Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Staatse militairen. Zoeken in de Staten van Oorlog, 1595-1795

Onder welk regiment viel de compagnie van kapitein Severijn Paludan? Wie was in 1692 gouverneur van Willemstad, of wachtmeester in Klundert? En in 1710, en in 1770?

Om dit soort vragen te kunnen beantwoorden, zijn de Staten van Oorlog onmisbaar. En voor alle duidelijkheid: het gaat zeker niet alleen om Brabantse personen en plaatsen. Wie was in 1761 commies op de Ommerschans, ammunitiemeester in Utrecht, of boomsluiter in Delfzijl? Ook dat vind je erin terug. Deze belangrijke bron voor kennis van het leger van de Republiek is nu toegankelijk gemaakt.

Staten van Oorlog: Wie Was Wie in het Staatse Leger?

Het Staatse Leger, de krijgsmacht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd gefinancierd via het zogenaamde quotenstelsel. Elk jaar werd door de Staten-Generaal een zogenaamde Generale Petitie gedaan, een jaarlijks verzoek aan de verschillende gewesten om hun aandeel in de kosten van het leger te betalen. Zo’n petitie ging jaarlijks vergezeld van een Staat van Oorlog (en vaak naast een gewone – ordinaris -, ook nog een extra – extraordinaris – Staat): een toelichting op de begrote uitgaven en op de verdeling van die uitgaven over de diverse provincies.

Zo’n Staat van Oorlog bevat een minutieuze en gedetailleerde opsomming van de geledingen van het Staatse Leger tot op het niveau van individuele compagnieën: wie had de leiding, hoeveel manschappen had hij onder zich, wat kostte dat? Daarnaast somt de gemiddelde Staat vele andere militaire lasten op, zoals traktementen voor officieren, commissarissen van de monstering, wachtmeesters, ammunitiemeesters, officieren van justitie, schoolmeesters, predikanten en kanonniers. Overigens zijn niet alle posten van militaire aard. Zo werden ook de wedden van ambassadeurs die de Republiek bij vreemde mogendheden vertegenwoordigden (post: Gedeputeerden buijten de Provincien) langs deze weg betaald.

Elke Staat van Oorlog is – zeker vanaf circa 1650 – steeds volgens een vast stramien opgebouwd. Allereerst een onderverdeling per gewest, en binnen dat gewest een aantal vaste hoofdstukken, zoals je hieronder kunt zien:

Wat zit erin?

Van zo’n Staat van Oorlog werden indertijd jaarlijks ettelijke afschriften gemaakt, voor de diverse gewesten, voor verschillende steden en voor andere instanties. Dat betekent dat in een behoorlijk aantal archiefbewaarplaatsen verspreid over het hele land al dan niet volledige series van deze bron worden bewaard.

Zo bewaart het BHIC in de Collectie Rijksarchief  een vrij volledige serie, oorspronkelijk afkomstig uit het archief van de Raad van State. Deze reeks, die volledig is gescand en beschikbaar is via de website van het BHIC, vormt de basis van de bronbewerking zoals die nu beschikbaar is. Hiaten in de serie van het BHIC zijn zoveel mogelijk opgevuld met exemplaren bij andere archiefdiensten.

Bij de bewerking is zoveel mogelijk de volledige inhoud van de Staat van Oorlog overgenomen en in een database verwerkt.

Het merendeel van de posten betreft personen, maar ook posten die niet over een persoon gaan, zijn opgenomen.

Structuur en volgorde van de posten zijn van groot belang voor de interpretatie van de gegevens. Daarom kun je door de bewerkte bron bladeren via de volgende vier toegangen, onderverdeeld naar periode:

Op het ‘jaarniveau’ van elke Staat van Oorlog vind je eventuele details:

  • Vindplaats van de bron indien niet aanwezig bij het BHIC;
  • Uitleg van bijzondere tekens: in een aantal gevallen zijn er verschillende exemplaren van dezelfde Staat van Oorlog bekeken en zijn verschillen / aanvullingen genoteerd door middel van het gebruik van bijzondere tekens als # &.

 De eenvoudigste toegang tot de inhoud van de bron biedt de zoekingang Staatse militairen. Zoeken in de Staten van Oorlog. Hoe je deze zoekingang kunt gebruiken, lees je verderop.

Wat voegt het toe?

Omdat de Staten van Oorlog over een periode van twee eeuwen bewaard zijn gebleven, en - zeker vanaf circa 1650 - jaarlijks opnieuw werden opgesteld, steeds volgens hetzelfde vaste schema, is deze bron bij uitstek geschikt om de carrière van officieren in het Staatse leger te volgen. Gewone manschappen treft men er niet in aan, maar van officieren, vanaf het niveau van kapitein en ritmeester en hoger (sergeant-majoor, luitenant-kolonel, kolonel) kan van jaar tot jaar de carrière worden gevolgd.

Daarmee zijn de Staten van Oorlog een belangrijke bron voor de (personele) geschiedenis van het Staatse Leger en een mooie aanvulling op reeds bestaande indexen en overzichten:

  • De regimentsoverzichten van Ringoir (die in het verleden digitaal beschikbaar zijn gemaakt via dutchregiments.org, maar die site is alweer vele jaren offline en slechts gedeeltelijk bewaard in de waybackmachine van het internet archive). Deze overzichten gaan niet verder dan de top van elk regiment (kolonel – luitenant-kolonel – majoor). De Staten van Oorlog gaan één laag dieper, tot het niveau van kapitein / compagnie.
  • De indexen op de Commissieboeken van Staten Generaal en Raad van State bij het Nationaal Archief: die geven de datum van de benoeming, maar niet hoe lang de betreffende officier die functie heeft vervuld. Die informatie is wel uit de Staten van Oorlog te halen.
  • De index op de website Nederlands Militair Erfgoed op de Officiersboekjes die voor de periode 1725-1747 en 1760-1794 bewaard zijn gebleven. Deze boekjes bevatten zelfs nog meer informatie dan de Staten van Oorlog, maar zijn maar voor een beperkte periode beschikbaar.

Het feit dat de Staten van Oorlog tot op het niveau van de individuele compagnieën gaat, kan de zoektocht van veel genealogen naar militaire voorouders vergemakkelijken. Bij dopen en huwelijken van militairen wordt vaak alleen de naam van de kapitein vermeld waaronder de betreffende soldaat diende. Het is dan vaak een hele zoektocht om te achterhalen tot welk regiment die kapitein en diens compagnie behoorde. Met de gegevens uit de Staten van Oorlog wordt die zoektocht een stuk eenvoudiger.

Een voorbeeld:

Links een pagina uit de Staat van Oorlog van 1673 betreffende het regiment van kolonel Paulus Wirtz, met als luitenant-kolonel Willem Zurbrugge, als majoor Hieronimus Iddickinge en de kapiteins Hendrick Bentingh en Baldewijn van Rijswijck (op de volgende pagina nog meer kapiteins). Ringoir (ingevoegde witte vlakken) en Dutchregiments.org (rechts) geven inderdaad dezelfde kolonel, luitenant-kolonel en majoor, maar geen kapiteins.

In het werk van Wolters, die militaire huwelijken in veel Nederlandse garnizoenssteden indiceerde, vinden we een huwelijk in ’s-Hertogenbosch van Thomas Chapman, jongeman uit Schotland, soldaat onder kapitein Rijswijcq. Uit de Staat van Oorlog van 1673 blijkt dat deze kapitein Rijswijcq kan worden geïdentificeerd met Baldewijn van Rijswijck, kapitein in het regiment van kolonel Wirtz.

Hoe gebruik je deze bron?

Laten we één van de vragen van het begin van deze handleiding eens proberen op te lossen: wie was wachtmeester in Klundert in 1692?

Open het zoekscherm in uitgebreid zoeken. Voor een aantal gegevens (persoonsnamen, plaatsen, datering) zijn aparte zoekvelden, daarnaast kun je zoeken in alle velden. We vullen bij periode van/tot twee maal 1692 in. Houd bij de plaats rekening met verschillende spellingen (Clundert, Klundert, de Clundert etc.). Maak daarom slim gebruik van wildcards (? Voor één teken, * voor meer tekens), bijvoorbeeld: *lunder*. Voor functie / rang en dergelijke is er geen speciaal zoekveld. Dan gebruiken we alle velden. Gebruik ook hier weer een wildcard om spellingsvarianten te ondervangen: wachtm*. De zoekopdracht naar deze wachtmeester ziet er dan zo uit: (opent in een nieuw tabblad)

Deze zoekvraag levert twee resultaten op. De eerste is de functionaris die we zoeken: Severijn Paludan, wachtmr. In de Clundert. En we krijgen er nog een bijvangst bij: Jan Wouterse, die in hetzelfde jaar wachtmeester was op 't Zuijtfort bij de Clundert.

Ten slotte nog een voorbeeld hoe de carrière van een officier via de Staten van Oorlog, in combinatie met andere bronnen, kan worden gereconstrueerd. We nemen opnieuw de al eerder genoemde kapitein Baldewijn van Rijswijck als voorbeeld, en zoeken als volgt (opent in een nieuw tabblad):

Tussen 1649 en 1661 komt deze naam voor als kapitein. Mogelijk is hij dezelfde als de Baldewijn van Rijswijck die tussen 1673 en 1676 als zodanig wordt vermeld. Maar om daar zeker van te kunnen zijn is nader onderzoek (in andere bronnen) nodig. Hier concentreren we ons nu op de vermeldingen tussen 1673 en 1676.

Als we de scan van de vermelding van 1673 openen, zien we enkele regels boven Baldewijn de vermelding van Paulus Wirtz baron van Orneholm veltmarschalck ende Coll. Hieruit kunnen we opmaken dat kapitein Van Rijswijck een compagnie leidde onder het regiment van Paulus Wirtz (Dutch Regiments IR668a). Ook in de volgende vier jaren wordt hij onder dit regiment (dat vanaf 1674 onder leiding van Charles Wildt und Rhijngraeff - Karel Florentijn Wild-en Rijngraaf van Salm stond) vermeld. Daarna komt zijn naam niet meer voor.

De commissieboeken van de Raad van State bieden hier meer informatie: op 5-1-1673 vinden we daar (inv.nr. 1530 1r) de benoeming van Baudewijn van Rijswijck tot kapitein van de compagnie van de overleden kapitein Engelbert Beeckman. Baudewijn was op dat moment luitenant van dezelfde compagnie:

Op 21 januari 1676 vermeldt het Commissieboek (inv.nr. 1531 10v) de benoeming van Jaques Bernal in plaats van capt. Boudewijn van Rijswijck, welcke plaets hij al bedient heeft t’sedert den 20e julij 1675:

De reden van het vertrek van Van Rijswijck wordt helaas niet vermeld. Is hij overleden of heeft hij ontslag genomen? Dat vereist nader onderzoek in andere bronnen.

Tot slot blijkt uit dit voorbeeld dat de Staten van Oorlog vaak enigszins ‘achter liepen’: een Staat van Oorlog werd aan het begin van het jaar ingediend, dus aan het eind van het voorgaande jaar opgesteld. Die van 1676 is dus eind 1675 vervaardigd en vermeldt Van Rijswijck nog als kapitein. Zijn opvolger, die al sinds juli 1675 in functie was, deed pas enkele maanden later, in januari 1676, zijn eed bij de Raad van State, vandaar dat hij pas in 1677, de eerste Staat van Oorlog van na 1676, wordt vermeld. Het kan nog veel erger: er zijn voorbeelden bekend (tot nu toe vooral gevallen uit Friesland en Groningen) van personen die al vele, soms zelfs tientallen jaren overleden zijn en nog steeds worden vermeld.

Let dus op: de informatie in de Staat van Oorlog kan soms één, soms enkele en soms zelfs vele jaren achterlopen.

Literatuur:

Hulp nodig?

Heb je vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen, telefoon 073-6818500, e-mail vragen@bhic.nl en chat. Je kunt je vragen ook stellen op ons forum voor historisch onderzoek en genealogie: www.bhic.nl/forum

Met dank aan

Het BHIC kan deze index met personen die voorkomen in de Staten van Oorlog via haar website aanbieden met toestemming en medewerking van Anton Schuttelaars. Anton is applicatiebeheerder bij het BHIC, maar stelde deze index in zijn vrije tijd samen, met als doel om uiteindelijk zoveel mogelijk onderzoekers te helpen met het terugvinden van militairen in het Staatse leger. Anton bedankt!

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.