In de jaren vijftig van de vorige eeuw maakte de gemeente Etten-Leur een grote groei en metamorfose mee. De architecten Koldeweij hebben hieraan een belangrijke bijdrage geleverd.
Etten-Leur in de jaren vijftig: van dorp naar industriestad
In de jaren vijftig veranderde Etten-Leur ingrijpend. Wat ooit twee rustige dorpen waren met een voornamelijk agrarisch karakter, groeide in rap tempo uit tot een levendige en moderne gemeente. Deze ontwikkeling werd sterk beïnvloed door de landelijke spreiding van industrie en werkgelegenheid na de Tweede Wereldoorlog.
De komst van grote bedrijven zorgde voor een ware economische bloei. Nieuwe bedrijventerreinen, zoals Vosdonk, boden ruimte voor deze ondernemingen. Hierdoor nam de werkgelegenheid sterk toe en trok Etten-Leur veel nieuwe inwoners aan.

Om al deze mensen te huisvesten, werden er in hoog tempo nieuwe woonwijken gebouwd. Door de explosieve bevolkingsgroei kwamen er ook nieuwe scholen, betere voorzieningen en een moderne infrastructuur. De jaren vijftig vormden zo het begin van Etten-Leurs transformatie tot een volwaardige en bruisende woon- en werkgemeente.

De architecten Koldeweij
De architecten Koldeweij, vader Bernardus (1895 – 1958) en diens zoon Hans (1924 – 1976), hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de metamorfose van Etten-Leur in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zij hadden hun architectenbureau in Voorburg. Samen vormden Bernardus en Hans een bijzondere architectendynastie, die een halve eeuw lang het Nederlandse landschap mede vormgaf – van verstilde abdijen tot moderne kerken, culturele- en bedrijfsgebouwen en woonwijken.
Projecten van Koldeweij in Etten-Leur
Nieuwe bedrijven
Op het industrieterrein Vosdonk realiseerden zij in 1954 op de hoek van de Oude Kerkstraat de meubelfabriek voor Van de Arend en Van Smaal. Tevens ontwierpen zij voor de directie een twee-onder-een-kap woning, thans Beatrixpark 27 en 29.

Een ander bedrijf, de N.V. Drukkerij Spaarnestad, vestigde zich hier in 1955. Het bedrijf vestigde zich op de hoek van de Muntstraat (deze straat bestaat thans niet meer) en de Oude Kerkstraat. In 1965 werd aan de westzijde een nieuwe vleugel aangebouwd. Ook ontwierpen de architecten Koldeweij de woning voor adjunct-directeur De Groot. Deze kwam in het Beatrixpark, thans op huisnummer 15.
Nieuwe woningen
Al deze bedrijven brachten een groot deel van hun personeel mee, waarvoor huisvesting gezorgd moest worden. Ook werd nieuw personeel geworven in de omgeving van Etten-Leur waarvan een deel in Etten-Leur wilde wonen. Vanaf 1954 ontwierp Koldeweij de woningen die gebouwd werden in de wijk Banakkers. Ook huizen in de Julianalaan, Wilhelminalaan en het Marijkeplein kwamen van hun tekentafel.

Gebouwen voor cultuur en ontspanning
Naast hun werk hadden de nieuwe inwoners ook behoefte aan ontspanning. In 1957 gaf de gemeente Etten-Leur de architecten Koldeweij opdracht een ontwerp te maken voor een ontspanningsgebouw. Het resulteerde in 1958 in de bouw van Cultureel Centrum De Nobelaer.

De behoefte aan cultuur en ontspanning werd steeds groter en in 1968 kreeg Koldeweij de opdracht De Nobelaer aan de achterzijde uit te breiden met een tweelaagse aanbouw. In 1970 verrichtte minister Marga Klompé de opening.

Gebouwen voor de gemeente
De architecten Koldeweij voerden ook opdrachten voor de gemeente uit. Door de groei van de gemeente was ook het ambtenarenapparaat aanzienlijk toegenomen. Het oude gemeentehuis was te klein geworden. In 1961 werd besloten naast en achter het oude raadhuis met nieuwbouw uit te breiden. Koldeweij kreeg opdracht dat de nieuwbouw moest passen bij het oude gemeentehuis. Zo kwam in de stijl van de Bossche School de nieuwbouw tot stand.


In 1955/1956 maakten ze een ontwerp voor een nieuwe gymzaal aan de Anna van Berchemlaan. In de Wipakker kregen zij opdracht voor gemeentegarages (1962/1963), brandweergarages (1965/1966) en bedrijfsgebouwen voor gemeentewerken (1972/1973).
[Verhaal gaat verder onder de foto's]

C.Th. Lohmann. Bron: collectie Stadsarchief Breda nr. CLO074405 (opent in een nieuw tabblad))
Een bijzonder project

Bron: collectie Stadsarchief Breda nr. CLO069307)
In 1955 gaf de gemeente Bernard Koldeweij opdracht het pand De Zwaan op de Markt te restaureren. Ooit was het een herberg maar de laatste eeuw was het gesplitst. In de ene helft was een slagerij geweest, in de andere helft had een schoenenwinkel gezeten. De gemeente had het gekocht met de bedoeling het op te knappen en het in de oorspronkelijk staat te herstellen. Na de restauratie verkocht de gemeente het aan de familie Pijnenburg, die er jaren een restaurant in runde. Een gedenksteen in de zuidelijke zijgevel herinnert aan de verbouwing.

De Zwaan (foto: Cor Kerstens)
Bronnen: Websites West-Brabants Archief (opent in een nieuw tabblad) en Nieuwe Instituut (opent in een nieuw tabblad)
