Dit is een uitvoerig verhaal over een op allerlei gebieden kleurrijke en avontuurlijke jongeman, geboren in Waalwijk. Maar hij woonde ook verschillende jaren in Heusden. Deel 10 van een verhaal in 14 delen.
Lees ook de andere afleveringen
Aktie en promotie
Al snel krijgt Paul het gerucht te horen dat het korps van De Bethune wegens betalingsproblemen ontbonden gaat worden. Hij neemt contact op met generaal Dillon en die zorgt ervoor dat hij op 4 maart 1792 wordt aangesteld als eerste luitenant bij het regiment La Couronne Nr. 45 (op 1 januari 1791 werd voor de regimenten een nummering ingevoerd). Hij marcheert daarmee naar het kamp van Famars. Ondertussen is zijn dochtertje Isabelle te Douai overleden. Het regiment komt uiteindelijk in een versterkt kamp te Maubeuge te liggen. Zijn vrouw komt hem daar bezoeken en ze gaat hem vanaf die tijd tijdens zijn veldtochten volgen, gekleed in een legeruniform, net als de meeste officiersvrouwen.

Als Paul ziek wordt verblijven ze een tijdje in de vestingstad zelf. Op aanraden van de legerarts gaat hij niet mee met het bataljon als dat naar Champagne vertrekt; pas als hij genoeg aangesterkt is gaat hij ze achterna. Hij reist te paard het bataljon achterna, maar in het donker komt hij in vijandelijk gebied terecht. In Beaumont komt hij in het stadhuis terecht, niet wetend dat hij in vijandelijk gebied is beland. Hij wordt ineens omringd door gewapende soldaten. Door een ingeving zegt hij tegen een paar overheidspersonen: “Ik kom de groeten overbrengen van generaal Valence, die met zijn leger in Givet ligt. Een deel van het leger, zo’n 5.000 man, zal morgenvroeg Beaumont binnentrekken. Ik verzoek u de kwartieren voor hen gereed te maken, ze zijn nu Beaumont tot op 1 uur afstand genaderd.” Hij vraagt dan om een gids en hij krijgt enkele verversingen aangeboden. Dan vertrekt hij met de gids, tevreden en blij dat hij aan krijgsgevangenschap of nog erger heeft weten te ontsnappen.
Onder begeleiding van de burgemeester rijden ze door het stadje. In de straten staan veel volgeladen wagens. Paul vraagt aan de gids wat dat voor wagens zijn. Volgens zijn gids zijn de wagens volgeladen met graan en vertrekken die de volgende dag, onder bewaking van enkele Dragonders.
In het eerstvolgende dorp stopt Paul in een herberg en geeft de gids wat drinkgeld. Die blijft vrijwel zeker nog wel even zitten en zal niet teruggaan om te vertellen dat er geen Fransen in de buurt te zien zijn. Paul zoekt de burgemeester van het dorp op en laat hem een door hem in de herberg zelf gemaakt vervalst bevelschrift zien. In het bevelschrift eist hij alle wagens van het dorp op, bespannen met 4 paarden. Samen met de veldwachter en twee zonen van de burgemeester worden de wagens gevorderd. Paul gaat met de wagens op pad. Na een tijdje laat hij ze stoppen en de paarden uitspannen. Dan vertelt hij aan hen zijn plan. Ze moeten allen op paarden naar de stad rijden. Omdat de grond bevroren is, zal men door het lawaai van de hoeven denken dat het leger in aantocht is. Paul zal dan al in de stad de volgeladen wagens met graan vorderen. Hij gaat dreigen met een grote groep Huzaren, die buiten de stad klaar staan om binnen te trekken en hij denkt dat de gevolgen als de Huzaren binnenvallen niet te overzien zijn. De Fransen zijn meteen enthousiast over het plan. “Dan zijn wij de Huzaren,” roepen ze. En met ca. 80 man gaat Paul op weg naar de stad. Als Paul zelf de stad binnenrijdt - zijn “Huzaren” wachten buiten de stad - ziet hij al snel dat al de beladen wagens verdwenen zijn. Bij navraag hoort hij dat de wagens in verband de komst van het leger die nacht vertrokken zijn. Het plan is dus helaas mislukt! Paul bedankt zijn “Huzaren” voor hun hulp.
Hij gaat nu verder met zijn zoektocht naar zijn bataljon, dat uiteindelijk in Charlemont is gelegerd en nu onder bevel staat van generaal Valence. Ze krijgen het bevel België binnen te trekken. Een deel moet Charleroi innemen en een ander deel Namen. Charleroi wordt zonder tegenstand ingenomen. Als ze verder trekken richting Nivelle krijgt Paul de opdracht zich te melden bij generaal Valence. Hij krijgt van hem de opdracht generaal Neulier van de cavalerie op te zoeken en aan hem een spoedbericht (depêche) te overhandigen. Hij krijgt een 100-tal Dragonders mee als ondersteuning, Bij tegenstand moet hij proberen door te breken en zich in ieder geval verdedigen. Ondanks het hele slechte weer en de pikdonkere nacht weet Paul generaal Neulier in Dinant te bereiken en de depêche aan hem te overhandigen. Paul krijgt een depêche mee voor generaal Valence en gaat terug. Ondanks een gekwetste knie, opgelopen bij een struikelpartij van zijn paard, keert hij snel terug in Nivelles.

Kennelijk heeft zijn optreden indruk gemaakt op de generaal want eerste luitenant Heermans wordt als adjudant toegevoegd aan de staf van de generaal. Dit komt Paul goed uit want zijn salaris wordt nu met 200 francs per maand verhoogd en zijn aanspraken op bevordering blijven behouden.
De volgende dag trekken ze op richting Namen. Daar aangekomen moet Paul met mannen van de genie loopgraven gaan aanleggen en wel zo dichtbij als maar mogelijk is. Het lukt niet de loopgraven helemaal af te hebben omdat het licht wordt. Maar na met een kanon op de poort geschoten te hebben en wat heen en weer onderhandeld te hebben geeft de Oostenrijkse bevelhebber zich over en wordt Namen door de Fransen ingenomen. Paul moet dan het goede bericht van de inname van Namen naar Brussel brengen.
