In de eerste twee delen van dit verhaal hebben we gekeken naar de eerste Van Rossums in de directe lijn van mijn grootmoeder en hun echtgenotes. Ook kwamen hun nazaten aan bod. In dit deel kijken we naar een zwart schaap van de familie: Jan, zoon van Reinier van Rossum en Hermanna van Raeij.
Lees eerst de voorgaande delen
Om het voor de lezer gemakkelijker te maken, heb ik een (beperkte) stamboom opgemaakt, waarbij ik ook de woonplaatsen, voor zover bekend, vermeld. Klik hier om de stamboom in te zien (opent in een nieuw tabblad).
5 De akte van de 14e van de Zomermaand (juni) 1809
Aan deze akte heb ik al gerefereerd. Hij bevat een aantal belangrijke details.

Reijnier van Rossum, wonende op ’t Wild onder Maaren, heeft last en procuratie van zijn zoon Jan van Rossum. Dit moet de Jan uit het huwelijk met Hermanna van Raeij zijn, immers, de Joannes uit het huwelijk met Maria van Thiel is dan pas 16 jaar en een minderjarige kan geen last en procuratie afgeven. Uit de akte blijkt ook dat de ouders van Barbara de Rouw Peter de Rouw en Maria van Thiel waren. Barbara is dan nog in leven, want aan haar wordt gerefereerd als de weduwe van Joannes van Rossum.
De akte blijkt te gaan over een erfdeel afkomstig van Peter de Rouw en Maria van Thiel. Dit is terecht gekomen in de gemeenschappelijke boedel van Reinier en Hermanna. Vervolgens zijn de rechthebbenden van haar deel haar weduwnaar en haar zoon. Er wordt ook uitdrukkelijk gesproken over ‘van den Eerstgenoemden Eerste huisvrouw’. Zoon Jan verwerft de eigendom en Reinier het vruchtgebruik (‘tochte’).

Deze Jan duikt vervolgens op in Den Bosch. Hij was op 4 februari 1810 getrouwd met Gerardina Rijmes. Hij was huzaar van het 3e regiment geweest. Hun eerst kind, Reinier, werd geboren op 17 juni 1810. Jan overleed in Den Bosch op 19 juni 1846. Zijn levensloop was niet zonder smetten. Op 14 februari 1812 werd zoon Pierre (Pieter) geboren. Daar was hij niet bij, want op 25 januari was hij gearresteerd vanwege een inbraak. Op 29 juni werd hij overgebracht naar de gevangenis. Hoe lang hij daar gebleven is, heb ik niet kunnen achterhalen, maar op 13 april 1815 werd dochter Johanna Elisabeth geboren, dus half juli 1814 was hij in elk geval weer op vrije voeten. Op 26 juni 1816 werd zoon Gerardus geboren, maar dat was zijn laatste huwelijkse wapenfeit, want in 1817 gaat hij opnieuw in de fout.

De straf was niet mals: openbare geseling, 10 jaar opsluiting met dwangarbeid in ’s-Gravenhage en de betaling van 23 gulden en 42 en een halve cent proceskosten. Wat de relatie met ’s-Gravenhage was, is me niet duidelijk geworden.

Resteert de vraag of het hier inderdaad de in 1779 geboren zoon van Reinier en Hermanna van Raij betreft. Er staat vermeld dat hij 37 jaar was en geboren was in Maren. Welnu, in 1779 of 1780 werd behalve hun zoon geen enkele Jan van Rossum geboren. Schande voor de familie, die niet op afstand gehouden kon worden, want het vonnis moest in Alem (en Den Bosch) aangeplakt worden!

Het volledige artikel zal in september ook verschijnen in de Maaskroniek 47 (2024) nr. 99.
