Als je met het openbaar vervoer gaat, dan ben je verplicht in de trein, bus, metro of tram een mondkapje te dragen. De reden hiervoor is dat het in het OV niet lukt om 1,5 meter afstand te bewaren. Dus mijn vrouw had voor mij een pakje mondkapjes gekocht omdat ik met de trein naar Eindhoven moest. “Je moet zo’n kapje ‘ns proberen, dan weet je ook hoe dat werkt,” zei zij.
Ik aan het oefenen met een bril op en een hoortoestel achter mijn oor. Het opzetten ging redelijk, maar bij het afzetten viel mijn bril op de grond en mijn hoorapparaat bengelde aan het elastiekje. Ze lag in een deuk! ”Wat een stom gedoe met zo’n kapje. Ik ben blij dat ik niet mee hoef,” zei ze.

Donderdagmorgen 24 september was het zover. Voor het station zette ik in Boxtel mijn mondkapje alvast op, maar omdat het koud was sloeg mijn bril aan en kon ik niets meer zien. Gelukkig hebben ze goede trapleuningen waar ik mij staande aan kon houden. Dan de bril maar even af zetten, met alle gevolgen van dien. ”Kan ik U ergens meehelpen?” hoorde ik, maar ik kon niet zien of het een man of een vrouw was.
Maar goed, alles zat weer op zijn plaats toen ik de trein het station binnenreed. Grote groene stickers op de ramen gaven de zitplaatsen aan. Een meisje zat aan de andere kant te lachen en begon te praten tegen mij. Ik vind dat altijd gezellig, ik babbel ook graag. Totdat ze zei: “Mijnheer, uw mondkapje zit op zijn kop. U moet het omdraaien, de neusstrip moet boven zitten.” Gelukkig kwam de conducteur en leidde het gesprek af. De kaartjesknipper had schijnbaar een beter mondkapje, want ik zag alleen zijn ogen.
Ik heb daar wel een mening over. “Wat mij het meeste hindert in deze coronatijd is dat je de mimiek van de mensen niet meer ziet.” In Eindhoven aan gekomen was er nog één ding te doen en dat was het wegwerpmondkapje de afvalbak in te pleuren.
