In de eerdere delen van dit verhaal hebben we gekeken naar de eerste Van Rossums in de directe lijn van mijn grootmoeder en hun echtgenotes. Ook kwamen hun nazaten aan bod, waaronder een zwart schaap van de familie: Jan. We vervolgen het verhaal met een volgende Jan.
Lees eerst de voorgaande delen
Om het voor de lezer gemakkelijker te maken, heb ik een (beperkte) stamboom opgemaakt, waarbij ik ook de woonplaatsen, voor zover bekend, vermeld. Klik hier om de stamboom in te zien (opent in een nieuw tabblad).
6 Johannes (1790-1874) en Petronella van Lith (1793-1857)
De volgende stamvader was Jan (de jonge), geboren op 19 mei 1790 in Maren en overleden op 31 oktober 1874 in Maren. Op 24 november 1816 trouwde hij in Maren met Petronella van Lith, dochter van Jacob van Lith en Adriana van Maasbommel, geboren op 25 april 1793 en overleden op 19 januari 1857. Nog even iets over zijn voornaam. Hij is Johannes genoemd ondanks het feit dat zijn (half)broer Johannes nog in leven was. Dit is wel verklaarbaar. De oudere Joannes is vernoemd naar de vader van Reinier, maar de vader van Maria van Tiel heette ook Joannes, dus waarschijnlijk hebben ze geredeneerd dat deze ook ‘recht’ had op een vernoeming. Petronella was een zus van Antonia van Lith over wie ik in Maaskroniek 92 en op deze website het verhaal De tragische levens van Antonia van Lith en haar dochter Jacoba heb gepubliceerd.
Uit dit huwelijk worden geboren:
1. Reinier, geboren en gedoopt 17 oktober 1817, getuigen Jacobus van Lith en Maria van Rossum, overleden 5 juni 1888, Alem, Maren en Kessel; hij trouwde op 27 mei 1853 met Wilhelmina Suiker. Hij is de volgende stamvader. Joannes zette een kruisje onder de geboorteakte.
Op Onze Lieve Vrouw geboorte (8 september) 1830 deed hij zijn doopbelofte.

2. Adriana, geboren te Maren op 12 december 1818, gedoopt op 13 december, getuigen Hermanus van Rossum en Clasina van Lith, overleden in Maren op 4 maart 1874; zij trouwde in Maren op 2 juli 1844 met Jan van Kessel, zoon van Petrus van Kessel (schipper) en Petronella Peters, geboren te Leeuwen op zondag 15 februari 1818, schipper en visser, overleden te Geffen op zondag 5 januari 1899. Ze hadden een zoon Johannes, geboren op 19 juli 1848. In BR 1860 woonachtig op het Wild D 13.
3. Maria, geboren te Maren op 20 februari 1820, overleden te Maren op 17 juni 1898, zij trouwde op 10 februari 1845 te Alem (getuigen Gerardus Steenbekkers en Henrica van der Heijden e.v. Cornelis van Dam) met Lambertus Steenbeckers, zoon van Joannes Steenbekkers (landbouwer) en Joanna van der Heijden, geboren op 6 augustus 1810 te Alem, overleden op 11 maart 1877. Ze maakten op 24 april 1865 hun testamenten en woonden op 't Wild, D 11.
4. Hondria, Eerke, geboren op 20 december 1821, gedoopt op 21 december, getuigen Josephus van Lith en Antonia van Lith, overlijdensdatum en -plaats onbekend.
5. Lamberdina, geboren en gedoopt op 24 januari 1823 in Maren, getuigen Christianus van Heumen en Anna van der Velden, overleden op 23 november 1861 in Driel; trouwde op 14 mei 1852 in Driel met Mathijs van Liempt, zoon van Joannes van Liempt (rietdekker) en Helena van Heumen, geboren te Driel op 2 februari 1826, arbeider. Er bestaat ook een overlijdensakte die vermeldt dat ze al op 21 februari 1823 overleden zou zijn. Over haar heb ik in Maaskroniek 92 het verhaal De wonderbaarlijke wederopstanding uit de dood van Lamberdiena van Rossum gepubliceerd.
6. Johanna Catharina, geboren en gedoopt op 24 oktober 1824 in Maren, getuigen Joannes Pardoel en Catherina Versfelt, overleden in Maren op 14 april 1842, 17 jaar oud.
7. Hermanus, geboren in Maren op 3 december 1825, gedoopt op 4 december, getuigen Joannus van Rossum en Annamaria van der Velden, viuda Hermani van Rossum (weduwe van Herman van Rossum), overleden op 5 januari 1826 in Maren.
8. Johanna, geboren in Maren op 20 februari 1827 en gedoopt op 21 februari, getuigen Petrus Jacobus van der Meulen en Barbara van Rossum, overleden in Den Bosch op 28 november 1910; trouwde op 14 mei 1858 met Cornelis van Baaren (overleden op 10 april 1876), zoon van Johannes van Baaren en Francisca Laheij en op 16 augustus 1877 te Alem, Maren en Kessel met Johannes Versfelt, zoon van Arnoldus Versfelt en Johanna van Tuijl.
9. Jacoba, geboren in Maren op 9 maart 1829, gedoopt op 14 maart, getuigen Antonius van Os en Maria van Rossum, overleden op 12 november 1836, 7 jaar oud in Alem, Maren en Kessel.

10. Rudolphus (Roelof), geboren en gedoopt in Maren op 15 mei 1831, getuigen Antonius van Oss en Alida Versfelt, overleden op 20 september 1893, in Alem, Maren en Kessel; trouwde op 8 juni 1859 in Empel met Maria van den Dungen en op 11 september 1869 in Empel met Maria van Vlijmen.
11. Hermanus, geboren en gedoopt Maren, 27 maart 1835, getuigen Gerardus van Liempt en Anna de Man, overleden op 14 oktober 1916 in Lith.
Voorafgaande aan zijn huwelijk was Joannes in dienst geweest. Wanneer hij 23 jaar oud is, dus in 1813, staat hij in het Bevolkingsregister vermeld als ‘militaire en activité’. Hij kon niet schrijven. Met de komst van het kadaster in 1829 wordt de ligging van het huis van vader Reinier precies duidelijk. Het waren de kadastrale nummers: sectie D 238 voor het huis en D 239 voor de tuin (zie kaart). Ter oriëntatie: rechts beneden bij het woordje De begint de Leeuwse Graaf. Huis en tuin zijn dan het eigendom geworden van zoon Johannes. Men zou verwacht hebben dat het in bezit zou zijn gekomen van de oudste zoon Herman, maar die was al op 3 februari 1825 overleden, nog geen 40 jaar oud. Door middel van de OAT's kunnen we vaststellen wie er allemaal in de buurt woonden.

Op een detail van een kaart uit 1884 is duidelijker te zien waar nummer 238 precies lag, links van perceel 228.

In het Bevolkingsregister van 1838 verschijnt voor het eerst een adres: Wijk D nummer 8. Als beroep staat vermeld: landbouwer. In het Bevolkingsregister van 1850 is het nummer gewijzigd in D 8b, vanaf 31 december 1859 is het D 10 geworden. Als beroep staat er nu: karman. Op dat moment woonden zijn zoon Roelof en zijn echtgenote Maria van den Dungen al een aantal jaren bij hem in. Zijn vrouw Petronella van Lith was op 19 januari 1857 gestorven. Roelof en Maria kwamen voor 14 april 1860, want op die dag werd hun zoontje Reinier op dit adres ingeschreven. Ze bleven tenminste tot eind 1867, want op 25 november 1867 werd hun zoontje Cornelius daar nog ingeschreven. Tussendoor werd op 7 maart 1865 dochtertje Johanna geboren en op 26 maart 1862 hun zoontje Petrus.

In alle gevallen is sprake geweest van een hernummering, want het staat vast dat Johannes, bijna tot zijn dood op 31 oktober 1874, in hetzelfde huis is blijven wonen. Volgens het BR, dat begint op 10 november 1869 woonde hij er nog met zijn ongetrouwde zoon Herman (geboren in 1835). Het huisnummer is dan D 11 geworden. Zijn beroep is nog steeds ‘karreman’. Zijn laatste jaren heeft hij waarschijnlijk gesleten bij zijn zoon Reinier en zijn schoondochter Wilhelmina Suijkers in Maren, want het is Reinier die de aangifte van zijn overlijden doet.

Op 13 augustus 1872 werden huis en tuin openbaar verkocht en dan blijken de kadastrale nummers nog steeds dezelfde te zijn. De verkoop vond plaats op ‘t Wild in de herberg van Gerardus van Kessel.

Uit dit fragment blijken nog een paar zaken. Om te beginnen behoorde bij het huis vanouds een voorpoting aan de dijk. Een voorpoting is een stuk publiek terrein dat de eigenaar van een aanpalend pand mag beplanten. Verder was de eigenaar verplicht twee vakken Maasdijk te onderhouden vanaf paal 689. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de vermelding ‘quotte 89’ in de Franstalige akte uit 1811. Dat 89 op dezelfde locatie wees, maar dat daar in de loop van de tijd een 6 voor is gezet. Het getal 89 kan natuurlijk ook toeval zijn.
Volgens het kadaster is ene Johannes van Kessel eigenaar in 1873. Hij was geen zoon van herbergier Gerardus, maar waarschijnlijk wel een familielid. Koper Johannes, visser van beroep, was een zoon van Johannes van Kessel (sr) en Adriana van Rossum, een zus van Reinier, dus het huis bleef in de familie. Volgens het Bevolkingsregister van 1880 woonde deze Jan op D10. Het huis was dus niet overgegaan op zoon Reinier, die ondertussen op 27 mei 1853 getrouwd was met Wilhelmina Suijkers. Jan van Kessel verkocht het huis op zijn beurt in 1877.
Het volledige artikel zal in september ook verschijnen in de Maaskroniek 47 (2024) nr. 99.
