Begin jaren tachtig van de 19e eeuw werd door de Antwerpse diamantindustrie emplooi buiten die stad gezocht. Het werd te druk en te onveilig in deze stad. Door de intensiteit van de productieruimtes lag brandgevaar en beroving steeds op de loer, want vele gebouwen bestonden nog uit een houten frame. Van belang was ook de macht van de vakbonden, die de productie-ruimtes stevig onder de duim hielden mede doordat de patroons geen eigen organisatie hadden. Een uitwijkmogelijkheid was de kant van Nederland op te gaan want ook de steden en dorpen rond Antwerpen waren al volop ingeschakeld bij de productie van de diamant.
Bergen op Zoom
Ene Louis Coetermans was de eerste die in Bergen op Zoom aanklopte om over de opzet van een diamantslijperij te praten met het gemeentebestuur. Hij had reeds enkele jongens en meisjes het vak geleerd en zo kon de proef van start gaan. De familie Henrichs-Asselbergs heeft de slijperij gedreven tot ca 1887. Hierna werd de productie stil gelegd.
Volgens een artikel uit het magazine van de Algemene Diamantbewerkersbond blijkt het meer dan waarschijnlijk een diamantzagerij geweest te zijn, die geplaatst was vanwege juridische problemen over patenten in Antwerpen.

Een vervolg in Bergen op Zoom kwam pas in 1902 toen Dominicus de Mol in zijn achtertuin aan de Antwerpsestraat-hoek Zuidoost Singel een herstart maakte met de diamantslijperij. Hij was een handelaar in bouwmaterialen en aannemer. Naast zijn bouwactiviteiten was hij ook nog betrokken bij de productie van gipsplaten (Brabantia) en een kalkblusserij. Zelf trad hij ook op als architect. De slijperij liep wel goed want er is een aanvraag voor uitbreiding in 1907. Onduidelijk is het vervolg, want de familie Mol verhuist in 1911 naar Australië en de nieuwe bewoner van Antwerpsestraat 45/47 is de heer Neutelings. Hij wordt de grote man van de Liga biscuits.
Een andere diamantslijper is Chauliac, die in 1907 toestemming vraagt om in de Boutershemstraat (nu) 36 – 38 een slijperij te mogen opzetten. Vanwege een failliete boedel komt hij niet aan het begin toe en wordt zijn zaak opgekocht door C de Beer. Deze maakt in 1911 een werkelijk begin met een zevental molens op eerder genoemd adres.

Ook in de lente van 1911 begint Norbertus Henricus Cools een diamantslijperij in de Wassenaarstraat 42. Hij heeft de pech dat het pand, gedeeld met zijn huurbaas de timmerwerkplaats van Van Kempen, in de nacht van 24 augustus 1911 geheel afbrandt. Het pand wordt weer wel herbouwd in december maar van de slijperij is er geen spoor meer te ontdekken.

De slijperij van de Beer begint wel goed te werken. Startte hij in 1911 met zeven molens, in 1913 is dat aantal al gegroeid naar 20 stuks. Er is ook vraag naar extra diamantslijpers op dat adres in 1919. De huidige baas is dan ene S. Herbach.
Afwikkeling van de diamantslijperijen is niet makkelijk te vangen. Er is amper tot summiere informatie over deze tak van nijverheid. Een verkoopannonce van de notaris Peree maakt duidelijk dat in 1923 ook deze nijverheid voorbij is. De panden in de Boutershemstraat staan te koop. Einde diamantslijperijen?
Roosendaal
Niet alleen in Bergen op Zoom maar ook in andere steden in het westelijk deel van Noord-Brabant worden dit soort kleine nijverheids-aktiviteiten ontwikkeld. In Roosendaal wordt o.a. in 1902 door ene Felix de Winter een poging gewaagd in een pand aan de markt. Eigenaar van Laarhoven verhuurt dit pand reeds maar er wordt bezwaar gemaakt door een buurman. Daardoor wordt de plaatsing van de gasmotor, die benodigd is voor de aandrijving van de molens, enigszins opgeschoven tot twee meter van de aansluitende muur. Het duurt echter maar een kleine drie jaar want in 1906 vertrekt De Winter weer naar Antwerpen.
In 1910 wordt een nieuwe poging ondernomen door H. Rosenstrauch. Ondanks de toekenning van de vergunning wordt deze productie-unit niet bedrijfsklaar gemaakt omdat er over het gebruik van het pand aan de Bredase Baan geen overeenstemming kon worden bereikt met de eigenaar.

0253 Fotocollectie (voormalig) gemeentearchief Roosendaal, 1876-2016
uit collectie West-Brabants Archief
Nog een Roosendaler die het wilde proberen: slager en veehandelaar Cornelis Cockx aan de Nispense weg 28. Deze veehandelaar bouwt in 1912 aan de Nispense weg (kadaster D 1989) een lokaliteit voor een slijperij. Het blijkt een goede zet te zijn want reeds in 1915 verzoekt hij het gemeentebestuur om een verdieping te mogen

realiseren op dit pand voor de uitbreiding van zijn productie. Einde van deze nijverheid is in 1921 wanneer een annonce iedereen verteld dat er in de oude diamantslijperij van Cockx veel meubelen te koop zijn. ( zie adv de Grondwet van 15 febr 1921).
En verder...
Maar niet getreurd. Na de Tweede Wereldoorlog wordt er via een landelijke steunregeling een bedrijf opgericht in Rucphen. Het Amsterdamse bedrijf c.v. Nediam gaat met een opvallend nieuwtje over het inhuren van ongeschoold personeel een start maken. Wij zijn inmiddels aangeland in 1954. Er is door de technisch directeur van dit bedrijf een nieuwe manier gevonden om de slijperij van de zgn 'kleinbriljanten' te automatiseren.


Ook dit bedrijf gaat het niet bolwerken en in 1962 worden terrein en gebouwen verkocht aan o.a. het autobedrijf Hessing en Van Leeuwen uit Delft. Er is een nieuwe poging tot oprichting en beheer van een diamantslijperij in 1932 in Hoogerheide. Het bericht komt uit het Dagblad voor Noord-Brabant. Het blijft alleen bij dit bericht.
Ook in Putte wordt er met de nodige bedrijfjes gewerkt. Een drietal bedrijven zijn er bekend geweest. A Hoendervangers aan de Antwerpsestraat 85. De tekening laat de voorgevel zien van het gebouw aan de Antwerpsestraat 85 dat door de heer A Hoendervangers wordt beheerd.

Ook G. Reyniers in de Hogebergdreef 63 had interesse in een slijperij en vroeg in 1983 een bouwvergunning aan. Deze kreeg hij wel maar moest daarvoor in het bestemmingsplan een vrijstelling verkrijgen. Het gebouw is in 2012 gesloopt.
In 1982 in de Biezendreef woonde de heer Zahradnik, die later ook een winkel opende in Halsteren naast de bestaande in Putte. Hij verzorgde lessen en workshops in zijn atelier. Tevens verzorgde hij demonstraties en gaf lessen in België en Duitsland. Zijn vakkennis van de diamantbewerking was behoorlijk groot. In Halsteren aan de Dorpstraat 16 had hij in 1982 een winkel in gouden en zilveren sieraden, waar ook zijn vakmanschap in uit blonk. Zowel in mei als in september van dit jaar werd die zaak door overvallers bezocht en leeggeplunderd.


