In de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw was sigarenfabriek ‘De Kasteelheer’ een begrip in Leur. Wat begon in een oude strohulzenfabriek, eindigde in een gedurfd emigratie-avontuur naar Zuid-Afrika. Een verhaal over industriële groei, een roerige wilde staking en een fabrikant die het geluk overzee zocht.

Start aan de Zevenbergseweg
In 1932 legde de heer B. Wijtenburg de fundamenten voor zijn onderneming. Hij trok in een gedeelte van de voormalige strohulzenfabriek van de firma Van Beckhoven en Van Iersel aan de Zevenbergseweg in Leur. Het pand bood ruimte voor groei en die kwam er; in 1936 kocht de gemeente het resterende deel van het gebouw aan, waardoor Wijtenburg de beschikking kreeg over de volledige fabriek. Jarenlang was ‘De Kasteelheer’ een belangrijke bron van werkgelegenheid voor de lokale bevolking.
![]() | ![]() |
Dagblad De Stem, 13 maart 1950. | Dagblad De Stem, 8 februari 1950. |
Onrust en de wilde staking
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het economische tij. De Nederlandse sigarenindustrie kreeg het zwaar door grondstoffentekorten, moderne machines en een verschuivende markt. Ook in Leur nam de spanning toe. De onvrede over de arbeidsvoorwaarden culmineerde in december 1947 bij De Kasteelheer in een ‘wilde staking’ – een zeldzaam en fel protest dat de diepe crisis in de sector onderstreepte. Voor Wijtenburg, die destijds in een gedeelte van het markante pand aan het Lichttorenhoofd 2* woonde, was de maat vol. In 1950 besloot hij de deuren van de fabriek definitief te sluiten.
*Dit herenhuis wordt in de volksmond het kasteeltje genoemd. Zou Wijtenburg hierdoor geïnspireerd zijn, zijn sigarenmerk De Kasteelheer te noemen?
![]() | ![]() |
'Het kasteeltje' (foto: Cor Kerstens). | Sigarendoos van De Kasteelheer (foto: Stichting Nederlandse Tabakshistorie). |
De grote oversteek
Wijtenburg liet het er echter niet bij zitten. In 1951 ging hij een gedurfd avontuur tegemoet; hij zou zijn geluk beproeven in Zuid-Afrika. Hij vertrok niet alleen; een groep trouwe medewerkers en hun gezinnen, waaronder bedrijfsleider B. Colignon, besloten hem te volgen naar het onbekende.
In een dorpje nabij Johannesburg, genaamd Roodepoort, stichtte hij een moderne sigarenfabriek, die de naam Holland-South Africa Cigar Industry kreeg. Hier, ver weg van de Brabantse onrust, bouwde hij een nieuw bestaan op, waar hij de traditie van de Kasteelheer-sigaren voortzette onder de zon van het zuidelijk halfrond.
De erfenis in Leur

Vandaag de dag herinnert de Zevenbergseweg nog nauwelijks aan de geur van tabak en het geluid van de strohulzenmachines. Op de plek waar de fabriek ooit stond, bevindt zich nu het bekende Ontmoetingscentrum Het Turfschip. Waar vroeger de sigarenmakers hun werk deden, komt de gemeenschap van Etten-Leur nu samen voor cultuur en ontspanning. Alleen de archieven en de verhalen over de gedreven Wijtenburg houden de herinnering aan de sigaren van De Kasteelheer levend.
Bronnen
- West-Brabants Archief, Notulen gemeenteraad Etten-Leur en vergunningen
- Adresboek 1949 gemeente Etten-Leur
- Maasbode 14-04-1951, Nederlandse sigarenfabriek naar Zuid-Afrika
- Eindhovensch dagblad 02-12-1947, staking bij de Kasteelheer sigarenfabriek
- BHIC, De strohulzenfabriek Van Beckhoven en Van Iersel
Lees meer over de Brabantse sigarenindustrie op In Brabant staat een huis.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.





