Staatkundige situering 1795
Republiek - Staats-Brabant - Meierij van 's-Hertogenbosch - Kwartier van Oisterwijk.
Status 1795
Onderdeel van de heerlijkheid Cromvoirt en Vught. Vught en Cromvoirt werden in 1505 verpand en later gelost door de stad 's-Hertogenbosch, die daarmee heer werd en de heerlijke rechten liet uitoefenen door de hoogschout. In de "Lijste off memorie van all de Officieren in de Meijerije van S'Bosch en Baronnije van Breda" (22 december 1735) staat: "Vught en Cromvoirt: temporele heer en drossart den heer hooghschout van S'Bosch." Het duidelijkst blijken de rechten van de regerende hoogschout van 's-Hertogenbosch op de heerlijkheid Vught en Cromvoirt in de slotdocumenten van het Brabantse leenstelsel. De hoogschout van Den Bosch krijgt als temporele heer van Vught jaarlijks 105 gulden aan tractement.
Heer
Regerend hoogschout van 's-Hertogenbosch.
Bestuur en Rechtspraak
Schepenbank: Schepenbank van Vught bestaande uit 7 schepenen, van wie 5 uit Vught en 2 uit Cromvoirt.
Rechtsgebied: Cromvoirt, Vught.
Rechtspraak: Middelbare en lage justitie.
Civiele zaken: schepenbank. Officier: drossaard van Vught.
Criminele zaken: schepenbank van 's-Hertogenbosch. Officier: hoogschout van 's-Hertogenbosch.
Beroepshof: Schepenbank van 's-Hertogenbosch.
Bestuur: Drossaard, 5 schepenen en 2 gezworenen. De hoogschout benoemt drossaard en schepenen.
Waterstaat
Het Bossche Broek; De Honderd Morgen
Bestuur: Geen.
De Vuchtse Akkers
Bestuur: President, 2 gecommitteerden en een secretaris-penningmeester. In 1825 zegt het polderbestuur van Vught te bestaan uit 3 gecommitteerden, 4 dijkmeesters en een penningmeester tevens dijkschrijver.