en ook nog:
28 februari 1592: Wij Peter Willems van de Ven en Gijsbrecht Willems, schepenen verklaren dat voor ons zijn verschenen Gerit en Jan, broers en zoons wijlen Jan zoon wijlen Aernt van den Huevel door wijlen deze Jan verwekt bij diens vrouw Oda dochter wijlen Jan Dirck van Geffen, verder Roelof zoon wijlen Leonaert Roelofs als man van Jenneken, Gijsbrecht zoon wijlen Gerit Cornelis als man van Geerling en Goijaert zoon wijlen Aelbrecht Zegers als man van Beatricx, alle dochters van genoemde Jan Aernts van de Huevel en Oda, en hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze van wijlen hun ouders hebben geerfd en waarvan Oda destijds afstand van haar recht van vruchtgebruik heeft gedaan voor schepenen van de stad Den Bosch ten behoeve van genoemde Aert Jan Roelofs, Gijsbrecht en Goijart. Het bezit is deels in de vrijdom van de stad Den Bosch gelegen en deels te St. Michielsgestel.
- Genoemde Aernt krijgt een veld deels weide, deels hopland en deels akkerland, gelegen in de genoemde vrijdom in het Wout, met de pad die erbij hoort en uitloopt naar de gemeijnte, met de halve sloot, b.p. Lauwreijs Dircks van Lieshout, Peter Adriaen Jacobs, Peter Claes Delis, Evert Herman Ooms, de gemeijnte. Nog krijgt hij een stuk akkerland groot ca. een zesterzaad, alhier gelegen op de Hoochstraat, b.p. Wouter Gerits. het Rootven, de erfgenamen van Elisbateh van de Merendonck. Nog krijgt hij een stuk akkerland, ook ca. een zesterzaad groot ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. genoemde Wouter, Jacop Rutten, het Rootven, de erfgenamen van wijlen Elisabeth van de Merendonck. Uit dit bezit moet Aert jaarlijks een helft van een aflosbare rente van 6 karolusguldens betalen.
- Genoemde Jan zoon wijlen Jan Aerts krijgt een stuk akkerland, groot ca. 8 lopenzaad, gelegen alhier in de Triest, b.p. Henrick Henrick Rutten, Jan Peter Oolen (=Colen?) en meer anderen, Geerlincx weduwe van Goijaert Goijaerts, de gemeenschappelijke straat. Hieruit moet hij jaarlijks aan de erfgenamen van Henrick Peters een aflosbare rente van 12 karolusguldens betalen. Nog krijgt Jan een stuk akkerland, groot ca. een zesterzaad, alhier ter zelfder plaatse gelegen, b.p. Aernt Lauwreijs molenaar, Dirck Joirdens, Adriaen minderjarige zoon van wijlen Huiijbrecht Adriaens, Joost Henrick Peters, de erfgenamen van Ansem Jacops van Dinther.
- Genoemde Roelof zoon wijlen Lenaert Roelofs krijgt een stuk land deels akker en deel hopland, groot ca. 8 lopenzaad, alhier gelegen ter plaatse genoemd die Heije, b.p. Andries Cornelissen, de erfgenamen van Aert Jan Spierincks, Jan Henrick Delis, de Plack daar. Hieruit moet Roelof jaarlijks de grondchijns van 5 stuivers een oort op St. Michielsdag aan de heer van Herlaer betalen, nog een jaarlijkse aflosbare rente van 3 en een halve gulden aan het Heer Adams gasthuis in Den Bosch. - Genoemde Gijsbrecht en Goijaert krijgen samen een woonhuis, schuur, esthuis, tuin, grond etc. groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in de vrijdom van de stad Den Bosch onder Den Dungen, ter plaatse genoemd op Griensven, b.p. Rutger zoon wijlen meester Peter van geffen, Dirck Joirdaens, de gemeenschappelijke straat, Jan Henricks van Lieshout. Uit deze schuur en esthuis moeten ze jaarlijks in twee termijnen aan de hertog van Brabant als grondchijns de helft van 5 stuivers en 3 penningen betalen. Dat huis, esthuis etc. hebben Gijsbert en Goijaert onlangst verkocht voor schepenen van de stad Den Bosch zoals ze verklaren.
De delers doen over en weer afstand van aanspraken op elkaars bezit en ze beloven op onderpand van hun persoon en bezit de deling gestand te doen. Indiens iemands bezit minder waard wordt of er meer lasten op blijken te drukken zullen ze die samen betalen. Ieder zal de lasten op het eigen erfdeel ook zo betalen dat de erfdelen van de anderen ervoor zijn gevrijwaard. Ieder van hen zal overpad aan de anderen verlenen. Datum 28 februari 1592 (bron: BHIC, Schepenprotocol Sint-Michielsgestel, toegang 5121, inv. nr. 45, akte nr. 140, fol. 62r)