Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De NV 's-Hertogenbossche capsulefabriek v/h Falk Lewin (deel 1)

De NV 's-Hertogenbossche capsulefabriek v/h Falk Lewin (deel 1)

Aart van Bockel

23 februari 2026

Bijgewerkt op 24 februari 2026

De aanleiding om dit verhaal te schrijven zijn vier, in mijn postzegelalbum bewaarde, briefkaarten (gedateerd juli t/m sep 1898) gericht aan de heer Falk Lewin (geboren 1829) en zijn capsulefabriek te 's-Hertogenbosch. Aangekocht eind jaren zestig bij een postzegelbeurs.

Briefkaarten F. Lewin
Briefkaarten gericht aan Falk Lewin (foto: Aart van Bockel).

Tijdens een zoektocht op internet tref ik flarden informatie over deze fabriek aan. Over de capsulefabriek, over de familie Lewin, over gebeurtenissen tijdens WO2 en over de leefwereld van Joodse families in het Duitsland van de 18e eeuw en Nederland voorafgaande aan en tijdens de oorlogsjaren 1940-1945. Een voor mij interessante historische puzzel lag op tafel. Ik ben de vele ontbrekende stukjes gaan zoeken en kwam zo in contact met de heer Falk Lewin (geboren 1940), naamgenoot en achterkleinzoon van fabrikant Falk Lewin (1829). Het resultaat van het gepuzzel leest u hieronder.

Het Hofstadterrein in Den Bosch

In opdracht van de gemeente ‘s-Hertogenbosch wordt [vanaf maart 2024, red.] hard gewerkt aan de bodem- en grondwatersanering van een perceel grond van ongeveer 4500 m2 aan de Bernestraat L 88 te ‘s-Hertogenbosch (zie foto). Deze locatie is gesitueerd tussen de Zuid-Willemsvaart en de rivier de Aa (ter hoogte van de Muntelwal). Op dit Hofstadterrein was vanaf einde 19e eeuw tot 1979 een capsulefabriek gevestigd. Voordat de toenmalige fabrikant van de capsules, de heer Falk Lewin, hier zijn fabriek vestigde bevond zich op dit terrein een koffiehuis met tuin (van de weduwe van Thuil). Van oorsprong was dit koffiehuis een soort achterhuis/oranjerie/tuinhuis van het 17e eeuws refugiehuis van de abdij van Berne. Het refugiehuis heeft hier 6 jaar (1623-1629) gestaan en was een veilig onderdak voor kloosterlingen binnen de stad ‘s-Hertogenbosch tijdens de Gelderse oorlogen. Vandaar de straatnaam “Bernestraat”.

Bodemsanering Den Bosch
Aankondiging van de bodemsanering bij de voormalige capsulefabriek. De werkzaamheden begonnen op 11 maart 2024 (foto: Aart van Bockel).

Industrialisatie en mechanisatie

Vijfentwintig jaar na de opening van de Zuid-Willemsvaart (1828) zijn er al meerdere fabrieken langs de Noorder en Zuider Kanaaldijk in ‘s-Hertogenbosch gevestigd. De met de hand uitgegraven grond was benut voor ophogen van het terrein naast de vaart. Een van deze bedrijven en latere buurman van de capsulefabriek van Falk Lewin is de machinefabriek P.F.N.M. (Producent van Non-Ferro Metalen) Rouppe van der Voort.

Vestigingsjaren

In 1842/1843 sticht de Joodse notabele, fabrikant en Bossche wethouder Ludovicus Henricus Rouppe van der Voort (Boxtel 4.3.1803 - Den Bosch 14.10.1878) de firma Rouppe van der Voort & Zn langs de Zuid-Willemsvaart. Het is een lood- en tinpletterij. Er worden loden buizen voor water- en gasleidingen gefabriceerd. Deze buizen waren of uitwendig vertint (compositiepijpen) of inwendig vertint (vertinde pijpen). De pletmolen of pletwals stond in de noordelijke fabriekshal (achter het bedrijfskantoor) van Rouppe van der Voort.

Ook smid Willem Grasso vestigt rond 1858 een smederij-werkplaats nabij de Zuid-Willemsvaart aan het Hinthamereinde. Hij verplaatst zijn bedrijf in 1869 naar de Zuider Kanaaldijk (ter hoogte van het Kruithuis). In 1865 staat dit bedrijf te boek als ijzergieterij. De combinatie ijzergieterij en machinefabriek was destijds niet ongewoon. Waarschijnlijk heeft Willem’s vader Hendricus Grasso vanaf 1850 als smid in loondienst gewerkt bij de “Loodpletfabriek Rouppe van der Voort op de Noordelijke Kanaaldijk”. Vanaf 1887 is Henri Grasso zakelijk leider van de Grasso werkplaats; in 1894 verkrijgt hij het bedrijf in eigendom. Grasso vestigt zich later achter het Bossche station langs de Parallelweg (nabij de latere Bossche Veemarkthallen). Daar zal het bedrijf nog een eeuw vanuit passerende treinen zichtbaar zijn.

Falk Lewin
Falk Lewin, 1829-1899 (collectie: Falk Lewin, achterkleinzoon. Foto: Aart van Bockel).

Emigratie en vestiging

De Joodse fabrikant van metalen capsules Falk Lewin uit Plettenberg (Neuenrade, Märkischer Kreis, Nordrhein-Westfalen, D) geboren op 19.10.1829, vestigt zich in 1860 met een lood verwerkingsbedrijf naast het bedrijf van Rouppe van der Voort aan de Noorder kanaaldijk. In het Duitse Plettenberg (met meerdere loodmijnen in de omgeving) was hij al actief als handelaar in lood en ondernemer met een kleine capsulefabriek. Hij deed toen al zaken met afnemers in ‘s-Hertogenbosch. Joodse families, zoals die van Lewin, werden in het Duitse Plettenberg door de plaatselijke autoriteiten voortdurend tegengewerkt. Joodse kinderen moesten bijvoorbeeld thuisonderwijs volgen omdat zij niet welkom waren op openbare scholen. Door sponsoring van veel (sport)verenigingen en de plaatselijke fanfare werden de Joodse families door de bevolking min of meer geaccepteerd. Deze moeilijke thuissituatie was een belangrijke drijfveer voor Falk Lewin om naar ‘s-Hertogenbosch te emigreren.

Samenwerking

De Frans-Duitse oorlog van 1870 zorgt voor een tijdelijke economische terugval.  In 1871 groeit het bedrijf van Rouppe van der Voort naar 40 medewerkers (mannen en jongens). In 1872 wordt door de stad ‘s-Hertogenbosch/Provincie Noord-Brabant patentrecht verstrekt voor de stoomproductie.

Patent
Patent voor Rouppe van der Voort/Lewin (collectie: Falk Lewin).

Er waren toen 21 werklieden aan de slag. In 1873 zien we het bedrijf op de Wereldtentoonstelling in Wenen met de “metalen kapsels voor flessen”. Een kruis van verdienste van de Oostenrijkse keizer voor Rouppe van der Voort was het resultaat. Falk Lewin koopt zich (voor of in 1876) in bij Rouppe van der Voort. Het bedrijf heet dan “Rouppe van der Voort & Lewin, Fabrik von Metall-Kapseln".

Rouppe vd Voort & Lewin

Rouppe van der Voort & Lewin

In 1888 verzoeken F. Lewin en P.N.F.M. Rouppe van der Voort gezamenlijk de gemeente ‘s-Hertogenbosch hen vergunning te verlenen voor het in gebruik stellen van een 28 PK stoommachine in hun staniol fabriek. Beiden werkten al samen bij de loodverwerking wat wordt bevestigd door een briefkaart uit 1889 waarin zowel Rouppe van der Voort als Lewin in de adressering van een bestelling capsules worden vermeld). Staniol is identiek aan bladtin of tinfolie. Dat zij al vroeg samen optrekken wordt ook bevestigd door een Franstalige reclame.  Op 31 augustus 1890 trekken beide ondernemers (getuige een memorandum geadresseerd aan Herz Lewin in Bork, D) nog altijd samen op onder de naam “Rouppe vd Voort & Lewin”.

Naamswijziging kanaaldijken: In 1890 krijgen Noorder en Zuider Kanaaldijk een nieuwe naam: Zuid-Willemsvaart.

Memorandum Rouppe vd Voort & Lewin
Memorandum 1890 (foto: Aart van Bockel).

Aanvraag vergunning voor zelfstandige capsulefabriek

In 1891 verzoekt Falk Lewin om een vergunning voor het oprichten van een capsulefabriek en een daarin te plaatsen 30 PK stoommachine in pand wijk L, nr 188 (kadastraal sectie H nr. 4041. Op een tekening zijn zichtbaar (gezien vanaf rechter kanaalwal tot de Noordwal) de stoomketel, machine, smeltketels, smidse en fabriek. Op 18.6.1891 wordt onderhands gemeentelijke grond (locatie Hofstad, gemeente ‘s-Hertogenbosch) verkocht aan Falk Lewin.  Het ketelhuis, het machine lokaal en de smelterij van de capsulefabriek waren toen reeds in gebruik. De ‘s-Hertogenbossche capsulefabriek Falk Lewin is zo in feite een voortzetting van een door hem eerder opgerichte kleine capsulefabriek in Plettenberg. De nieuwe Bossche onderneming is gericht op het exploiteren van een capsulefabriek en het verhandelen van aanverwante producten.

Capsule Fabricage

Metalen capsules werden destijds benut voor de luchtdichte sluiting van flessen (met bijvoorbeeld wijn, melk, water, limonade, azijn, bier of ingemaakte vruchten).  De capsulefabriek reinigde en bewerkte metalen (zoals gesmolten lood en tin) en plette en walste op machinale wijze deze metalen in schijfjes. Die schijfjes werden vervolgens verder bewerkt tot in diverse kleuren beschilderde en op de kop en zijkant bestempelde capsules. De capsules werden in pakketjes (van 100 capsules) in houten kisten op de internationale markt verkocht. In het jaar 1891 wordt de scheiding tussen de bedrijven van Rouppe van der Voort en Falk Lewin officieel vastgelegd.

Het jaar 1892 is het officiële oprichtingsjaar van de capsulefabriek van Falk Lewin. In dat jaar werken er 90 mensen (70 ongehuwde vrouwen en 20 mannen). De vrouwen werken 11 uur per dag; de mannen 12 uur. Falk Lewin is dagelijks in de fabriek aanwezig. Als krachtbron worden stoommachines en later gasmotoren en elektromotoren benut. Vandaar dat een hoge schoorsteen op het terrein zichtbaar is. De werkzaamheden worden uitgevoerd door vrouwelijke medewerkers (nette jonge meisjes uit het arbeidersmilieu) en mannen (waarbij de meisjes meer dan 50% van het personeelsbestand uitmaken). Er is een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen in de fabriek. Al in 1892 is de gezondheid van de medewerkers onderwerp van gesprek. Leden van een bezoekende Staatscommissie spreken hierover met vrouwelijke medewerkers. Een vrouwelijke medewerker met acht overleden jonge kinderen is in die tijd blijkbaar geen signaal voor verder onderzoek naar de ongezonde bedrijfsomstandigheden.

Memorandum
Bedrijfsmemorandum van na de scheiding van Rouppe van der Voort en Lewin (collectie: Falk Lewin).

Rouppe van der Voort

In 1893 werken bij Rouppe van der Voort 56 arbeiders. In 1912 werken er in de (dan grootste loodpletterij van Nederland!) al 199 arbeiders. In 1920 wijzigt de naam in “Loodpletterij en staniol fabriek".

Samenwerking gecontinueerd: Dat de bedrijven van Rouppe van der Voort en Lewin ook blijven samenwerken wordt duidelijk als je het smalspoorlijntje (benut door een locomotiefje en laadkar voor transport van de loodblokken) opmerkt dat vanaf de kraan aan de Zuid-Willemsvaart door het bedrijvencomplex loopt.

Bedrijfsopvolging capsulefabriek Lewin: Als oprichter Falk Lewin op 12 februari 1899 overlijdt (en vervolgens op de Israëlitische begraafplaats Berkenheuvel te Vught wordt begraven) zetten zijn zoon Hermann Lewin (1864-1946) en dochter Thekla Lewin (Blattenberg/Kleinhammer 4.7.1859 - De Bilt 26.6.1951) de directie van het bedrijf voort.

Productievolume en bekroningen: In een ongedateerde Engelstalige folder van de firma H. Pahl & Co uit London (UK) wordt vermeld dat de jaarproductie van de Falk Lewin Factory in Bois le Duc de 100 miljoen capsules overschrijdt.  Op een eveneens ongedateerd drukwerk wordt vermeld dat de capsulefabriek de hoogste bekroningen heeft behaald te Wenen, Sydney, Melbourne, Amsterdam en Épernay (Fr).

Folder H. Pahl & Co
Folder met vermelding dat Lewin jaarlijks meer dan 100 miljoen capsules produceert (collectie: Falk Lewin).

Onrust binnen de capsulefabriek

Vanaf 1900 is de leeftijd van de meisjes binnen het bedrijf minimaal 13 jaar (vanwege de leerplichtwet voor kinderen tot 12 jaar). Het bedrijf groeit, met korte periodes van neergang, goed. Er wordt na de eeuwwisseling geëxporteerd naar Engeland, USA, Zuid-Afrika, Australië en zelfs Japan.  In april 1913 worden twee directeuren geschorst door de commissarissen van het bedrijf. De mannen in de fabriek besluiten tot een staking. De vrouwen en meisjes stoppen (gedwongen doordat zij niet kunnen werken zonder werkvoorraad) eveneens hun werkzaamheden. In januari 1933 werken er zo’n zestig meisjes bij de capsulefabriek waarvan er op enig moment vijftig staken vanwege de voorgenomen invoering van dagkaarten. Na invoering zou hun betrekking per dag opzegbaar zijn. Een forse verslechtering van arbeidsvoorwaarden dus! De staking is een succes. Het loon was destijds Hfl 7,50 - 8,00 per week (met acht dienstjaren) blijkt uit rond die tijd gevoerde gerechtelijke procedure tussen de NV en een vrouwelijke medewerker die thuis op werk moest wachten en gedurende enkele maanden geen loon ontving.

Luchtfoto fabriek
Luchtfoto van de fabriek met onderaan de Zuid-Willemsvaart (collectie: Falk Lewin).

Hermann Lewin

Hermann Lewin stond bekend als directeur van de capsulefabriek maar ook als fervent jager. Hij pachtte gronden in de Gement van Vught voor de jacht, visserij en het rapen van kievitseieren.  Hij had ook een jachtopziener in dienst. Zijn jachtavonturen beperken zich niet tot de directe omgeving. Hij reisde daarvoor ook naar de USA. Enkele jachttrofeeën in zijn villa en familieverhalen getuigen hiervan. Hermann Lewin was rond 1936 een gezien bestuurder in landelijke besturen van hondenliefhebbers. Hij was een bekend keurmeester voor meerdere hondenrassen.

Oorlogsjaren: Hoe de familie Lewin en de capsulefabriek de oorlogsjaren 1940-1945 en de naoorlogse jaren doorkomen leest u in deel 2 en 3 [in voorbereiding, red.].

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

De NV 's-Hertogenbossche capsulefabriek v/h Falk Lewin (deel 1) | BHIC