Als het boek De goede moordenaar van Antoon Coolen in 1931 verschijnt, krijgt het zeer uiteenlopende reacties: van 'benepen boerenroman' tot een 'boek met grote waarde voor regionale identiteit en levensbeschouwing'. In het literair-historisch tijdschrift De Parelduiker duikt Niels Mulder in die diversiteit aan recensies.

De wieg van Antoon Coolen staat weliswaar in Limburg, maar al snel verhuist het gezin naar Brabantse Peel. Coolen profileert zichzelf later als 'echt Brabants' auteur. Zijn boeken spelen zich voornamelijk af op het Brabantse platteland.
Zo ook De goede moordenaar, waarin Bonk in blinde drift zijn buurman doodt, terwijl zijn vrouw Hanneke het zich niet kan voorstellen dat haar man – 'ene goeje mens’ – dit heeft gedaan. Een kluizenaar zorgt voor de opvang van dit getroffen stel, terwijl de volgende ramp hen alweer te wachten staat.
Achterlijk
Streekliteratuur zoals deze staat niet hoog aangeschreven, begin vorige eeuw. Benepen, achterlijk, provinciaal, zo oordeelde dichter Hendrik Marsman. Maar er is ook een heel andere stroming die juist de importantie van het werk ziet. Zo wordt de vergelijking gemaakt tussen het boek en De Aardappeleters van Vincent van Gogh. “Beide kunstenaars weten de Brabanders bovendien met liefde, medeleven en niet neerzien weer te geven zoals ze zijn”, zo wordt gesteld.
Onderzoeker Mulder gaat in het tijdschrift De Parelduiker verder in op de uiteenlopende visies van de criticasters, waarbij uiteindelijk kan worden gesteld dat er grote waarde aan het boek is toegekend. Meer informatie via De Parelduiker (opent in een nieuw tabblad)



