Een van de regelmatige bestellingen in de Timmerwinkel was een zaaibak, gebruikt voor het zaaien van het graan of het uitstrooien van kunstmest op de akker. De handgreep werd gemaakt van essenhout. Deze houtsoort is geschikt om te buigen en dat gebeurde in een speciale mal.

Het benodigde hout werd of in water geweekt, of Vader ging met de mal en het hout naar de tegenover gelegen zuivelfabriek waar men de beschikking had over stoom.
Door het met deze warmtebron te verhitten, werd het essenhout soepel en kon het in de mal gedrukt worden. Na het drogen behield het hout zijn gebogen vorm en kon het aan de bak gespijkerd worden. Daarna werd de bak geschilderd in de kleuren van een boerenkar, de binnenzijde rood en de buitenzijde groen. De handgreep werd met lijnolie behandeld.

Het gewicht van zo’n bak was drie kilo, waarbij nog het gewicht van het uit te strooien materiaal kwam: een last aan je arm.
Bij het uitbreken van de oorlog in 1940, bleek een op voorraad gemaakte zaaibak voor Moeke een geschikt hulpmiddel bij evacuatie. Hij werd als luxe reiswieg gebruikt voor de tien dagen eerder geboren zoon Wim in onze kelder.
Martien Tiebosch was opgeroepen om zich te melden voor zijn legeronderdeel en hij stalde zijn rijwiel bij ons thuis. Hij zei tegen Moeke: “wanneer ik terug kom, kom ik na het Kienneke kijken.”

Helaas heeft het zo niet mogen zijn, kort erop sneuvelde Martien bij de slag om de Grebbeberg, zoals we dat lezen op het bidprentje.
De genoemde zaaibak werd later gebruikt om op het land het koren of het kunstmest uit te strooien. De laatste foto is van Richard die met de zaaibak in de “kromme aarm”, kalkammonsalpeter uitstrooit, als bemesting voor onze bloeiende kersenboomgaard. De zaaibak had hiermee een historische waarde en bleef daarom bewaard.

