Driek bekijkt met ontzag de grote, ruwe werkhanden van zijn vader Willem, die op de keukentafel rusten. Die kijkt hem aan en vraagt: “Driek, jij leert nu voor boer. Welk gewas zou je komend jaar op onze Negenekker willen verbouwen?” Die vraag overvalt hem, maar toch heeft hij een vlot antwoord, recht vanuit zijn gevoel van ontluikende boer. “Gerst, Pa, dat is een fantastisch graan voor onze varkens. We kunnen het zelf malen en aanvullen tot een heel goei rantsoen”. Willem knikt instemmend. “En als ze het niet lusten maken we er bier van! We zullen snel de stoppelknollen moeten oogsten, want het zaad moet er in oktober in.”

Driek zit op de Lagere Landbouwschool en heeft voor hun hele gemengde bedrijf een vruchtwisselingsschema in elkaar geknutseld. Eerdere jaren raakte hij steeds in vervoering bij het zien van de wuivende gouden gerstpluimen. De kenmerkende lange haren op de aren blinken in de zon tegen de tijd dat het gewas oogstrijp is. Zijn ogen glinsteren bij het vooruitzicht dat de Negenekker een zee van die gouden aren zal zijn.
Driek egt achter zijn vader, die breedwerpig zaait, met de merrie de gerstkorrels de goed bemeste zandgrond in. Met verbeten moeite krijgen zijn jeugdige armen de eg recht getrokken op de wendakkers. “Hot op”, commandeert hij Filomeen. Binnen vier uur heeft hij de halve hectare van de Negenekker er keurig ingezaaid bij liggen. Zijn eerste proeve van bekwaamheid als paardenmenner. Hij krijgt warempel een goedkeurende blik van Pa.
Het wordt negentienhonderd tweeënzestig en de gerst groeit voorspoedig. De lessen op de LAS zijn interessant. Maar Driek heeft het te makkelijk met de LBO-lesstof. Naast zijn huiswerk en boerenwerk heeft hij volop tijd om te lezen. Heel de wereld ligt aan zijn voeten met boeken over verre landen en hun volkeren. Zowel uit het heden als verleden. Hun vlaggen prijken op luciferdoosjes die hij verzamelt en inplakt. Dan mijmert Driek over hoe het er daar echt uit ziet of zag. Voorlopig blijft zijn wereld klein, beperkt tot de nabije omgeving van het gehucht waar hij opgroeit. Er wordt hard gewerkt op de boerderij. De dag begint vroeg, om half zes, om hun 17 koeien te gaan melken. In de winter dichtbij op de grupstal. Het is buiten dan nog aardedonker en koud. In de zomer naar de wei, ruim anderhalve kilometer op de fiets met de opgaande zon. De melkbussen op en aan de transportfiets van Pa Willem.
In juni begint de gerst op de Negenekker voorzichtig te kleuren. Van sappig groen naar goudgeel. Willem keurt regelmatig de aren. “Driek, dit wordt een prima oogst. Onze Negenekker gaat in de richting van de tweeduizend kilo korrel en flink wat stro voor de koeien en varkens!” Driek heeft intussen zomervakantie en kwijt zich van allerlei klussen op de boerderij. Zo spuit hij met een handbediende zwengelrugspuit de stamslabonen tegen meeldauw. Zwaar werk, zeker als het voorraadvat van 25 liter vol is en Driek pompend en sproeiend door de smalle voren laveert. Het vele boerenwerk functioneert als een permanente sportschool en maakt zijn puberlijf sterk. Vooral het opsteken van het hooi met de gaffel verheft Driek tot een ware sport-ambacht. Allengs worden de porties hooi die hij aan een gaffel kan prikken groter. Zo kan het gebeuren dat de gaffelsteel knakt onder zijn zwellende kracht. Willem gniffelt.
Dan is het augustus en de Negenekker is een gouden, wuivende gerstenaren-zee. Door de volle aren dreigen de halmen te bezwijken onder hun gewicht. Hoog tijd voor de oogst! Willem maait de hoeken aan met de zigt. Daardoor creëert hij draairuimte voor paard en maaimachine. Het graan is zongedroogd. Filomeen trekt de vernuftige maaibalk-machine, uitvinding van Zweegers-landbouwmachinefabrieken. De langste zijde van de Negenekker-omtrek vormt de aanzetstrook, ongeveer vijftig meter lang. Moeder Paula, zus Ellie en Driek stellen zich op langs deze strook. Willem, fier gezeten op de machine, dirigeert Filomeen naar het beginpunt en laat de maaibalk voorzichtig zakken. Het zwadbord achter de maaibalk staat omhoog, klaar om de vallende halmen tegen te houden. Willem is een goed voerman en zijn Filomeen heeft genoeg aan een half woord. “Vort”, commandeert hij. En dan trekt Filomeen in een gestaag tempo man en machine, nauwkeurig gemend door Willem, vlak langs de aanzetstrook. Om de vijf meter bedient Willem met zijn voet het zwadbord dat naar beneden klapt en daardoor een kloeke gersteschoof op de stoppels achter laat. De binders zijn onder de indruk van deze multitask-excersitie van man, paard en machine. Halfweg dit eerste zwad schreeuwt Willem “Huui!” Een aanloopprobleem. Het mes van de maaibalk loopt vast op een stok die stevig tussen de gerst in de grond blijkt gestoken. “Die verduvelde stropers”, foetert Willem. Door zijn opmerkzaamheid en de allerte reactie van Filomeen heeft hij de messenbalk gered van een stevige beschadiging. Dan maken ze het zwad af en kan Filomeen even rusten van haar eerste inspanning.
Willem komt van zijn zetel en loopt naar de laatste losse schoof om die op te binden. Intussen zijn Driek en Ellie door moeder Paula al pril bekwaamd in het binden van schoven: “Je schuift je klompen onder de schoof, terwijl haar kont naar links steekt. Dan pak je een streng halmen van pakweg tien stuks uit de schoof en brengt die onder deze schoof door. Vervolgens plaats je je knie op het midden van de schoof en trek je de uiteinden van de streng gekruist over elkaar zodat de halm heel compact geworden is. Ten slotte wring je de twee uiteinden van de streng in elkaar en schuif je dit in elkaar gewrongen uiteinde van de streng onder de strengband die de schoof zodoende stevig bij elkaar houdt. Kinderen doen de was!” Het eerste zwad verwordt zodoende tot een oefenstrook voor de binders-in-opleiding.
De zon komt steeds hoger en brandt op de deels ontblote lijven. Het zweet gutst langs de zwoegende lijven. Paula heeft gezorgd voor lekkere thee met boterhammen, belegd met eigen ham en leverpastei. Heerlijk! Ook Filomeen verwerkt regelmatig een emmer water en krijgt haar haver. Zo wordt dit oogstfeest een combinatie van zwoegen, zweten en zwetsen. Soms schrikt de oogstploeg op van een kreet van een van de binders. Die grijpt dan in een dorre distel met scherpe stekels, verborgen in de halm. Op het einde van de middag maait Filomeen het laatste zwad. De Negenekker ligt rijk bezaaid met gebonden schoven.
Willem oogt heel tevreden. “Morgen zullen we ze op teilen zetten. Het is mooi geweest voor vandaag. Ellie en Driek gaan jullie alvast naar de koeienwei om ze vast te zetten? Begin maar vast met melken. Ik kom met de transportfiets na.”
De teilen blijven een maand staan om de gerst verder te laten drogen. Daarna worden ze met de platte wagen verzameld en door Filomeen naar de schuur getrokken. Het tassen van de korte gersteschoven op de platte wagen is een vak apart. Ze moeten goed in een verband worden gelegd opdat ze onderweg bij een kuil in het karrespoor niet van de wagen glijden. Driek wordt die zomer de expert die de gaffel hanteert waarmee hij elke schoof op en van de platte wagen zwiept. In de schuur komen ze in een grote tas, wel vier meter hoog. Als het winter is wordt de moderne dorsmachine op de schuurherd gereden. Het is dan een feest om de gouden gerstekorrels in de jute zakken te zien vloeien. Driek is vooral geimponeerd door de zware electromotor die via een leren aandrijfband de dorsmachine in beweging brengt. Zijn gevoelige longen protesteren tegen de dichte stofnevel die bij het dorsen vrijkomt. “Driek, ge kunt beter het varkenshok uitschieten. Dat is voor jouw longen een beter klimaat commandeert Willem. Desnoods ga je een boek lezen.”
Het laatste moderne snufje (anno 1960) voor de gerstketen is het elektrisch aangedreven koppel molenstenen. Daarmee worden de gerstkorrels geplet tot meel waarmee de varkens worden gevoerd. Zo verlaat uiteindelijk het gouden graan de boerderij in de vorm van knorrend varkensvlees.
Driek beheerst na enkele jaren alle kneepjes van het zware boerenvak. Toch wenkt de wereld buiten zijn boerengehucht steeds nadrukkelijker. De oogst van die beginjaren zestig is ook zijn rijpende overtuiging dat hier niet zijn toekomst ligt.
Henk Kusters,
Den Dungen
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
