Muziek is tegenwoordig alom, in tijd alsook in plaats. Om te beluisteren, doch evenzeer om zelf maken. Nog niet zo verschrikkelijk lang geleden was dat wel anders.

Muziek hoorde je uitsluitend als je naar de kerk ging (koor/orgel) of op de kermis. Zelf muziek maken was in de meeste gevallen voorbehouden aan de welgestelde klasse: daar stond bijvoorbeeld een piano in huis of – sporadischer – een harp. Radio, versterkers en luidsprekers bestonden nog niet.
Vanaf begin negentiende eeuw zien we op veel plaatsen fanfares en harmonieën opgericht worden. Daartoe draagt ongetwijfeld de periode 1830-1839 toe bij. Als in 1830 België zich van ons land afscheidt, duurt het negen jaar voordat een vredesakkoord wordt getekend. Gedurende die tijd bivakkeert het veldleger in Noord-Brabant. Elk regiment heeft een stafmuziekkorps dat bij diverse gelegenheden door dorpen en steden trekt. Ook worden concerten gegeven. Veel jongelui maken zo kennis met muziek(instrumenten) en ontstaat de stille wens dat ook zèlf te kunnen doen.
Begin jaren veertig van de negentiende eeuw worden genoemde militaire stafmuziekkorpsen – als bezuiniging – opgeheven en moeten honderden militaire muzikanten en kapelmeesters op zoek naar een andere baan. Veel van de rond die tijd opgerichte burgermuziekgezelschappen staan onder leiding van een voormalig militair muzikant, zo ook te Boxtel.
Lees hier het volledige artikel. (opent in een nieuw tabblad)
