Καλησπέρα Joan van Hoof. Toen het kadaster nog niet volledig geautomatiseerd was, boekte de behandelend inspecteur van de registratie en successie alle onroerende goederen die in een successieaangifte vermeld stonden over op een formulier uit het losbladig register Registratie 50/51. Van die handeling maakte hij een korte aantekening in de marge van de aangifte. In de onderhavige aangifte is dat “Reg. 50 no. 7/4764”.
Wekelijks zond de inspecteur de opgemaakte formulieren in tweevoud naar het kadaster. Daar werden de desbetreffende leggerartikelen geactualiseerd en de namen van de nieuwe eigenaren erop gezet, De naam van de oude erfgenaam, de erflater, werd doorgehaald. In de marge van het leggerartikel werd door het kadaster de datum van overlijden van de erflater vermeld en werd een zelfde aantekening geplaatst als op de successieaangifte, in dit geval dus “Reg. 50 no. 7/4764”.
Ook controleerde het kadaster of de secties en nummers van de percelen correct waren weergeven en eventuele onjuistheden werden op beide formulieren verbeterd, waarbij ook gekeken werd of de erflater in ander/meer onroerend goed gerechtigd was. In de onderhavige aangifte ging het om sectie D, nummers 1934 t/m 1939 en 1908, vermeld op leggerartikel 1696, en sectie A, nummer 3821, vermeld op leggerartikel 4290.
Een verbeterd formulier werd vervolgens naar de inspecteur teruggezonden.
Een aantal van de andere aantekeningen in de marge heeft betrekking op notariële akten die verband houden met dit overlijden. Met de op het eerste blad vermelde inventaris wordt een akte van boedelbeschrijving bedoeld. Bij elk overlijden waarbij minderjarigen zijn betrokken wordt door de langstlevende opgave gedaan van alle bestanddelen van de nalatenschap en in handen van de notaris de eed afgelegd dat daarbij niets is verzwegen. Ook van de akte van boedelscheiding, de verdeling van de nalatenschap, wordt in de marge melding gemaakt. De bij beide aantekeningen vermelde data zijn de data waarop de akte door de notaris bij de inspectie der Registratie en Successie werd ingediend ter registratie en zijn dus niet de data waarop de akten werden gepasseerd. Omdat de indiening van aktes plaats moest vinden binnen tien dagen na het passeren ervan is de passeerdatum aan de hand van de registratiedatum wel bij benadering vast stellen. Met de onduidelijke afkortingen in de marge zoals “ger, gei, get” wordt steeds “geregistreerd” bedoeld.
De naam van de notaris die de boedelbeschrijving en de boedelscheiding heeft gepasseerd, staat niet in de marge vermeld. Omdat notaris Verheggen te Breda het testament heeft gepasseerd en bovendien in de aangifte op zijn kantoor domicilie wordt gekozen, waaruit blijkt dat hij die aangifte heeft verzorgd, mag aangenomen worden dat hij de boedelnotaris is.
De datum van het testament, 18 maart 1908, staat in de aangifte en de registratiedatum ervan staat in de marge. In afwijking van de hiervoor vermelde termijn van tien dagen wordt een testament pas geregistreerd na het overlijden. Een testament is immers geheim.
Alle hiervoor vermelde akten zijn inmiddels openbaar, maar zijn nog niet gedigitaliseerd. Raadpleging zal dus in de studiezaal moeten plaatsvinden.