkt meteen een stuk lastiger te ontcijferen te zijn. Gelukkig weet ik dat er hier genoeg mensen zijn met veel meer ervaring dan ik, dus voor iedereen die mij kan helpen: alvast bedankt.