Het zijn vaak net kunstwerkjes, door fraai getekende dansparen of illustraties van complete feestzalen. Maar de functie van een balboekje is uitermate pragmatisch: jongen zoekt meisje - om mee te dansen. Tinder uit de negentiende eeuw.

Groot zijn ze niet, deze balboekjes van ongeveer vijf bij tien centimeter. Aan de binnenkant een overzicht van de verschillende dansen, en de namen van de danspartners. Want iemand zo maar ten dans vragen is in de negentiende en begin twintigste eeuw ondenkbaar. Bij officiële feesten en andere gelegenheden is dat aan strenge regels gebonden. De man moet zich - via de chaperonne van de dame - melden als potentiële danspartner.

Pas als hij op haar voorspraak toestemming krijgt, mag hij in zijn balboekje de naam van de dame achter een bepaalde dans schrijven. Met een klein potloodje dat aan een koordje aan het boekje vastzit, noteert de jongeman zijn naam achter de bedoelde dans: van Polonaise Wals, Quadrille des Lanciers tot Academie Wals. In deze tijd zouden ze waarschijnlijk allebei naar rechts hebben geswiped op een datingsapp: It’s a match!
Populaire dames
Populaire dames hebben al snel een ingevuld balboekje dus het is een kwestie van snel handelen. En iedere dansavond vraagt weer om een nieuw boekje. In de loop van de 20ste eeuw verandert het uitgaansleven en de etiquette erom heen.

Dansavonden blijven populair en worden toegankelijk voor grotere groepen in de samenleving. De balboekjes van de hogere kringen verdwijnen in gebruik maar blijven bewaard in onze archieven. We treffen de balboekjes aan in de archieven van De Jonge van Zwijnsbergen (T 319 - inv 972), het adellijke geslacht dat onder meer woonde op het landgoed Mariënhof te Helvoirt.


