Anny, achternamen liggen pas vast sinds Napoleon. Daarvoor stond men vooral bekend met een bijnaam om onderscheid te maken tussen al die mensen met dezelfde voornaam (bijv de Lange, de Groot, de Bruin, Visser, Bakker, van Dijk, van Uden, van Zeeland) of men stond bekend met een patroniem: de naam van vader en/of grootvader. Met name in de kerk kwam het voor dat de pastoor/dominee patroniemen noteerde, terwijl men wel met een achternaam zoals wij die nu kennen bekend stond.
Om het moeilijk te maken konden patroniemen ook in de 17e en 18e eeuw al "versteend" zijn, dus gebruikt worden als achternaam zoals wie die nu kennen. Heel soms werd een matroniem gebruikt: de naam van de moeder.
Voorbeelden:
Sebastianus Romwaldi = Sebastiaan zoon van Romwald
Sebastianus Rommen = Sebastiaan zoon van Rom
Rom en Romwaldi zijn in feite dezelfde naam.
Vrouwen die doopgetuige waren werden soms ook genoteerd met het patroniem van hun echtgenoot : Ida Waltheri zou dan ook genoteerd kunnen worden als Ida (uxor) Sebastiani Romwaldi, dus Ida (vrouw) van Sebastiaan Romwalds/Rommen. Het woordje uxor werd niet altijd genoteerd.
Zeker in de RK kerk werd vaak een overeenkomstige heiligennaam genoteerd: Jan wordt Joannes, Dirck wordt Theodorus, Henrick wordt Henricus. Maar bijv. Bertus kon genoteerd worden als Hubertus, Albertus, Egbertus of Lambertus. Het kan zelfs voorkomen dat iemand die als Lambertus gedoopt is in latere akten voorkomt als Albertus. Wees je daar ook bewust van.
Kom je in een gezin bijv. 2x een Joannes tegen, dan is het vaak zo dat de oudste jong overleden is, maar dat hoeft niet. Als bijv. beide opa's ook Jan heetten, dan is het logisch om 2x een Joannes te laten dopen. In het dagelijks leven werd er dan één bijv. Jan genoemd en de andere Hannes. Een Maria kon bijv in het dagelijks leven Mie genoemd worden of Marie, Mieke, Marieke, ... Eigenlijk precies zoals we zeker in de 20e eeuw ook nog veel zagen.
Bij meisjes werden Joanna Maria, Maria Joanna, Anna Maria e.d. nogal eens door elkaar gebruikt.
Als bij de doop gezegd werd dat het meisje Mientje heette, dan kon de pastoor Wilhelmina noteren, maar net zo gemakkelijk Hermina of Jacomina. Eerke werd Honoria of Arnolda.
In de laatste akte die Cornelis noemt, komt voor Jan Henrick Jansen. Dit betekent dus Jan zoon van Henrick zoon van Jan.
Wil je hierover meer weten, zoek op dit forum dan maar eens op het woord patroniem. In het verleden is dit regelmatig uitgelegd met ook voorbeelden erbij. Door verschillende posts te lezen, krijg je ook wel door hoe het werkt.
Zeker wanneer je in de "patroniementijd" komt is het belangrijk om gezinsreconstructies te maken en goed te kijken naar vernoemingen en doopgetuigen.
Om terug te komen op jouw beginvraag: Honoria, de dochter van Sebastianus Romwaldi zou je dus in haar latere leven tegen kunnen komen als Honoria Sebastiani, Honoria Bastiaans, Honoria Sebastiani Romwaldi, Honoria Bastiaans Rommen enz. Omdat haar voornaam Honoria is werd ze in het dagelijks leven vermoedelijk Eerke genoemd. Honoria is immers de vrouwelijk vorm van Honorius en die naam komt van het latijnse woord honor wat eer betekent. Je zou haar dus ook kunnen vinden als bijv. Eerke Bastiaans (Rommen) of Arnolda Sebastiani, Arnolda Bastiaans enz.
In de tijd van Napoleon werden achternamen vastgelegd voor degenen die alleen nog met patroniem bekend stonden. Vaak werd gekozen voor het patroniem (Jansen, Hendriks, ....) maar men kon ook voor een andere naam kiezen. Van een aantal plaatsen zijn deze registers van naamsaanneming bewaard gebleven.
Succes!