Dit verhaal is opgetekend uit de mond van mijn vader, Janus Smits (ook bekend als Janus van Errekes). Het gaat om één van zijn voorouders die in dienst zat, mogelijk ten tijde van de Belgische Revolutie. Een zware tijd, zoals blijkt uit het verhaal.

Vijf jaar en twee maanden moest je toen in dienst. Toen de diensttijd was afgelopen, kreeg Adrianus Smits een paspoort mee naar huis om later te kunnen bewijzen waar hij overal was geweest. Dat was onder meer in Nijmegen, Terneuzen en Alkmaar. Ook had hij de oorlog van België meegemaakt en in Noord-Frankrijk als krijgsgevangene in een kamp gezeten.
Op het paspoort stond vermeld dat Smits in Alkmaar afgezwaaid was en naar huis mocht... lopen! De afstand werd berekend op 29 loop-uren en dat leverde tien cent per loop-uur aan reisgeld op. Hoelang je er over liep, maakte niets uit. Garnizoenscommendanten en schippers werden aanbevolen om vervoer te verschaffen dus daar maakten de militairen ook gebruik van.
De laatste nacht voordat Adrianus Smits in Heesch zou aankomen, verbleef hij in de kazerne van Breda zodat hij zonder honger de volgende dag te voet naar huis kon terugkeren. Deze militair was tijdens zijn diensttijd van vijf jaar en twee maanden een maal 24 uur met verlof geweest. Hij verbleef toen in Nijmegen, oftewel zes uur lopen naar Heesch. Totaal hield hij van die 24 uren maar 12 uren over aan verlof.
Eenmaal thuis viel hij als een blok in slaap en moesten ze alle moeite doen om hem weer wakker te maken om lopend terug te keren naar Nijmegen. Het paspoort werd bewaard in een oude schooldoos die mijn vader vaak bekeek. Helaas is dit paspoort verbrand tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat het ouderlijk huis van mijn vader, dat aan de Rijksweg/Broekhoek stond, werd beschoten door de Duitsers en afbrandde.



