Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De avonturen van Paul Heermans (13)

De avonturen van Paul Heermans (13)

Bert Meijs

16 oktober 2024

Bijgewerkt op 16 oktober 2024

Dit is een uitvoerig verhaal over een op allerlei gebieden kleurrijke en avontuurlijke jongeman, geboren in Waalwijk. Maar hij woonde ook verschillende jaren in Heusden. Deel 13 van een verhaal in 14 delen.

Lees ook de andere afleveringen

Verblijf in Hongarije

De Franse generaal Moreau wordt in 1796 bij München verslagen en hij is gedwongen zich terug te trekken tot over de Rijn. Nu kunnen ze, nadat de winter voorbij is, terugkeren naar Konstanz. Paul sluit een overeenkomst met acht van zijn makkers. Tegen betaling van 1 Louis d’Or per man, zal hij zorgen dat ze vervoerd woorden naar Konstanz. Hij laat een lange reiswagen bouwen, met linnen overtrokken voorzien van bankjes en een aparte ruimte voor zijn vrouw en kind. Na een lange reis komen ze weer in Konstanz aan en Paul betrekt weer zijn oude woning. Hij schrijft ook een brief naar Nederland en vraagt daarin naar de opbrengsten van zijn bezittingen. Maar het antwoord laat lang op zich wachten en de opbrengsten vallen tegen.

Als de Fransen weer de Rijn oversteken en oprukken moet Paul Konstanz, maar nu voorgoed, verlaten. Ze komen in Weissenhorn terecht, de ontvangst is niet bijzonder. Het huis van de burgemeester wordt in brand gestoken en de woning van Paul, die ernaast staat, brandt eveneens af. Ternauwernood weten ze zichzelf en hun bezittingen te redden uit het vuur. Kort daarna worden er weer drie huizen in brand gestoken.

Begin 1799 krijgen de troepen de opdracht naar Passau te vertrekken. Nadat de winter voorbij is, vertrekken ze per schip over de Donau naar Temesvar in Hongarije (nu Timișoara in Roemenië, maar de stad behoorde tot 1920 tot Hongarije). Ze passeren Boedapest, waar hij tot zijn verbazing vissen in het kokende water van een bron ziet zwemmen. Na een lange reis komen ze in de vestingstad Temesvar aan. Paul huurt twee bovenkamers en een tuin.

Roma- of Sintivrouw in Utrecht, 1915 (foto: S.B. van Besten. Bron: Rijksmuseum Amsterdam, objectnr. RP-F-2011-13. Publiek domein)
Roma- of Sintivrouw in Utrecht, 1915 (foto:
S.B. van Besten. Bron: Rijksmuseum Amsterdam,
objectnr. RP-F-2011-13 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

Het plaatsje wordt bewoond door verschillende nationaliteiten, zoals Hongaren, Duitsers, Grieken, Turken, Italianen. Wild, vis en graan is er in overvloed en niet duur. Watermeloenen groeien er als kool, net als groene asperges die in de weides groeien. Veel mensen krijger er echter last van schimmer. Men krijgt koorts en knobbels op de gewrichten, vooral in de nek. Een oude Roma-vrouw  (‘zigeunerin’, in de woorden van Paul Heermans) heeft een middel. Ze wrijft met een goedje, gemaakt door het koken van azijn, brandewijn en knoflook, de knobbels in. Een pijnlijke behandeling volgens Paul. Hij kreeg er ook last van, heeft zich door haar laten behandelen en is daardoor genezen.

Een paar keer maakte Paul in Temesvar een kleine aardbeving mee. De eerste keer sneuvelden er een paar schoorstenen en de apothekerswinkel lag aan diggelen. De tweede keer was de beving heviger en iedereen vlucht de stad uit, bang voor een volgende beving die misschien de hele stad in puin legt. De schok is wel heel hevig maar de schade is uiteindelijk gering.

Omdat zijn gezondheid hem in de steek laat gaat Paul met zijn gezin naar Bacova, een Duitse kolonie, vier uur van Temesvar gelegen, voor een gezondheidskuur van vijf weken in de daar aanwezige mineraalbronnen.

Paul verhaalt ook over de strenge straffen die in Hongarije worden opgelegd. Bij beschrijft uitvoerig hoe een ter dood veroordeelde moordenaar op gruwelijk wijze wordt geëxecuteerd. Maar ook over de vele tot levenslang veroordeelden, of over de 50 tot 100 stokslagen die men kan krijgen.

Hij verhaalt ook over de jacht op eekhoorntjes, hij schiet er honderden. Het vlees van de eekhoorntjes is nog fijner dan van de hoenders, schrijft hij. Jagen op de zogenaamde rietwolven (wolven die leefden in de moerassen) heeft hij eveneens met zijn vrienden gedaan.

Op een dag is Paul op weg om te gaan jagen en hij komt een groep prachtig uitgedoste Roma tegen die op weg zijn om een feest te gaan vieren. Hij schrijft letterlijk: “Al draagt de aap een mooie ring, dan blijft hij toch een lelijk ding. De zigeuners, waren in fraaie en zelfs potsierlijk prachtige kleren gestoken.” Hiermee laat hij, ondanks de hoge normen die hij zichzelf toemeet, duidelijk zijn afkeer van Roma blijken.

Terloops schrijft hij over zijn twee zoontjes die hij op het kerkhof heeft begraven. Bij hoge uitzondering zijn de doodskisten boven op elkaar in hetzelfde graf begraven. Wanneer ze geboren zijn en wanneer gestorven heeft hij helaas niet vermeld.

Als het hele gezin ziek wordt gaan ze met zijn allen naar Lippa (Lipova), om daar te kuren. Dit verblijf beviel ze zo goed dat ze het jaar daarop weer Lippa opzoeken.

Inmiddels zit Paul met zijn gezin al vier jaar in Temesvar. Bij een bezoek van een bekende van hem gaat hij in de bergen mee op berenjacht. De jacht is gevaarlijk merkt Paul als bij een van die jachtpartijen een wat roekeloze jager alleen achter een beer aangaat en hem niet ineens weet te doden. Omdat hij niet meer op tijd kan herladen wordt de jager door de woedende en gewonde beer aangevallen en dusdanig verwond dat hij later daaraan is overleden.

Lees ook de andere afleveringen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.