Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Hier testen we onze nieuwe website. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren.

Terug naar overzicht

Graag uitleg van deze akte

9 reacties

Alex

Graag een uitleg over de inhoud van deze akte.

Als ik het globaal begrijp gaat het om een conflict tussen 2 meteslaars en Govaert van Gulick, gevolgd door 2 getuigenverklaringen van 2 damens aan het einde van de akte.

Er worden termen in de akte gebruikt die ik niet helemaal duidelijk kan plaatsen.

24-6-1660 (G. Prasers, Allerhande acten (Protocollen), 1659 - 1660, Notariële archieven Breda, inventarisnummer 0179, blad 55v)
Op heden den 24en juny 1660 compareerden voor
mij, Geraerdt Prafers als openbaer notaris bij den
Rade van Brabant in s'Gravenhage gead(mitteer)dt, tot
Breda resideren(de) en(de) de getuygen naergenoemt, Franchoijs
Reijgers, m(eeste)r-timmerman alhier, ende Jan Adriaenssz
Smolders, m(eeste)r-metselaer alhier, de welcke ter instantie
en(de) v(er)soecke van Jacob van Bergen, borger en(de) Brouwer
opten Hadijck alhier, gesamentlijck en(de) elck intbesonder
op henlieder manne waerheyt ende trouwtheyt in
plaetse van eede, noot v(er)socht sijnde presenteren(de) te doen,
hebben verclaert, getuyght en(de) gedeponeert waerachtich
en(de) hen seer wel kennel(ijck) te wesen alsdat geleden ontrent
seven weken, onbegrepen nochtans den precisen dage,
sijlieden deponenten als timmerman en(de) metselaer respective
werckende int maecken en(de) opbouwen van seeckere huysinge
toebehooren(de) den v(oor)s. req(uiran)t, gen(aem)t
Den Rooden Leeu, gestaen en(de) gelegen opt eynde van(den) Gadijck
ten westsijde van(den) huysinge gen(aem)t Den Eyerkorf, toebehooren(de)
Govert Jorissz van Gulick, het aldoen gebeurt is dat den
selven Govert Jorissz van Gulick tegens den voorsz.
tweeden deponent, als metselaer voorsz. werckende,
seer heft gekeven, geraest en(de) getiert, mitsgaders
hem v(er)scheyde reysen gedreygt te werpen met eenen steen die hij d(aer)
toe al inde handt opgenomen en(de) strijckens gereet hadde, daer op hij
tweede
deponent voorsz. tegens hem Van Gulick seghde
dat hij hem deponent nyet soude toucheren
ende hem met vrede laten, also hij deponent
op sijn wreck was, oft dat anders hij sien soude
wat te doen hadde; naer welcke kijvagie,
rasen en(de) dreygementen van hem Van Gulick, verclaeren
sij deponenten voorsz. dat wijders gebeurt is
dat de voorn(oemde) Van Gulickj sich onderstaen en(de) voirdert(?0
heft den requirant door een gat ofte openisse (t welck
was tusschen des req(uiran)ts huysinge en(de) die van(den) voorsz.
Van Gulick) met eenen steen te werpen twee gaten aen oft in sijn een been,
welcken werp
gedaen sijnde, heft hij req(uiran)t tegens hen deponenten
als met pijn geseght en(de) geclaeght Siet hoe ick daer
bij hem (denoteren(de) d(aer) mede den voorn(oemde)
Van Gulick) werde geworpen; ende heeft den req(uiran)t sich mede
naer vooren beyden en(de) ald(aer) sijne couse neergestreken en(de)
sijn been voorsz. gevisiteert.
Compareerden mede Marie van Heijnsbergh, out ontrent 26 jaeren en(de)
Willemijntken
van Gemert, out ontrent 18 jaeren, beyde woonen(de) opt eynde
van(den) Hadijck alhier bij de poorte, rechtel(ijck) gedaeght / door de
roeydrager van / Rijsbergen, soo hij / gerelateert heft,
op henne eere en(de) onder presentatie van eede
als voor, ten v(er)soecke van(den) voorn(oemde) requirant, verclaert,
getuyght en(de) gedeponeert waerachtich ende hen
---
seer wel kennel(ijck) te weseb alsdat ten tijde voorsz.
sij deponentens gesien hebben dat den req(uiran)t in desen
aen sijn been gequetst ende seer bloeyende
was, waer op sij, Marie van Heijnsbergh, vragende
wie 't selve gedaen hadde, is d(aer)op bij een
van(den) arbeyders, (wiens name sij nu nyet seeckerl(ijck)
weet) geseght en(de) geantwoort Dat doet den
Bossenaer, aldaer, soo de deponenten v(er)claerden.
Aldus verclaert en(de) gepasseert binnen Breda
ten dage, maende en(de) jare alsboven, ter pr(ese)ntie van
Adriaen Goossens Pijnenborgh en(de) Caspar van Hartsvelt,
beyde borgers alhier, als geloofw(aerdige) getuygen en(de)
die dese etc.

[getekend:
franso
Jan AdrIeaensen smoelders
Marie van heijnsberch
willemyn van gemert
Arian gossens Peijnenbog
Caspar van Hartveldt]

Quod attestot,
[getekend
G prafers Nots publs]

9 reacties

  • Peter van de Laar16 okt 2025, 18:28

    Alex,
    Geef maar op welke termen onduidelijk zijn, da's handiger.

  • Alex16 okt 2025, 19:22

    Peter,

    Hieronder een aantal worden graag ter verduidelijking wat het betekend en een kort conclusie.

    Mannenwaarheid

    toucheren

    sijn wreck

    strijckens = Beweging in de richting?

    kijvagie, rasen klint als: Woede of ruziemaken? en tierend?

    wijders

    (denoteren(de)

    couse = oorzaak?

    Een reden van het conflict wordt mij niet duidelijk. Er moet een reden zijn geweest dat Govaert van Gulick ruzie zocht met de 2 bouwlieden.

    Is Govaert gestoken of met een zwaaiende beweging dat er een snijwond op zijn been is onstaan? Of 1 van de bouwlieden is aan zijn been gewond geraakt. De 2 getuigenverklaringen door de 2 dames die wettelijk waren gedaagd voor de roeidrager van Rijsbergen, (is roededrager van de Gevangenpoort van Breda), verklaarden dat zij niet hebben gezien wie het heeft gedaan, alleen dat er een snijwond was te zien.

  • Egbert16 okt 2025, 20:59

    In het kort:

    Franchoijs Reijgers, meester-timmerman en Jan Adriaenssz Smolders, meester-metselaar waren bezig met het opbouwen van een huis genaamd “den Rooden Leeuw” van brouwer Jacob van Bergen. Aan de westzijde stond het huis “den Eyerkorf” van Govert Jorissz van Gulick.
    Van Gulick begon de metselaar uit te schelden en dreigde hem met stenen te gooien die hij al in zijn hand had. De metselaar zei tegen van Gulick dat hij hem niet moest aanraken (toucheren) en hem gerust moest laten. Van Gulick gooide daarop een steen door een opening tussen de beide huizen. Hij raakte daarbij het been van Jacob van Bergen die daarop beide zijn kousen uittrok en zijn been onderzocht.
    Marie van heijnsbergh en Willemijntken van Gemert getuigen dat zij hebben gezien dat Jacob van Bergen’s been gewond was en hevig bloedde. Marie vroeg aan de arbeiders wat er gebeurd was en kreeg tot antwoord dat “den Bosschenaer” dat had gedaan.

  • Alex16 okt 2025, 21:23

    ''den Bosschenaer'' is Govaert Jorissen van Gulick?

  • Egbert16 okt 2025, 21:53

    Govaert Jorissen van Gulick zou dan een Bosschenaer moeten zijn.

  • Egbert16 okt 2025, 22:00

    Als men (nog) geen eed aflegde gebruikte men de termen mannenwaarheid en vrouwenwaarheid.

    De metselaar en timmerman verklaren dat op hun "manne waerheyt ende trouwtheyt in
    plaetse van eede".

    "noot versocht sijnde presenterende te doen" betekent hier desnoods verzocht presenteren zij een eed af te leggen.

    De dames verklaren dat op "henne eere ende onder presentatie van eede als voor".
    Hier wordt niet verklaard op vrouwenwaarheid maar op hun eer, ook zij presenteren de eed af te leggen indien dat wordt verzocht.

  • Alex16 okt 2025, 22:10

    Bosschenaer kan om vermoedelijk om 2 woonplaatsen gaan. 's-Hertogenbosch of Oudenbosch.

    In BP heb ik net gezocht naar de familie van Gulick, daar komt de familie voor, zoals een Willem Jorissen van Gulick in de 1e helft van de 17e eeuw. Kan een broer van Govaert gaan. Voor 1600 komt de familie in 's-Hertogenbosch niet voor.

    Het verruimd wel het beeld vanwaar Govaert van Gulick vandaan kwam. Hij werd in 1632 poorter van Breda. omdat hij kuiper was.

  • Alex16 okt 2025, 22:12

    Dank je voor de uitleg Egbert

  • Alex17 okt 2025, 18:38

    De scheldpartij en de verwonding veroorzaakt door Govaert van Gulick aan het adres van Jacob van Bergen, blijkt aanleiding te zijn geweest van een ouder conflict.

    Ondanks deze zaak, is Govaert van Gulick niet vervolgt of gestraft. Er is hierover niets terug te vinden.

    Op 31-7-1660 (G. Prasers, Allerhande acten (Protocollen), 1659 - 1660, Notariële archieven Breda, inventarisnummer 0179, blad 67r) Voor Gerardt Prasers als openbaar notaris etc. en getuigen, Govert Cornelisz van Gilst en Franchoys van Heusden, beide borgers alhier, de welke ter instantie en op verzoek van van Jacob Cornelisz van Bergen, borger en brouwer op de Hadijck alhier,op hunnen mannenwaarheid, vroomheid, eed, verklaren en getuigen, dat in 1640, exacte datum niet bekend waren beide deponenten aangesteld als voogd en toeziend voogd over het weeskind, Anthony Bartholomeus Sweens, zijn toen in plaats gekomen van Lambrecht den Parlevincker, destijds door doodsteken is overleden en dat destijds meerdere malen heftige woorden waren gesproken over een uit de hand gelopen conflict ter zake van een zeker ''geluctinge off schictsel'' de welke bij Govert Jorissen van Gulick was ''misstelt'', op het erf van
    voorschreven weeskinderen achter hetzelfde huis op de Haagdick hier te Breda, genaamd Den Rooden Leeu, ver buiten de ''reedinge ende de palen op den gemeynen scheydtsmuer'' tusschen der voorschreven wezen en zijns Van Gulicks '''grassingen'' voorschreven dat zij deponenten ooit of ooit tot dezelfde ''misstelde geluctinghe'' met toestemming gedragen, of in te stellen (uitvoeren), etc.

Je ziet 9 van 9 reacties

Neem contact op met

Log in om contact op te nemen. Alleen ingelogde gebruikers met een bevestigd e-mailadres kunnen een bericht sturen.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.