Gelukkig heeft elk dorp altijd inwoners van een divers pluimage. Uiteraard zijn daar 'de notabelen'. Zij voelen zich waarschijnlijk belangrijk, althans verheven ten opzichte van de gewone burger. Deze notabelen dragen pakken gebakken lucht van de ene kant van het dorp naar de andere kant, in de veronderstelling dat zij daarmee een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren.

Eigenlijk tot nog direct na de Tweede Wereldoorlog is er ook in het kleine Westerhoven sprake van een duidelijke segregatie. Het is de tijd waarin de pastoor en de fabrikant in belangrijke mate hun stempel drukken op het welzijn van de dorpsbewoners. Een saillant voorbeeld daarvan is dat er, zo direct na de oorlogstijd, weinig tot geen aandacht besteed wordt aan een gedegen huisvestingsbeleid.
Jongeren die graag een eigen leven willen opbouwen worden daardoor gedwongen hun geboortedorp te verlaten. Dat heeft dus niet alleen negatieve effecten voor een goede demografische bevolkingssamenstelling maar vooral op de sociaalculturele ontwikkelingen en daarmee ook voor de opbouw van een goed voorzieningenniveau.
De Westerhovense mensen denken er echter het hunne van. Zij hebben belangrijkere dingen aan hun hoofd. Genoeg en gezond eten op tafel is veel belangrijker dan status en/of rijkdom. Een bakker, die een groot assortiment van brood en mik en nog veel ander lekkers kan leveren, is dan ook veel belangrijker dan de witte boord, die in zijn kantoortje maar wat bonnetjes zit af te stempelen.
Vakmanschap, dàt wordt pas gewaardeerd. Een smid die vakkundig een paard van nieuwe ijzers voorziet of een lekke sopketel dichtlast. De schoenmaker die vaardig nieuwe zolen en hakken plaatst zodat je weer lekker kunt lopen. En vergeet niet de Westerhovense metselaars. In binnen- en buitenland zijn die beroemd om hun vakmanschap.
Maar óók een belangrijke vakman is 'de slachter'. In het midden van de vorige eeuw houden ook heel veel Westerhovense inwoners een of meer varkens. Die worden meestal voor eigen gebruik gehouden en goed vetgemest. Dan, meestal in november, zorgt een varken ervoor dat er ook voldoende proviand in de kelder komt om de komende winter te overleven. Maar om dat karwei te klaren heb je dus een echte slachter nodig. En Westerhoven heeft daarvoor een hele goeie.
Tussen de Heuvel en het begin van de Dorpstraat staat een dubbel woonhuis.
De linkerkant daarvan is de winkel en de slagerij van slachter Martien Roelofs. In het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw is hij, samen met zijn vrouw Lies, vanuit Boekel neergestreken in het pittoreske Westerhoven. Hij stelt ook de traditie weer in ere om op Palmzondag het paasvee te showen. Na de hoogmis paradeert hij door de Dorpstraat met een prachtig rund, dat proper is gewassen en mooi geborsteld. Het dier draagt rond zijn middel een brede band in de nationale driekleur en een dito strik boven op de brede rug. Een tableau vivant, als wandelend reclamebord.
Tot nog zowat het midden van de vorige eeuw vinden er nog veel huisslachtingen plaats. Martien Roelofs komt dan met zijn houten slachtbank, het 'schietmasker' en zijn serie messensets aan huis om die klus te klaren. In de stal van mijn ouderlijk huis staat een varken dat het ideale slachtgewicht heeft bereikt.
De ketels met kokend water voor het wegschrapen van de varkensharen staan gereed. Evenals een teil met fris spoelwater voor het reinigen van de darmen. Die zijn immers van essentieel belang om worst te kunnen maken. Ook de 'leer' waarop het beest straks komt te hangen om te 'versterven', staat klaar.
Over de kop van het tegenstribbelende beest wordt het schietmasker geschoven. Met een klap op de knop vliegt een kogel door de hersenen en valt het beest dood neer. Met een ferme haal van het vlijmscherpe mes snijdt de slachter de halsslagader door. Het vuurrode lauwwarme bloed wordt opgevangen in een gereed staande emaille emmer. Later worden daar boekweitmeel en blokjes wit spek aan toegevoegd om bloedworst te maken.
Het bloed mag daarom niet stollen. De jongste van de toeschouwers is dan ook meestal de pineut. Tijdens het vervolg van het slachtritueel moet er constant worden geroerd om dit bloed soepel te houden. Geen wonder dat je armen dan ook bloedrood worden. Na een uur schrobben en een fles Loda verder ben je dan weer enigszins toonbaar.
Alle ingewanden worden verwijderd, maar niet alles wordt weggegooid. De lever kun je lekker bakken en van de niertjes maakt mijn moeder overheerlijke ragout. Als alles is schoongespoeld wordt het beest ondersteboven aan een ladder gehangen.
's-Anderdaags komt de slachter weer terug. Vakkundig beent hij het beest verder uit en bewerkt het tot bruikbare porties. Al snel ligt de keukentafel vol met karbonades, zijen spek, varkenspootjes en uiteraard de kop. Aan de tafelrand wordt dan het worstmolentje gemonteerd. Wit spek, snijafval en ander vlees wordt tot gehakt vermalen. Zout, peper, kruiden etc. worden toegevoegd. Op het worstmolentje wordt een tuitje geschroefd. Daaroverheen worden de inmiddels gespoelde darmen geschoven.
Door gelijkmatig te draaien worden de darmen met gehakt gevuld tot worsten. Die worden, samen met de hammen, in de schouw gehangen om te drogen en af te rijpen.
Maar tijden veranderen, ook voor de slachter. Door het Ministerie van vVolksgezondheid worden huisslachtingen verboden. Dat heeft uiteraard consequenties voor zijn bedrijfsvoering. Voortaan worden via de slachthuizen al geslachte complete varkens en runderen bij de slagers afgeleverd. Zij maken er mooie eetbare porties van, die meteen over de toonbank kunnen.
De slachter is een slager geworden.
Een mens heeft niet het eeuwige leven, ook slager Roelofs niet. Als bij hem de jaren gaan tellen, is het tijd om rust te nemen. Hij gaat met een welverdiend pensioen. Zoon Willy is inmiddels deelgenoot geworden van de kneepjes van het vak en neemt de zaak over. Maar heel veel geluk valt hem helaas niet ten deel. Willy wordt helaas ziek. Maar dat heeft een onverwacht effect. Tijdens zijn revalidatie ontdekt hij zijn talenten en zijn levensopdracht. Hij wordt kunstschilder. Onder zijn hand komen de prachtigste schilderijen vandaan.
Het gevolg is wel dat de slagerij wordt gesloten en omgetoverd tot een heuse galerie. Veel van zijn fantastische creaties zijn daar te bewonderen. Samen met zijn overbuurjongen, de dichter Frans Hoppenbrouwers, wordt zodoende het culturele palet van Westerhoven prachtig ingekleurd.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (22 juli 2025).
