Veel mensen denken dat de burgemeester aan het hoofd staat van een gemeente (de burgervader!). En vóór 1851 was dat ook zo. In dat jaar werd de gemeentewet van Thorbecke van kracht. Sindsdien is de gemeenteraad het hoogste orgaan binnen de gemeente. De burgemeester is wel nog verantwoordelijk voor de openbare orde en tevens voorzitter van de gemeenteraad. Samen vormen die twee het gemeentebestuur.
De functie van burgemeester is ingesteld na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810. Tot 1813 heette de burgemeester dan ook op zijn Frans maire, van 1813 tot 1820 droeg hij de (oude) titel schout.
Alem, Maren en Kessel vormden van 1811 tot 1819 elk een zelfstandige gemeente met een eigen burgemeester: Bernardus Valkenburg in Alem, Gijsbert Dirk de Werd in Maren en diens broer Gerardus de Werd in Kessel.*
Vanaf 1819 tot de opheffing in 1958 heeft de gemeente Alem, Maren en Kessel 10 burgemeesters gehad:
Gijsbert Dirk de Werd (eerder burgemeester van Kessel) | 1819-1833 | † | |
Cornelis Pompen | 1833-1875 | ||
Gerardus Koopmans | 1875-1896 | ||
Johannes van Waardenburg | 1896-1900 | ||
Johannes Pompen | 1900-1908 | † | |
J. Koopmans | 1908-1917 | † | ![]() |
N.F. Pompen | 1917-1923 | † | ![]() |
J.G. Koopmans | 1923-1924 | waarschijnlijk waarnemend | |
1924-1956 | ![]() | ||
E.Ch.J.M. van Laarschot | 1956-1958 | ![]() | |
Kijk bij Lith voor de burgemeesters na de opheffing |
* = Andere voorkomende spellingsvarianten zijn 'De Werdt' en 'De Weerdt'.
Met dank aan Hein de Werd, die met zijn onderzoek de voorgeschiedenis van de afzonderlijke gemeenten heeft verduidelijkt. Op basis hiervan is de lijst in oktober 2026 herzien.




