De wet die van toepassing was voor het notariaat in het Franse keizerrijk, was de Wet op het notarisambt/Loi concernant organisation du notariat van 25 ventôse jaar XI (16 maart 1803).
De Belgische professor Fred Stevens heeft "de determinerende teksten van de ontstaansgeschiedenis van de notariswet" bijeengebracht in zijn publicatie "De Ventôse-wet op het notarisambt en haar genese"(Bruxelles 2004): bib.kuleuven.be/rbib/collectie/archieven/boeken/gilissen-historischeinleidingrecht-1982.pdf (opent in een nieuw tabblad)
"De revolutionaire wetgever [heeft] de hervorming van het notarisambt grondig besproken, herwerkt en bewerkt." (Stevens)
Het artikel waar het hier om draait, de ondertekening van de notariële akte, is artikel 14 van de Ventôse-wet. In het boek van Stevens pagina 272-273 met daarbij ook de voorafgaande redacties:
Art. 14. Les actes seront signés par les parties, les témoins, et les
notaires, qui doivent en faire mention à la fin de l' acte.
Quant aux parties qui ne savent ou ne peuvent signer, le notaire
doit faire mention, à la fin de l' acte, de leurs déclarations à eet
égard.
Conseil d 'État. La première rédaction portait : << Les actes seront simul-
tanément signés par les parties, les témoins et les notaires, qui en feront
mention à la fin de !'acte. - A l'égard des parties quine sauront signer,
il sera fait mention, à la fin de l' acte, de l' interpellation que les notaires
seront tenus de leur faire à eet égard, ainsi que de la déclaration moti-
vée desdites parties, à peine de nullité et des dommages-intérêts des
parties. >>
Cette disposition n' avait pas été renouvelée dans les rédactions subsé-
quentes, ou l' on avait cru pouvoir se dispenser de régler les formes
externes des actes.
Tribunat. Le Tribunat, d'après les observations que nous avons rappor-
tées plus haut, avait rétabli celte disposition dans les termes suivans,
qui n' ont point été entièrement adoptés : << Les actes seront signés
immédiatement par les parties, etc.>> (Le reste comme dans la loi.
Hier volgt de Nederlandse vertaling
Art. 14. De akten worden ondertekend door de partijen, de getuigen en de notarissen, die dit aan het einde van de akte vermelden.
Wat betreft de partijen die niet kunnen of niet in staat zijn te ondertekenen, moet de notaris aan het einde van de akte hun verklaringen dienaangaande vermelden.
Raad van State. De eerste versie luidde: "De akten worden gelijktijdig ondertekend door de partijen, de getuigen en de notarissen, die dit aan het einde van de akte vermelden. - Wat betreft de partijen die niet in staat zijn te ondertekenen, wordt aan het einde van de akte melding gemaakt van de interpellatie die de notarissen hun dienaangaande moeten doen, alsmede van de met redenen omklede verklaring van genoemde partijen, op straffe van nietigheid en schadevergoeding voor de partijen." >>
Deze bepaling werd niet overgenomen in latere ontwerpen, waar men meende dat het mogelijk zou zijn af te zien van de regeling van de uiterlijke vormen van de akten.
Tribunaat. Het Tribunaal had, volgens de hierboven gerapporteerde observaties, deze bepaling in de volgende bewoordingen hersteld, die niet volledig werden overgenomen: "De akten worden onmiddellijk door de partijen ondertekend, enz." (De rest zoals in de wet.
Het gaat in dit artikel 14 om de zin: Quant aux parties qui ne savent ou ne peuvent signer, le notairedoit faire mention, à la fin de l' acte, de leurs déclarations à eet
égard."/Ned.vert.: Wat betreft de partijen die niet kunnen of niet in staat zijn te ondertekenen, moet de notaris aan het einde van de akte hun verklaringen dienaangaande vermelden."
Die verklaring zoals door de notaris verwoord luidt -zoals ik in mijn oorspronkelijke vraag al had vermeld: "qui ont declaré pour ne savoir dece faire réquis par nous :/"
Helaas moeten we het daarmee doen.