Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
De voorouders van mijn grootmoeder Regina van Rossum (6)

De voorouders van mijn grootmoeder Regina van Rossum (6)

Dr. J. Ch. Caanen

9 september 2024

Bijgewerkt op 9 september 2024

In de eerdere delen van dit verhaal hebben we gekeken naar de eerste Van Rossums in de directe lijn van mijn grootmoeder en hun echtgenotes. Ook kwamen hun nazaten aan bod, witte en één zwart schaap. We zijn inmiddels aanbeland bij Petrus en Mechelien van der Linden, de ouders van mijn grootmoeder.

Lees eerst de voorgaande delen

Om het voor de lezer gemakkelijker te maken, heb ik een (beperkte) stamboom opgemaakt, waarbij ik ook de woonplaatsen, voor zover bekend, vermeld. Klik hier om de stamboom in te zien (opent in een nieuw tabblad).

Petrus (1858-1942) en Mechelien van der Linden (1868-1952)

Piet is op 13 mei 1889 getrouwd met Mechelien van der Linde. Ze trekken in bij de ouders van Mechelien: Joachim van der Linde en Adriana Sigmans. Op latere leeftijd stond Piet bekend als Hanneske, ik heb al eerder vermeld dat hij zich Johannes noemde. Ik zal hem Piet (Petrus) blijven noemen omdat dit zijn officiële naam is waarmee hij in de stukken voorkomt.

Voor Piet en Mechelien wordt vrij snel een nieuw blad in het BR aangemaakt (zonder datum) met daarop het adres D 23. Ik heb even gedacht, dat het ouderlijk huis opgesplitst was, maar dat is toch niet waarschijnlijk, omdat er ook een huisnummer D 22 was, waar geen familieleden woonden. Op dit adres zijn ze niet lang gebleven, want op 5 juli 1890 werd daar het gezin van ene Johannes van Kessel ingeschreven. Maar Piet en Mechelien zijn al voor die datum vertrokken, want op 9 juni 1890 wordt het eerste kind, Wilhelmina, geboren op het adres B 90. Dit is opnieuw het huis van de ouders van Mechelien in Maren. Het huisnummer van Joachim verandert in de loop der tijd vele malen. Ik veronderstel voorlopig dat dit hernummeringen zijn geweest. In 1888 neemt Joachim een hypotheek op met zijn huis en tuinen als onderpand. Dan worden ook kadastrale nummers genoemd, namelijk sectie C 568 (tuin), C 1013 (huis), C 1014 (huis) en C 1015 (erf). C 1013 kwam tot stand na een hermeting in 1886, eerst 25 m2, daarna 28 m2. Vóór 1878 bezat Joachim slechts 1/3 van dit huis, op 28 oktober van dat jaar kocht hij de overige 2/3 erbij. De verkopers waren Antoon de Rouw uit Driel en Johannes en Hendrikus Kooimans uit Maren. Antoon de Rouw was de weduwnaar van Adriana Sigmans (een negen jaar oudere zus met dezelfde naam als de vrouw van Joachim),  Johannes Kooimans was de weduwnaar van een andere zus, Wilhelmina. Hendrikus was hun zoon. Dus het huis kwam uit de erfenis van de ouders van de twee Adriana’s en Wilhelmina, Hendrikus Sigmans en Maria van Boort. De prijs bedroeg 66 gulden. De locatie was het Moleneind. Het Moleneind is ten gevolge van de Maaswerken verdwenen.

Afbeelding 51. Kaart van Maren met het Moleneind
Afbeelding 51. Kaart van Maren met het Moleneind

C 1013 had eerst nummer C 689 en C 1014 had C 690. Op een detail van een kaart uit 1884 kunnen we de precieze ligging zien. Ze lagen boven de M van Molen en beneden de nummers die op de Maas zijn afgedrukt. Ter verdere oriëntatie: rechts van het straatje dat de twee parallelle straten verbindt lag de oude kerk van Maren.

Afbeelding 52. Detail van een kaart uit 1884
Afbeelding 52. Detail van een kaart uit 1884

Om de geschiedenis van ‘huize’ Van der Linden af te ronden, maak ik een sprongetje in de tijd. Op 17 mei 1910 verkochten de erfgenamen van Joachim van der Linden en Adriana Sigmans beide huisjes met bijbehorende grond. C 1013 ging voor 250 gulden naar de landbouwer Gerardus van Krevel, C 1014 (in de akte staat abusievelijk C 1012) voor 550 gulden naar de schoenmaker Cornelis Marisael.

Kennelijk waren de economische omstandigheden niet best, want Piet en Mechelien besloten hun geluk elders te gaan beproeven. Het is de periode van de grote Peelontginningen, waarin plaatsen als Griendtsveen en Helenaveen zijn ontstaan. Zij waren niet de enigen, want een broer van Mechelien, Marinus, was hen vooraf gegaan. Op 12 juni 1889 vertrok hij naar Deurne-Liessel en op 15 augustus 1891 keerde hij terug uit Horst (deze data zijn natuurlijk niet de echte reisdagen, maar de data van C 689 hun in- en uitschrijvingen bij de gemeente). Marinus is later teruggegaan, want in 1910 woonde hij er nog. Piet en Mechelien vertrokken op 17 augustus 1890, ook naar Deurne-Liessel. Op 7 juni 1894 keren ze terug uit Deurne-Liessel, maar tussendoor zijn ze ook in Horst geweest. In heb namelijk een BR van Deurne gevonden waarop vermeld staat dat ze op 28 februari 1894 uit Horst zijn gekomen. Het blad waarop ze staan vermeldt tientallen andere personen, waaronder ook een familie Van Dam uit Alem. Ze waren duidelijk niet de enigen. Welk werk Piet precies gedaan heeft kan ik niet afleiden, er staat als beroep 'arbeider’, terwijl bij andere personen heel uitdrukkelijk 'veenarbeider' staat. Het is me niet duidelijk of ze er het hele jaar verbleven of dat er sprake was van seizoensarbeid. Die verhuisdatum van 28 februari zou op het eerste kunnen duiden. Mechelien kwam in elk geval terug naar Maren om te bevallen, want dochter Adriana werd op 22 oktober 1892 in het huis van haar ouders geboren. De meisjes gingen wel mee naar de Peel, want ze staan vermeld in dit BR van Deurne.

Afbeelding 53. Uitsnede uit BR van Deurne-Liessel 1894
Afbeelding 53. Uitsnede uit BR van Deurne-Liessel 1894 (klik voor een vergroting)

Petrus en Mechelien van der Linden terug in Maren

Op 7 juni 1894 keerde het gezin terug (in Deurne werden ze op 28 mei uitgeschreven) en trokken weer in bij de ouders van Mechelien, adres B 91. Lang zijn ze daar niet gebleven, want per dezelfde datum 7 juni 1894 werd een nieuw BR-blad aangemaakt op het adres B 42. Dat was eveneens in Maren. Op 9 februari 1895 kocht ene Piet van Rossum voor 140 gulden een huis in Maren, kadastraal C 831, met een oppervlakte van 43 m2 van de erfgenamen van Johannes van Nuland en Theodora Maria van Dijk. Dat het ‘onze’ Piet was blijkt uit het feit dat Theodora Maria van Dijk volgens het BR eerder op B 42 woonde. Ze vertrok op 7 februari 1894 naar Lithoijen waar ze op 10 juni overleed. Ik neem aan dat Piet en Mechelien tussen 7 juni 1894 en 9 februari 1895 gehuurd hebben.

Het is me gelukt de ligging van C 831 te reconstrueren. Aan de hand van de kadastrale leggers kan ik aantonen dat ten tijde van het eerste kadaster de plek van C 831 het nummer C 5 droeg. Zie onderstaand detail van het minuutplan met de (oude) kerk ter oriëntatie. C 5 is het buitendijkse huis links boven aan de kaart. De toenmalige eigenaar was Jacob van Lith. Het huis had een oppervlakte van 78 m2. Jacob had het op 6 oktober 1876 bij een openbare verkoop gekocht van de erven van ene Jan van den Boogaart en Johanna Korsten.

Afbeelding 54. Minuutplan van Maren met kerk en C 5
Afbeelding 54. Minuutplan van Maren met kerk en C 5

In 1878 pleegde Jacob van Lith herbouw en verving het huis door een huis van (slechts) 43 m2. Bij die gelegenheid werd het nummer gewijzigd in C 831. Onderstaande zogenoemde veldwerktekening van het kadaster bevestigt de herbouw en laat ook heel precies de ligging zien.

Afbeelding 55. Veldwerktekening met C 5 resp. C 831
Afbeelding 55. Veldwerktekening met C 5 resp. C 831

Jacob van Lith zal vervolgens het huis verkocht hebben aan Johannes van Nuland en Theodora Maria van Dijk van wiens erfgenamen Piet en Mechelien het in 1895 gekocht hebben. In 1900 zette Petrus van Rossum een bijbouw waardoor de oppervlakte 66 m2 werd. Het kadasternummer werd gewijzigd in C 1086.

Op enig moment is B 42 doorgehaald en vervangen door B 23. Ik  houd het op een hernummering, ook al liggen de nummers erg ver uit elkaar. Bij die doorhalingen staat geen datum, maar omdat er weer kinderen komen kan een schatting gemaakt worden. Op 20 oktober 1895 werd op het adres B 42 Regina (mijn oma) geboren. Op  18 maart 1898 volgde Jacoba, eveneens op B 42. De volgende dochter, Elisabeth (Lies), werd op 11 juni 1900 in de Kesselse Hut geboren. Dit was een ‘uitspanning’ waar boeren en polderwerkers zich ’s zomers konden laven. De hut werd in de herfst afgebroken en aan het eind van de winter weer opgebouwd. De Kesselse Hut lag in het uiterste puntje van Kessel, daar waar de gemeenten Alem, Maren en Kessel, Lith en Rosmalen-Nuland bij elkaar kwamen. Piet en Mechelien hebben deze hut tenminste 17 jaar geëxploiteerd. Ze pachtten de grond waarop deze stond van de gemeente. In de Maaskroniek 7 is een verhaal gepubliceerd van Paul Lucas over de Kesselse Hut. Hij schreef dat Hanneske en Mechelien tot 1917 de hut exploiteerden. Bij de begindatum zette hij een vraagteken. Ze waren er in elk geval al in 1900, want toen werd dochter Lies in de hut geboren. Uit een aanvulling op het artikel van Paul Lucas blijkt dat hij slechts de grond pachtte waarop de hut stond. Op 20 mei 1902 besloot de gemeenteraad van Alem ca hem hieraan nog eens per aanschrijven te herinneren, nadat geklaagd was dat Hannes (Piet) op andermans grond gras had afgemaaid. In de gemeenteraadsvergadering van 16 oktober 1900 was de pachter Piet! van Rossum ook ter sprake gekomen. Hem diende te verstaan gegeven te worden dat hij de hut diende af te breken binnen acht dagen nadat hij deze als woning verlaten had. Het komt me voor dat dit een nadere specificering van de pachtvoorwaarden was. Dat zou kunnen betekenen dat het jaar 1900 het eerste jaar was.

Afbeelding 56. De Kesselse Hut (bron: collectie Heemkundekring Masdorpen Lith)
Afbeelding 56. De Kesselse Hut (bron: collectie Heemkundekring Masdorpen Lith)

Mechelien had volgens de overlevering talent als gastvrouw: tot op hoge leeftijd zong ze veel en hield ze voordrachten. Als de veldwachter in de buurt was, placht ze de stropers te waarschuwen door een wit laken buiten te leggen. Misschien hebben de verdiensten in de Peel hen tot de investering in de hut in staat gesteld. De hut lag een heel eind in de polder en ik herinner me verhalen over mijn oma dat ze lang moest lopen naar school in het dorp en terug. Ik schat zeker een uur. Toen de in 1890 geboren oudste dochter Mina hiervoor oud genoeg werd geacht, werden de jongere kinderen met haar in het dorp achtergelaten. Het onderstaande kaartje geeft een indruk van de ligging van de hut en de afstand die de kinderen moesten lopen. De Kesselse Hut is rechts beneden.

Afbeelding 57. Kessel en de locatie van de Kesselse Hut
Afbeelding 57. Kessel en de locatie van de Kesselse Hut

Op 1 januari 1900 werd een nieuw BR-blad met het B 23 aangemaakt. De eerste zoon, Johannes (Has) werd hier op 6 mei 1902 geboren.

Lees ook de andere delen

Het volledige artikel zal in september ook verschijnen in de Maaskroniek 47 (2024) nr. 99.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.