Veel mensen denken dat de burgemeester aan het hoofd staat van een gemeente (de burgervader!). En vóór 1851 was dat ook zo. In dat jaar werd de gemeentewet van Thorbecke van kracht. Sindsdien is de gemeenteraad het hoogste orgaan binnen de gemeente. De burgemeester is wel nog verantwoordelijk voor de openbare orde en tevens voorzitter van de gemeenteraad. Samen vormen die twee het gemeentebestuur.
De functie van burgemeester is ingesteld na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810. Tot 1813 heette de burgemeester dan ook op zijn Frans maire, van 1813 tot 1820 droeg hij de (oude) titel schout.
Vierlingsbeek heeft vanaf 1810 tot aan de gemeentelijke herindeling van 1998 elf burgemeesters gehad:
M. van Bon | 1811-1813 | |
J. van den Bosch | 1813-1814 | |
Chr. Van Langen | 1814-1832 | |
P.F. van den Bosch | 1832-1860 | |
Pieter Jenniskens | 1860-1900 | ![]() |
Ant. Jos. Jenniskens | 1900-1940 | ![]() |
A. Jans | 1940-1952 | ![]() |
G. van Heusden | 1952-1982 | ![]() |
H. van de Moosdijk | 1982-1989 | ![]() |
Jan Ronnes (loco-burgemeester) | 1989-1991 | |
drs. J. (Hans) H.M. Dittner | 1991-1997 | ![]() |
Kijk bij Boxmeer voor de burgemeesters na de herindeling |






