Het huis Weilust in Breda stamt in de huidige vorm uit 1787 en bestond eerder uit een boerderij waaraan later een herenkamer was gebouwd en daarna uitgebreid met een herenhuis. De aanpalende boerderij werd tijdens een restauratie in 1968 gesloopt waarna het herenhuis Weilust overbleef.
Overwegend agrarische bestemming
Reeds in de vijftiende eeuw waren er al vermeldingen over de voorlopers van het huis. Eerstens nog een boerderij en later, in de zeventiende eeuw, was er sprake van een boerderij met een herenkamer. De herenkamer was bedoeld voor de man des huizes waar hij gasten ontving die als wereldverbeteraars discussieerden Tot in de achttiende eeuw had de boerderij en de herenkamer een overwegend agrarisch karakter. Pas tussen 1720 en 1733 werd er het herenhuis aangebouwd aan de al bestaande boerderij en kreeg het meer naam als buitenplaats. Het perceel met opstallen was toen in het bezit van P. Guenellon uit Breda die het verkreeg voor de somma van 11.310,-- Hollandse guldens.

Eigenaar Johannes Josephus Havermans
Na verkoop en/of vererving kwam de buitenplaats in 1783 in het bezit van Johannes Josephus Havermans (1738 -1813) uit Breda, Hij bezat de bierbrouwerij De Drie Hoefijzers en was zoon van een Bredase wijnkoopman.
Verbouwing in opdracht van Johannes Josephus Havermans
Hij gaf in 1787 opdracht tot een grote verbouwing van het herenhuis, dat werd gebouwd tegen de toen nog bestaande boerderij. Havermans achtjarige zoontje Bonaventura Sebastianus Josephus legde in 1787 de eerste steen. Het is aannemelijk dat toen pas de naam Weilust werd bedacht.
Erfgename Isabella Clara Maria Havermans
In de dertiger jaren van de negentiende eeuw kwam het huis in eigendom van erfgename Isabella Clara Maria Havermans, gehuwd H.F. Ingen Housz.
Na het overlijden van haar man in 1838 bleek zij dermate gehecht aan de buitenplaats Weilust, dat zij in 1862 in een codicil schreef:
“Nu is mijn laatste verlangen noch dat mijn Buytengoed genaamt “Wey Lust” te Heusdenhout met de boere Hoeven en de Zanderey daarbij behoorende aan mijn zoon Jan in erfportie wordt aengedeelt, daar ik mijn van hij het niet zal verkoopen, daer ik niet gaerne soude hebben dit uyt de familie ging”.
In 1864 overlijdt zij en de buitenplaats kwam in het bezit van de ongehuwde Bredase wethouder Johannes Josephus Ludovicus Ingen Housz (1810 – 1882).
Openbare verkoping
Overeenkomstig de gedachte van Isabella Clara Maria Havermans bleef de buitenplaats met opstallen door onderscheidene verervingen eigendom binnen de familie en belandde uiteindelijk in 1907 in handen van Susanna Francisca Maria Ingen Housz (1858 – 1940). Laatst genoemde erfgenaam verkocht in 1924 de buitenplaats via een openbare verkoping aan een stichting van de Bredase advocaat L.J.W. Smit.
De stichting van deze advocaat verkocht in 1951 de boerderij met aanpalende gronden aan de gemeente Breda die het vervolgens doorverkocht in 1955 aan de toenmalige pachters. De buitenplaats Weilust, het herenhuis met tuin en gracht, werd verkocht aan de erven Chr. Jansen-Van Sprundel.
De boerderij werd uiteindelijk in 1968 gesloopt en in 1969 werd de buitenplaats Weilust gerestaureerd door de Heusdenhoutse aannemer J.C. van den Broek Wat resteerde was het herenhuis, achterhuis, koetshuis en een Vlaamse schuur. Rond de buitenplaats ontwikkelde de gemeente Breda in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de nieuwbouwwijk Heusdenhout met zowel hoogbouw- als laagbouwwoningen alsook een winkelcentrum.
Er liggen thans plannen bij de gemeente Breda om het herenhuis op te splitsen in vier woningen met behoud als rijksmonument.

Bronnen
- Jaarboek De Oranjeboom 23 (1970) - pag. 86 - 105
- Rijksmonumenten.nl Huis Weilust te Breda
- Buitenplaatsen in Nederland / Breda Weilust
- Rijksmonumentenregister complexnummer 52608
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie (opent in een nieuw tabblad). Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
