Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Berg hooi blijkt grote miskoop

Berg hooi blijkt grote miskoop

Stef van Eijndhoven

25 maart 2026

Bijgewerkt op 26 maart 2026

Stel je voor: het is 1788, en schipper-koopman Peter Hendrik van Lent heeft net voor meer dan 1000 gulden hooi gekocht; in de verwachting hier flink winst mee te kunnen maken. Maar dat valt in de praktijk vies tegen. Het resultaat is een restschuld van 599 gulden en een boze weduwe Van Teeffelen die hem voor het gerecht sleept.

Brabants dorpsleven. Hoogkar met boer; getrokken door een rund (of os) en geladen met hooi.

Wat volgt is een achttiende-eeuws familiedrama met leningen, borgstellingen, en een voltallige schepenbank die het verzoek inwilligt- mits de goederen uit zijn eerste huwelijk als onderpand dienen. Wie had kunnen denken dat een stapel hooi zoveel juridische en familiale commotie kon veroorzaken?

Op 21 juni 1788 verzoekt Peter Hendrik van Lent de schepenen van Lithoijen om een lening te mogen aangaan ter aflossing van een schuld vanwege een miskoop waarbij enige onroerende goederen als onderpand bij deze lening dienen. Hij heeft deze goederen in vruchtgebruik na de dood van zijn eerste vrouw Ida Willems van Leuken. Peter van Lent is hertrouwd met Adriaantje Meuwissen en is schipper en koopman van beroep. In het jaar 1787 heeft hij van wijlen Jan van Heek 98 duizend pond hooi gekocht, met 40 pond overgewicht op iedere 1000 pond, voor het bedrag van 10 gulden en 10 stuivers per 1000 pond. Dus voor 1029 gulden in totaal.

Wanbetaling

Hij hoopte met deze aankoop winst te maken, maar het tegendeel bleek het geval. Hij heeft een behoorlijk verlies moeten incasseren. Het aangekochte hooi leverde hem slechts 430 gulden op, zodat hij met een restschuld van 599 gulden bleef zitten. Kort nadat Jan van Hek was overleden, eiste zijn weduwe, Barbara van Teeffelen, voor het gerecht deze 599 gulden op. Op 25 april 1788 werd een vonnis ten nadele van Peter van Lent uitgesproken en werd wanbetaling vastgesteld. Om zijn schuld bij de weduwe af te betalen verzoekt hij de schepenen om met hem een lening van 599 gulden aan te gaan tegen een rente van 4% met de goederen uit zijn eerste huwelijk als borg.

Met zijn eerste vrouw heeft hij twee kinderen gekregen, Willem en Johannes genaamd. Willem is meerderjarig maar Johannes is nog minderjarig. Dirk Hendrik van Lent, oom van vaderszijde en Anton van Mil, de weduwnaar van Johanna Willem van Leuken en oom van moederszijde, van de minderjarige Johannes, geven hun toestemming voor deze borgstelling. Zij zijn medeondertekenaars van dit verzoek, samen met zoon Willem. De schepenen willigen het verzoek in en gaan de gevraagde lening aan. Dit verzoek is voor akkoord getekend door de voltallige schepenbank van Lithoijen.

Op 3 mei 1796 leggen de kinderen van Jan van Heek en Barbara van Teeffelen een verklaring af inzake bovenstaande lening. Het zijn Geert Jan, Dorus Jan, Piet Jan, Elisabeth Jan en Roelof Jan van Heek. Roelof  woont te Den Dungen en de andere vier te Lith. Zo verklaren zij dat op 16 april 1793 advocaat Dirk Luijcx van Breugel gemachtigd werd om enige openstaande schuldbrieven af te handelen. Eén daarvan betrof een schuldbrief van 599 gulden ten laste van Peter Hendrik van Lent.

Schuldbrief

Deze schuldbrief stond op naam van wijlen hun moeder Barbara van Teeffelen, weduwe van Jan van Heek, en passeerde voor de schepenbank van Lithoijen op 25 juni 1788. De schuldbrief was verlopen en er is destijds vonnis uitgesproken tegen Van Lent om tot aflossing en betaling van de achterstallige rentes over te gaan. De vier broers en zus Van Heek zijn op verzoek van Van Lent tot aanpassing overgegaan, zodat de gerechtelijke procedures kunnen worden gestaakt. Zij machtigen hun advocaat Dirk Luijcx van Breugel de schuldbrief ten laste van Van Lent te niet te doen en te transporteren naar hun, de kinderen van Jan van Heek.

Overigens heeft Peter Hendrik van Lent op 11 maart 1796 afstand gedaan van acht percelen landbouwgrond ten behoeven van zijn twee zoons, Willem en Jan Peter van Lent, uit zijn eerste huwelijk met Ida Willems van Leuken. De percelen liggen alle binnen de gemeente Lithoijen en wel percelen op de Waijen, op de Elsbergen, op  Bruijnenhoef, op de Lange Oldenheuvel, op de Belgaren, op de Sterrenhoef en op de Schildershoef. Tevens draagt hij een huis met een daar aangelegen  moestuin over aan zijn zonen. Het huis ligt aan de Langewijk te Lithoijen. De acht percelen zijn tot eind 1801 verhuurd aan Jan Govers voor een jaarlijkse huursom van 82 gulden.

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.