Dit wordt dus jammer genoeg geen leuk verhaal. Na zeventig jaar frustratie, is het eindelijk hoog tijd om daarvan los te komen en die definitief aan de geschiedenis toe te vertrouwen.

Verscholen in de mooie groene natuur van Zuidoost-Brabant ligt een pittoresk dorpje. Het is Westerhoven. Zo rond het midden van de vorige eeuw telt het een kleine twaalfhonderd inwoners. De mannelijke inwoners verdienen veelal de kost binnen de agrarische sector of in een van de vele fabrieken in Valkenswaard of Eindhoven. De vrouwen verzorgen de veelal grote kinderschare en het drukke huishoudelijke werk dat daarmee gepaard gaat.
Het sociale palet van het dorp is erg groot. Men hecht heel sterk aan het behoud van de belangrijke historische traditionele gewoonten en gebruiken. De inwoners bekommeren zich goed voor elkaar. De sociale cohesie is hartverwarmend en ongekend.
Maar zo sociaal geëngageerd als de inwoners zijn, zo amateuristisch en onhandig is het gemeentebestuur. Er is een burgemeester. Om salaristechnische reden is die ook burgemeester van de buurgemeente Riethoven. Anders is er voor die goeie ziel ook geen droge boterham te verdienen. Er zijn zeven raadsleden. Die vertegenwoordigen geen landelijke politieke partijen. Er is een soort vertegenwoordiging van zowel werkgevers als werknemers en van de lokale boerenstand.
Het zijn wel erg goedwillende personen, maar zeker geen toonbeelden van intellect en besluitvaardigheid. Een delegatie van de gemeenteraad komt mijn vader uitnodigen om ook lid van de gemeenteraad te worden. Zijn reactie brengt bij hen het schaamrood op de kaken. "U denkt toch niet dat ik lid wil worden van zo'n stelletje infantiele betweters. Verbeter de wereld en begin bij Uzelf."
Met het ambtenarenkorps is het al niet veel beter gesteld. De hoogte van hun salarissen wordt bepaald aan de hand van het inwonertal. Voor de kleine gemeente Westerhoven betekent dat een uiterst minimaal beloningssysteem. Veel enthousiaste, laat staan deskundige ambtenaren, kun je dus niet aanwerven. Je hoeft in dit kleine dorpje natuurlijk ook geen hemelschokkende gebeurtenissen te verwachten die een keerpunt in de geschiedenis markeren, maar een beetje behoorlijk bestuur is toch een van de principes van onze democratische rechtsstaat.
Maar enige zelfoverschatting is ons gemeentebestuur niet vreemd. De Westerhovense mensen denken er het hunne van. Op sociaal-cultureel gebied zijn zij heel erg inventief. Zij hebben hun gemeentebestuur niet nodig om een grote variëteit van verenigingen en activiteiten te initiëren. Het kent een bewonderingswaardig gevarieerd en rijk gevuld verenigingsleven. Irritant is dan weer wel, dat bij tal van activiteiten het gemeentebestuur prominent op de voorgrond treedt en uiteraard met de eer wil gaan strijken.

In de naoorlogse jaren is er binnen het gemeentebestuur vaak sprake van apathie en van weinig initiatief. Je zou zelfs kunnen spreken van ongecontroleerde nalatigheid. Er komt zelfs een moment dat het provinciaal bestuur weigert om haar goedkeuring te hechten aan de begroting van het daaropvolgende jaar. De redenen: er zijn nog steeds geen rekeningen van de inkomsten en uitgaven van de afgelopen negen(!) jaren ter goedkeuring aan het provinciebestuur voorgelegd. Zodoende kan er dus ook geen objectieve beoordeling plaatsvinden van de financiële situatie van deze gemeente. In allerijl wordt er een externe deskundige ingeschakeld, die het in heel korte termijn wèl lukt om de financiële resultaten van die jaren degelijk en inzichtelijk op papier te zetten.
Mede door de grote opbrengsten van de toeristenbelasting van de Kempervennen, is Westerhoven een financieel zeer welvarende gemeente. Menige buurgemeente kijkt met een jaloerse blik naar de rijkgevulde gemeentekas. Om onbegrijpelijke redenen kiest het gemeentebestuur voor een strategie van 'oppotten'. Dus helaas geen extra geld voor de broodnodige bouw van woningen of verbetering van de infrastructuur.
Waarnemers constateren dat het secretariepersoneel ook niet echt een voorbeeld is van een bevlogen arbeidsethiek. Vaak kun je de vier ambtenaren vinden in het naast het gemeentehuis gelegen café. Onder aanvoering van de gemeentesecretaris wordt de werktijd gezellig in deze kroeg doorgebracht met oneindig veel spelletjes rikken. Het gebeurt zelfs dat Westerhovense inwoners door de Provinciale Griffie uit Den Bosch worden gebeld met de vraag waarom de gemeentesecretarie (weer) niet telefonisch bereikbaar is! De oplossing vinden ze door een meisje bij de telefoon te parkeren, zodat zij met hun kaartspellen ongestoord kunnen doorgaan.
Als kinderen vinden wij het al heel opmerkelijk, dat de gemeentesecretaris vaker achter het biljart in onze bijkeuken te vinden is dan achter zijn bureau in het gemeentehuis.
Jammer genoeg is ook het salaris voor het gemeentepersoneel absoluut geen vetpot. Noodgedwongen moet er dan ook nog een alternatieve inkomstenbron worden aangeboord. Vaak is dat als verzekeringsagent of incasseur van de maandelijkse ziekenfondspremie.
Je moet van het gemeentebestuur en helaas ook het kleine ambtenarenkorps dan ook geen hoge verwachtingen koesteren wat betreft het juridische of financiële kennisniveau. Een saillant voorval, illustreert dat manco.

De industriële zandwinning aan de Eurodreef is nagenoeg voltooid. De uitbouw naar het nieuwe recreatiepark de Kempervennen krijgt steeds vastere vorm. Zonaanbidders en zwemmers weten deze nieuwe recreatieve bestemming snel te vinden. Op zomerse zondagen trekt deze nieuwe accommodatie meer dan 40.000 bezoekers. De exploitant, Dhr. Eijgenbergh, stelt ons gemeentebestuur voor om de toeristenbelasting voor een tijdvak van vijf jaar "af te kopen". Als compensatie wil hij wel een frankeermachine ter waarde van drieënhalfduizend gulden schenken. Dat aanbod wordt heel welwillend in overweging genomen. Serieus hè! "Unne blinde boer, mee nun halve errem, kan oe op den achterkant van un sigarendoos vur rekene" dat op ene zondag het hele bedrag in één keer binnengeharkt kan worden. Gezond verstand overheerst en gelukkig wordt dat aanbod niet geaccepteerd. Maar het typeert wel, dat onze 'deskundige' bestuurders geen financiële hoogvliegers zijn.
Vooral de jongvolwassenen ergeren zich mateloos aan de ongekende passiviteit van het gemeentebestuur. Er worden bijvoorbeeld geen tot (te) weinig initiatieven ontwikkeld voor een gedegen woningbouwprogramma. Tot verdriet van veel ouders, worden deze jongeren gedwongen om het dorp te verlaten om in een van de buurgemeenten adequate huisvesting te vinden. Uiteraard heeft dat consequenties voor het bloeiende verenigingsleven. Gelukkig zijn er toch nog heel veel die terugkeren voor de wekelijkse repetitie-avonden van Fanfare Irene of de trainingen van voetbalclub ZSC.
De omwenteling komt dan ook uit een onverwachte hoek: de jeugd.
De jongvolwassenen gaan elders in de regio werken en studeren. Zij brengen moderne inzichten en een nieuw elan mee terug. Zij maken snel komaf met de kapitalistische ideeën uit de tijd van de pastoor en de fabrikant. Tot ergernis van velen, laten we onze haren lang groeien en scheuren we met onze brommers over het kerkplein. "Wacht maar tot zondag", roept de pastoor verbolgen. "Dat zou je wel willen, maar we komen niet meer!", is onze snedige repliek.
Eigen inventiviteit en doorzettingsvermogen is een van de karakteristieke eigenschappen van de Westerhovense inwoners. Zij gaan zelf wel naar het Provinciehuis in den Bosch om te achterhalen welke mogelijkheden er zijn en welke procedures gevolgd moeten worden om zelf een woning te bouwen of een nieuw bedrijf op te starten. Want als je op het gemeentebestuur moet wachten! Stroperige procedures en uitermate trage afhandelingen zijn immers aan de orde van de dag. Op die manier worstelen het dorp en zijn charmante inwoners zich door de jaren heen.
De nieuwe tijd breekt aan. In 1997 volgt er in Zuidoost-Brabant een gemeentelijke herindeling. Het (te) kleine Westerhoven moet vanzelfsprekend zijn zelfstandigheid prijsgeven en wordt een van de kernen van de nieuwe gemeente Bergeijk.
Voorzichtig komen de eerste woningbouwprogramma's van de tekentafel. Er worden nieuwe woonwijkjes gebouwd. Schoorvoetend neemt zowel het inwonertal en ook het voorzieningenniveau toe. Tegen het einde van de vorige eeuw, ontworstelt mijn geboortedorp zich definitief uit zijn agrarische beknelling en het bekrompen gedachtegoed uit het verleden. Langzaam maar zeker ontwikkelt het zich tot een liefelijk forensendorpje. Daar is het heerlijk wonen, werken en... leven uiteraard.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie (opent in een nieuw tabblad). Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (6 december 2025).
