Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De bijbaantjes van vader

De bijbaantjes van vader

Arie Bax

2 september 2025

Bijgewerkt op 2 september 2025

Voor zijn boek "Weet je nog….. Nostalgische herinneringen over het leven in Heusden" (2009) interviewde Arie (Broer) Bax diverse inwoners van Heusden. Het onderstaande fragment is afkomstig uit het interview met Annemieke van Balkom.

Mijn vader had naast het beroep van lasser ook nog enige bijbaantjes. Een daarvan was doodsbidder.

Doodsbidder

Hoed van doodsbidder Christ (bron: familie Van Balkom)
Hoed van doodsbidder Christ (bron: familie Van Balkom)

Vroeger was het bij een overlijden van iemand de gewoonte dat dit huis aan huis bekend werd gemaakt. Hij deed dat voor de katholieken samen met de kapper Martien Laros en voor de Protestanten samen met de koster Jaap den Dolder. Nog zie ik hem staan met een ernstig gezicht  en gekleed in een zwarte lange jas en hoge hoed. De doodsbrief (nu rouwbrief) zat gevouwen in de hoge hoed en diende als spiekbrief. Dat was in het begin wel nodig, maar na enkele straten wist hij het bericht uit zijn hoofd. Of het doodsbericht bij de laatste huizen nog zo duidelijk ten gehore werd gebracht, daarover heb ik zo mijn twijfels. In de acht cafés in Heusden waar ook het bericht werd gebracht werd het nuttige en aangename met elkaar verenigd. Dat maakte het vocaal brengen van het bericht er niet gemakkelijker op. Mijn vader heeft het ambt van doodsbidder met overtuiging uitgeoefend. Hij zag het als zijn Christelijke plicht. De hoge hoed die hij altijd droeg en die hieronder staat afgebeeld is bewaard gebleven. De tand des tijd is er duidelijk aan af te zien.

Oberen

Vader aan het werk in de horeca (bron: familie Van Balkom)
Vader aan het werk in de horeca (bron: familie Van Balkom)

De tweede bijbaan die mijn vader jaren lang heeft uitgeoefend was het zogenaamde oberen. Als het Carnaval, Kermis of ergens een ander feest was, dan was mijn vader van de partij. In Heusden, Elshout, Drunen, Herpt en Haarsteeg was hij een bekende ober. Iedereen kende hem en door zijn altijd opgewekte humeur kon hij met iedereen opschieten. Ik geloof dat hij in die jaren nergens met iemand ruzie heeft gehad. Als mijn vader met de kermis in Drunen of Elshout  oberde, dan was hij nooit vroeg thuis. Alles moest na sluiting nog worden opgeruimd want de volgende dag was het weer feest. Dan liep mijn moeder met de zenuwen door het huis te ijsberen want de bus van de werf kwam om 4.30 uur. Met deze bus moest vader mee om te gaan werken in IJsselmonde. Dat heeft hij jarenlang gedaan. De boot die in Heusden van stapel liep was nog niet klaar. Hij werd in IJsselmonde  afgebouwd omdat  het schip niet onder de Heusdense brug door kon.

Vader aan het werk in de horeca (bron: familie Van Balkom)
Vader aan het werk in de horeca (bron: familie Van Balkom)

Het kwam regelmatig voor dat mijn vader pas om 4.15 uur van zijn werk als ober thuis kwam. Snel omkleden en na een bakje koffie in de bus naar zijn werk. Dat was heel zwaar voor hem, maar het met de kermis en carnaval  verdiende geld verzoette de arbeid.

Mijn vader heeft altijd van het horecaleven gehouden. In 1980 is hij, naar ik meen, na vijfentwintig jaar met oberen gestopt. Nadat hij in de zogenaamde VUT was gegaan, ging hij graag bij vrouw Koster of bij Jan Lamers in het café een kaartje leggen of biljarten. 

Kermisgeld

Als het kermis in Heusden was, wisten wij als kinderen precies waar onze vader als ober aan het werk was. Wij zochten hem dan op en troggelden hem wat geld voor de kermis af. Naast onze vader hadden wij nog een adresje om aan geld voor de zweefmolen te komen. Wij gingen naar tante Annie en oom Piet, die in het zogenaamde Kikkerstraatje bij de wal woonden. Tante Annie was de zuster van vader. Oom Piet wilde ons wel wat kermisgeld geven maar eiste daarvoor wel een beloning. Hij wilde eerst een kusje voordat wij wat kregen. Oom Piet had een stoppelbaard en daarmee ging hij langs je gezicht. Leuk was anders, maar voor een paar dubbeltjes had je dat er graag voor over. Na wat drinken, een droog kaakje en met wat geld in de zak terug naar de kermis. Waren de centen op, dan weer naar Pa in het café bij vrouw Koster. ‘Pa, krijgen wij nog wat geld voor de kermis?’ ‘Nou vooruit dan maar, maar niet weer terugkomen hoor.’ Een half uur later herhaalde zich het ritueel weer, maar dan weigerde hij. Wij logen hem dan voor dat mamma het had gezegd. Of hij onze smoes geloofde betwijfel ik nu, maar toch ging zijn hand weer in zijn zak en gaf hij ons weer een paar dubbeltjes. Wij mochten niet meer terugkomen, want hij had volgens hem niets meer. Dat deden wij dan ook, maar ik weet zeker dat als wij weer bij hem hadden aangeklopt, hij ons weer wat had gegeven. Vader was geen man om nee te zeggen. Zowel de ouderen als jongeren kenden mijn vader.

Arie Bax, Weet je nog... (Kaft)

Toen ik eenmaal de leeftijd had om met mijn vriendin te gaan dansen in het café waar mijn vader bediende, was ik niet Annemieke van Balkom maar was ik de dochter van Chrisje. Dat was wel handig want ik had nooit last van te opdringerige jongens. Dat lieten zij wel uit hun hoofd.

Mijn vader had een druk leven, want naast zijn werk op de werf en het bedienen had hij ook nog een volkstuintje aan de wal bij de Oudheusdensepoort. Ik was daar niet zo blij mee, want op dat land was er altijd wel wat te doen. Was het niet om hem te gaan roepen voor de koffie dan was het wel om bonen te plukken of iets dergelijks.

Uit: interview met Annemieke van Balkom, in: Broer Bax, Weet je nog….. Nostalgische herinneringen over het leven in Heusden. Verteld door en over hen die er werden geboren (2009), pp. 26-28.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.