Kent iemand de deze uitdrukking?
Nederduijtsche 18e eeuw.
Heeft het te maken met "KLOT"?
Maar we hebben ook aanwijzingen voor:
a. Schapen die afgrazen en bemesten voor
b. Runderen die op de "Klöterie" grazen.
"Klot" kan in het Nederduijtsch ook "BAUNKOHL" bijna steenkool aan de oppervlakte zijn....
"Die Klöterie" zien we als een toponiem.
Uw welwillende reactie zien we met belangstelling gaarne tegemoet,
met dank