Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De hogere klassen op de jongensschool in Beers in de jaren '30

De hogere klassen op de jongensschool in Beers in de jaren '30

H.S. Ebben

14 januari 2025

Bijgewerkt op 14 januari 2025

Op 1 mei 1931 ging ik naar de vijfde klas, waar meester Janssen senior probeerde de jeugd wat wijsheid en opvoeding bij te brengen. Dat ging er anders aan toe, dan toen we van zijn zoon Herman les kregen. Hij was veel bedachtzamer en veel strenger en het moest gebeuren, zoals hij het voor had; strafregels gaf hij niet, maar des te meer draaien om je oren.

Achter in de klas stond een harmonium en dat bespeelde hij tijdens de zangles. Iedereen probeerde zo ver mogelijk van dat harmonium af te gaan staan, want als het ergens vals ging met zingen, dan schoot zijn hand uit en wee degene, die het kortste bij stond.

Leerlingen van de lagere jongensschool in 1931; rechts het hoofd van de school, Henricus Janssen met de hand op mijn schouder; op de achterste rij juffrouw Doortje Janssen; achterin, links van de boom, Herman Janssen (bron: herkomst onbekend)
Leerlingen van de lagere jongensschool in 1931; rechts het hoofd van de school, Henricus Janssen met de hand op mijn schouder; op de achterste rij juffrouw Doortje Janssen; achterin, links van de boom, Herman Janssen (bron: herkomst onbekend)

Schrijven deden we nog steeds met een griffel op een lei en dat bleef voorlopig ook zo. Eén keer in de week kregen we catechismusles van pastoor Bertens (opent in een nieuw tabblad). Daarvoor stond een extra hoge stoel in de klas, zodat hij als het ware op een troon zat, dat dwong wel respect af. Evenals de meester, was ook de pastoor al op gevorderde leeftijd en deed ons zijn verhalen over het paradijs en alles wat daarvan het gevolg was.

Op een gegeven dag werd de meester uit de klas geroepen, want er was iets met de pastoor zijn gezondheid niet in orde. Hij is niet lang ziek geweest en we kregen dan ook een dag later de mededeling dat hij was overleden.

Zover ik me nog kan herinneren, heeft het ook niet heel lang geduurd dat we bij de oude meester Janssen in de klas hebben gezeten. Hij bereikte dat jaar zijn vijfenzestigste verjaardag en ging dus met pensioen. Het gevolg was dat er een opschuiving kwam van de leerkrachten.

Herman Janssen werd hoofd van de school en kreeg de vijfde, zesde en zevende klas. Zijn zus, Dora Janssen, behield de eerste en tweede klas. Voor de derde en vierde klas werd een nieuwe onderwijzer benoemd, Wim Klabbers uit Boxmeer.

Leerlingen van de lagere jongensschool in 1932 met links het hoofd van de school, Herman Janssen; rechts zijn zus, Doortje Janssen en de nieuwe onderwijzer, Wim Klabbers. (bron: familiecollectie)
Leerlingen van de lagere jongensschool in 1932 met links het hoofd van de school, Herman Janssen; rechts zijn zus, Doortje Janssen en de nieuwe onderwijzer, Wim Klabbers (bron: familiecollectie)

Ook werd voor de parochie een nieuwe pastoor benoemd, Cornelius van der Heijden (opent in een nieuw tabblad) uit Deursen bij Ravenstein.

Dat alles gaf natuurlijk de nodige veranderingen. Meester Janssen en zijn manier van lesgeven, daar waren we al mee bekend uit voorgaande jaren. Ook de manier van omgang met ons, schooljongens, blijft een prettige herinnering. Als we natuurkundeles hadden, in dit geval plantkunde, brachten we van alles mee naar de les, zoals brandnetels, dovenetels, korenbloemen, enz. en daar wist hij ons alles over te vertellen. Hij zorgde er ook voor dat we nu schiften kregen om daarin te schrijven met de kroontjespen. Dat was alweer een hele vooruitgang.

Ook de nieuwe pastoor bracht een aantal veranderingen, zoals hij vond dat het moest gebeuren. Hij was behoorlijk streng op een manier van “zoals ik wil, zal het gebeuren.”

Toen we in de zesde klas zaten, moesten we de catechismus met vraag en antwoord van buiten kennen van begin tot einde. Voor de plechtige communie moesten we allemaal een proeve van bekwaamheid afleggen.

Gelukkig was er op school tijdens het speelkwartier de nodige ontspanning. Voetballen werd niet gedaan, maar wel de groepsspelen, zoals wij die noemden ‘houwme jouwme’ en ‘barren’. Het eerste spel begon met een jongen die anderen moest tikken; wie aangetikt was, moest de ander een hand geven. Zodoende ontstond een hele sliert over de volle breedte van de speelplaats. De laatsten moesten proberen om door de sliert heen te breken, en dat viel niet mee, totdat iedereen was aangetikt en dan was het spelletje afgelopen.

Bij het ‘barren’ waren twee groepen; de ene groep verdedigde de muur tegen de pastorietuin en de andere groep de muur tegen het kerkhof. Als iemand van de tegenpartij aangetikt was, werd hij ‘krijgsgevangene’ en moest dan bij de vijand tegen de muur gaan staan. Als er een aantal gevangen waren, gaven die elkaar de hand om een sliert te vormen. Als die sliert door de eigen partij weer werd aangetikt, dan waren ze allemaal bevrijd en mochten ze weer terug naar hun eigen partij. Dat ging door tot alle deelnemers van een partij gevangen waren genomen.

In de achterste rij van links naar rechts: meester Janssen, Koos Strik, Ties Cornelissen en Pietje Nelissen. In het midden: Toon Kreutz, Harry Ebben en Jan Kuppeveld. Vooraan: Crist Cornelissen, Wim ten Haaf en Bert Linssen (bron: familiecollectie)
In de achterste rij van links naar rechts: meester Janssen, Koos Strik, Ties Cornelissen en Pietje Nelissen. In het midden: Toon Kreutz, Harry Ebben en Jan Kuppeveld. Vooraan: Crist Cornelissen, Wim ten Haaf en Bert Linssen (bron: familiecollectie)

Op het schoolplein was het in de zomer altijd heerlijk koel. Daar kon geen zon bij komen, want buiten het hekwerk stonden langs de straat een drietal reusachtige lindebomen. In de voorzomer, als de linden uitgebloeid waren, kwamen vruchtjes aan een takje met een blaadje. Dat blaadje zat er aan om de vruchtjes te verspreiden. De vruchtjes bestonden uit een klein bolletje aan een steeltje. Als je het bolletje van het steeltje losmaakte, bleef het toch aan het steeltje verbonden door middel van een lijmachtig draadje. We zetten dan het steeltje loodrecht op de bovenkant van de hand en dan tolde het bolletje, vastgehouden door het draadje, rondom het paaltje over de hand. Dat noemden wij toen ‘schaapje tuieren’.

Als in de herfst het blad van de bomen viel, dan lag er heel wat op de speelplaats. We vonden het dan leuk om dat blad te verzamelen en het tussen de spijlen van het hekwerk vast te drukken, zodat een gesloten afscheiding ontstond. Daar kon je dan mooi uit de wind achter kruipen. Naast de speelplaats staan (nu nog) in de voortuin van de pastorie op iedere hoek een mooie bruine beuk. Als de vruchten in het najaar afvielen gingen we die, als kinderen, oprapen. De meeste ervan waren niet bevrucht en het was dus een hele toer om een hand vol met pitjes te verzamelen. We deden dan het harde schilletje eraf en dan aten we de pitjes heerlijk op. In die tijd was je al blij als je zo’n extraatje had.

Uit: H.S. Ebben, De eerste vijfentwintig jaar van mijn leven in Beers aan de Maas (2010)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

De hogere klassen op de jongensschool in Beers in de jaren '30 | BHIC