In de eerdere delen van dit verhaal hebben we gekeken naar de eerste Van Rossums in de directe lijn van mijn grootmoeder en hun echtgenotes. Ook kwamen hun nazaten aan bod, witte en één zwart schaap. We zijn inmiddels aanbeland bij het slot van dit artikel
Lees eerst de voorgaande delen
Om het voor de lezer gemakkelijker te maken, heb ik een (beperkte) stamboom opgemaakt, waarbij ik ook de woonplaatsen, voor zover bekend, vermeld. Klik hier om de stamboom in te zien (opent in een nieuw tabblad).
De woningen aan de Kesselsedijk
Op 24 september 1903 kochten Piet en Mechelien van Bernardus van den Heuvel voor 450 gulden ‘een huis bestaande uit twee woningen’, op de plekken van de huidige adressen Kesselsedijk 11a en 13, te aanvaarden per 1 november 1903. Op een kadasterkaart uit 1876 is te zien dat het één gebouw betrof.

Precies op de datum van de aankoop wordt het gezin ingeschreven op het adres A 20. De kadastrale aanduiding was A 773 tot en met 779. Een kadasterlegger vermeldt in het dienstjaar 1913 dat de huisjes ‘vernieuwd’ zijn, hetgeen betekent dat er nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Ongetwijfeld hebben de verdiensten uit de hut hen hiertoe in staat gesteld. De zeven oude kadasternummers werden samengevoegd tot één nummer: A 964. Dit kadasternummers geldt tot op de dag van vandaag. Vergelijk het onderstaande kaartje met het bovenstaande.

Voorafgaand aan de aankoop in Kessel was het huis in Maren op 31 augustus voor 400 gulden verkocht aan de bierbrouwer Martinus Johan van Mourik uit Lith. In de akte, verleden ten overstaan van notaris Hendrikus Adrianus Hubertus Bijvoet in Berghem, staat gespecificeerd dat de polder van het laagland van Hemalen gerechtigd is in 23 centiare van de 66. De oorspronkelijke oppervlakte bij aankoop was 43 m2. Dit betekent dat Piet de eerder vermelde bijbouw op grond van de polder heeft gebouwd. Bierbrouwer Van Mourik ging er niet zelf wonen. Hij verkocht het huis op 13 januari 1914 aan Johannes van Lith. Waarschijnlijk verhuurde hij het huis. Met enig voorbehoud noem ik als huurders: van 1 november 1903 tot 15 augustus 1908 Johannes van Geffen, tot 1 januari 1910 Johannes Vos en tot 1 januari 1914 Gijsbertus Schel.

De zonen Jacobus (Koos) op 20 oktober 1904 en Martinus op 23 mei 1907 werden op dit adres geboren. In het BR van 1910 verschijnt als adres A 23. Op dit hernummerde adres werd op 14 februari Marinus geboren.
Na 1 januari 1921 werd het adres nog een keer gewijzigd in A 25 door middel van een doorhaling. Dit blad is het blad waarop het grote 'uitvliegen' doorgaat. Adriana was al op 8 juni 1912 naar Appeltern vertrokken en Wilhelmina (Mien) op 30 januari 1919 naar Lith. Regina vertrok op 18 mei 1922 naar Lith, Elisabeth (Lies) naar Rosmalen op 12 juni 1924, Johannes (Has) op 22 juli 1927 naar Maren. Jacobus (Koos) ging op 17 januari 1929 naar Geleen, waar hij op 19 juni 1929 met de 17-jarige Mia Caanen trouwde, gevolgd door Marinus, eveneens naar Geleen, op 27 januari 1934. Koos en Mia woonden lange tijd in Stein, maar verhuisden nogal eens, omdat Koos de neiging had het woonhuis te verkopen als hij winst kon maken. Marinus trouwde op 1 maart 1935 met de eveneens 17-jarige Lena Caanen. Dit paar vestigde zich permanent in Urmond.
Martien kocht op 19 april 1940 het ouderlijk huis, Kesselsedijk 13, voor 1744,78 gulden. Daarnaast kocht hij voor 1500 gulden de volledige inboedel waaronder de veestapel bestaande uit drie melkkoeien, vier hokkelingen en een paard. Zijn ouders bleven bij hem en zijn vrouw Jana Moos inwonen.

De foto is van vóór 7 juni 1928, want op die dag overleed Adriana in Nuland ten gevolge van een val van een trap. Piet (Hanneske) overleed op 5 februari 1942, Mechelien op 7 februari 1952. Op beide bidprentjes staat Piet (Hanneske) vermeld als Petrus Johannes, ‘mar ègelik hietenie alènig Piet’.

Op 6 maart 1961 kocht Martien huisnummer 11a (indertijd nummer 12) van buurman Nicolaas van Sonsbeek. In 1973 kocht zijn zoon Piet het hele complex, hij ging met zijn vrouw Willy op nummer 13 wonen, zijn ouders op 11a. In 1979 heeft hij beide woningen te koop gezet.

De huizen hebben vervolgens drie jaar leeggestaan, met name vanwege de torenhoge rentestand van 12-13% in die jaren. Uiteindelijk in 1983 verdween het ouderlijk huis van mijn grootmoeder uit de familie.

Het geboortehuis van mijn oma
Mijn oma werd op 20 oktober 1895 geboren in het huis aan de Marense Dijk dat haar ouders op 9 februari 1895 kochten en op 31 augustus 1903 verkochten. Op de oude kadasterkaarten heb ik het huis weten te lokaliseren. Evenwel, op een hedendaagse kaart staat geen oud huis op die plek. Toen ik dit verhaal zo goed als afgerond had, werd ik attent gemaakt op het boekje ‘Wandelen door oud Maren’ van Nol Steenbruggen. Daarin heeft Nol het Maren uit zijn jeugd, vlak na de oorlog, gereconstrueerd. Het boekje bevat een kaartje.

Van ieder huis vermeldt Nol zover mogelijk de eigenaren in die tijd en foto’s voor zover hij die heeft kunnen vinden. Mijn oog viel op het huisje met nummer 24, omdat de locatie overeen leek te komen met huis waarin mijn oma werd geboren. Als eigenaar wordt genoemd Th(eodoor) van Kessel. Nu was het zaak aan te tonen dat het hier hetzelfde huis betrof. Dat is gelukt. Door middel van de kadastrale leggers heb ik de opeenvolgende eigenaren kunnen volgens en uiteindelijk kwam ik inderdaad uit bij Theodoor van Kessel. Hij kocht het huis in 1937. De laatste eigenaar was Hendrik van Kessel, een oomzegger van Theodoor. Zoals Nol vermeldt, werd het huis halverwege de jaren ’60 afgebroken in het kader van de krotopruiming. Het huis droeg toen het adres Marensedijk 13. Als kers op de taart blijken er nog twee foto’s te bestaan waarop het huis voorkomt.

Op de tweede foto staat op de voorgrond het huis van de wed. Steenbruggen-Moos, maar in de achtergrond kunnen we nog een keer het geboortehuis van mijn oma ontwaren. Een blik op de bomen leert ons dat deze foto ouder is.

Tot slot een foto van de Marense dijk, gemaakt rond het jaar 1900, die de omslag van het boekje siert. Hij laat mooi zien hoe Maren er in die tijd uitzag. Honderd meter verder lag het huis van mijn oma. Misschien is ze wel een van die ‘dèrkes’ op de foto.

Het volledige artikel zal in september ook verschijnen in de Maaskroniek 47 (2024) nr. 99.
