Dit is een uitvoerig verhaal over een op allerlei gebieden kleurrijke en avontuurlijke jongeman, geboren in Waalwijk. Maar hij woonde ook verschillende jaren in Heusden. Deel 9 van een verhaal in 14 delen.
Lees ook de andere afleveringen
Een onverwachte ontmoeting
Na 3 maanden vertrekken Paul en Anna van Breda naar Engeland. Hij wil zijn stiefmoeder bezoeken die daar is hertrouwd. Tevens wil hij proberen bij het Engelse leger in dienst te treden. Ze vertrekken ’s avonds om 11 uur met een pakketboot vanuit Oostende en zeilen vandaar naar Dover. Daar komen ze ’s morgens rond 6 uur aan. Met de koets gaan ze naar Londen waar ze ’s avonds arriveren.
De volgende dag gaat hij op zoek naar het huis van zijn stiefmoeder en hij laat zich daar aandienen. Zijn stiefmoeder herkent hem in eerste instantie niet - ze heeft hem zeker 10 jaar niet meer gezien - maar ze is erg blij om hem terug te zien. Als hij haar vertelt dat hij de vorige dag, samen met zijn vrouw, in Londen is aangekomen, wordt er snel een koets besteld en wordt Anna opgehaald, want ze mogen bij zijn stiefmoeder blijven logeren. De komst van Paul naar Londen wordt de volgende dag met een groot gezelschap uitbundig gevierd.
Paul blijft ongeveer zes weken in Londen en samen met de man van zijn stiefmoeder, de heer Marcelli, bezoekt hij de meeste bezienswaardigheden van de stad. Tegelijkertijd probeert Paul generaal Koehler te vinden, maar dat lukt hem niet. Dan komt Marcelli op een dag terug van de beurs en vertelt dat koning Lodewijk XVI gearresteerd is en dat er een oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk aanstaande is. Paul ziet gelijk kansen om bij een van beide partijen in dienst te treden. Maar door zijn eerdere ervaringen bij de Brabantse revolutie besluit hij een afwachtende houding aan te nemen. Met het schip “De Twee Gebroeders” reizen Paul en Anna af naar Duinkerken. Geschenken gaan mee, zoals een luierkorf e.d. (Anna is zwanger). In Duinkerken komt Paul veel bekenden tegen, er heerst daar al een echte oorlogsstemming. Paul biedt zijn diensten aan en wordt opgenomen in het bataljon vrijwillige Grenadiers onder het bevel van kolonel Bougholts. Hij marcheert daarmee naar Douai en vervolgens naar Rijssel (Lille). Daar aangekomen krijgt hij toestemming zijn vrouw op te halen. Samen reizen ze naar Rijssel. Om de Engelse geschenken, die ze van zijn stiefouders hebben gekregen, mee te kunnen nemen koopt Paul een paar keer de douanebeambten om. Hij heeft in Rijssel twee kamers gehuurd waar ze ’s avonds bij aankomst intrekken.
De volgende dag gaat Paul in een dichtbij gelegen winkel tabak kopen. Als hij de winkel binnenstapt weet hij werkelijk niet wat hem overkomt. Verbijsterd ziet hij daar zijn dood gewaande Catharine staan! Sprakeloos en als versteend staat Paul daar in de winkel, ook Catharine staart hem, als door de bliksem getroffen, verbijsterd aan. Paul gooit een halve kroon op de winkelbank en rent de winkel uit. In een koffiehuis, dat daar in de buurt staat, probeert hij van de schrik te bekomen. Waarom kon hij Catharine niet terugvinden toen hij naar haar op zoek was, waarom werd er verteld dat ze overleden was? Nu zal ze vast en zeker denken dat hij haar ontrouw is. Waarom moet hij haar nu terugvinden, net nadat hij getrouwd is? Van alles spookt er door zijn hoofd. Naast de diepe genegenheid die hij voor Catharine koestert, voelt hij zich schuldig haar nu door zijn toedoen ongelukkig te zien. Hij kan meer dan waarschijnlijk veel verwijten van haar verwachten en hoe kan hij zich verontschuldigen over het feit dat hij getrouwd is? Hij weet niet wat hij moet doen. Net doen alsof er niets gebeurd is en over alles zwijgen tegenover zijn vrouw? Hij besluit om maar te zwijgen; dal zal niet meevallen want Catharine woont vlakbij zijn eigen woonadres. Ondanks pogingen zijn emoties te verbergen ziet zijn vrouw, als hij binnenkomt, direct dat er iets gebeurd is. Als ze vraagt wat er aan de hand is, zegt Paul dat hij een woordenwisseling met zijn kapitein heeft gehad. Maar ze gelooft hem niet. Paul, die niet goed raad weet met wat hem zojuist is overkomen, vertelt haperend en stamelend het hele verhaal. Hij verwacht dat Anna uit jaloezie, zeker omdat zijn eerdere liefde zo vlakbij woont, wel boos zal reageren. Maar ze begrijpt zijn gemoedstoestand en ze heeft begrip voor zijn verwarring. Ze heeft echter ook medelijden met Catharine en wat haar overkomen is.

Bron: Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad). CC BY-SA 3.0 (opent in een nieuw tabblad))
De volgende dag wordt er een brief van Catharine bezorgd, samen met het wisselgeld dat Paul in alle consternatie op de toonbank heeft laten liggen. De brief van Catherine staat vol bittere verwijten en aantijgingen; Catharine denkt tevens dat Anna een bijzit van Paul is. Samen overleggen ze wat ze nog kunnen doen en Anna besluit aan Catharine een brief te schrijven. De beide vrouwen ontmoeten kort daarop elkaar, zonder dat Paul erbij aanwezig is. Paul heeft echter, zegt hij, nooit te horen gekregen was ze besproken hebben. Hij heeft dus kennelijk nooit zelf met Catharine gesproken.
Kort daarna hoort hij dat er voor rekening van Prins De Bethune een korps Jagers van uitgeweken Brabanders wordt opgericht. Hij meldt zich direct aan, wordt als kapitein aangesteld en vertrekt met zijn vrouw naar Douai. Eerste luitenant bij hem wordt de heer Crooy, die hij kent uit zijn tijd te Bergen op Zoom. Paul was destijds soldaat onder Van Nyvenheim en Crooy luitenant van de artillerie.
In Douai bevalt zijn vrouw korte tijd daarna van een dochter. Die wordt daar in de St. Pieterskerk gedoopt en ze krijgt als voornaam Isabelle.
